Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

1.2 De opzet van dit Handboek

De milieuwetgeving van de EU kan worden onderverdeeld in tien beleidsterreinen: water; afval; lucht en industriële emissies; gevaarlijke stoffen; radioactiviteit; natuur en landschap; geluid; milieu-effectrapportage en informatie; financiële en economische instrumenten; en klimaatverandering. Aan elk van deze tien terreinen is in dit Handboek een afzonderlijk hoofdstuk gewijd (hfdst. 4 t/m 12 en hfdst. 14). De ‘horizontale’ IPPC-Richtlijn is ondergebracht in het hoofdstuk Lucht en industriële emissies (§???).

Elk van deze hoofdstukken begint met een beknopt overzicht van het EU-beleid en het Nederlandse beleid op het desbetreffende terrein. In de daaropvolgende paragrafen wordt telkens één stuk EU-wetgeving (of een samenhangende groep van wetgevingsstukken) behandeld. De paragraaf over het Nederlandse beleid beoogt niet volledig te zijn, maar is bedoeld om de EU-wetgeving in een Nederlandse context te plaatsen.

Doorgaans zijn de paragrafen als volgt onderverdeeld:

Overzicht van EU-regelgeving en Nederlandse regelgeving

In twee tabellen worden de behandelde EU-wetgevingsstukken en de relevante Nederlandse regelingen weergegeven, compleet met verwijzingen naar vindplaatsen, de termijnen waarop aan de EU-regels voldaan moet worden e.d.

Doelstelling van de regeling (Verordening, Richtlijn etc.)

Naast de in de regeling zelf genoemde doelstelling wordt hierin een korte schets van de context gegeven.

Samenvatting van de regeling

Vervolgens wordt de regeling samengevat. Daarbij moest soms de begrijpelijkheid ondergeschikt worden gemaakt aan de volledigheid, met name waar het gaat om passages die controversieel zijn of die van bijzonder belang zijn voor de daaropvolgende bespreking. Het moge duidelijk zijn dat iedere samenvatting van wetgeving enige afbreuk doet aan de beoogde betekenis. Daarom wordt voor de volledige tekst van de wetgeving verwezen naar www.eur-lex.europa.eu.

Achtergrond en totstandkoming van de regeling

De ontwikkeling van ieder wetgevingsstuk wordt, voorzover mogelijk, besproken. Hierbij is gebruik gemaakt van de beschikbare openbare bronnen, waaronder:

  • het oorspronkelijke schriftelijke voorstel van de Commissie, dat een ‘COM”-nummer draagt (b.v. COM(89)544) en vergezeld gaat van een toelichting. Hetzelfde voorstel wordt vervolgens in het Publicatieblad gepubliceerd, maar zonder de belangrijke toelichting;

  • het rapport van de relevante Commissie van het Europees Parlement;

  • de debatten in het Europees Parlement en zijn formele standpunten, waaronder het standpunt ‘in tweede lezing’ bij de ‘gewone wetgevingsprocedure’ (zie hoofdstuk 2);

  • het advies van het Economisch en Sociaal Comité.

De manier waarop het oorspronkelijke Commissievoorstel tot stand is gekomen, is doorgaans slechts bij een klein aantal personen bekend. De daaropvolgende onderhandelingen in de Raad, en in de werkgroepen van de Raad die de besluitvorming van de Raad voorbereiden, zijn vertrouwelijk. Deze bronnen konden dus niet rechtstreeks gebruikt worden, maar in sommige gevallen is er wel op indirecte wijze informatie te achterhalen over deze fasen van het totstandkomingsproces en de standpunten van de verschillende actoren.

De omzetting in nationale regelgeving

In EU-Richtlijnen wordt meestal bepaald dat de lidstaten binnen een bepaalde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moeten doen treden om aan de Richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan in kennis moeten stellen. In sommige gevallen is de bestaande regelgeving in Nederland al toereikend, maar meestal is het nodig om nieuwe wet- en regelgeving te introduceren of bestaande regels te wijzigen teneinde aan de Richtlijn te voldoen. In deze subparagrafen worden ook eventuele ingebrekestellingen vermeld (gevallen waarin de Commissie van mening is dat Nederland de Richtlijn niet, niet tijdig of niet op de juiste wijze heeft geïmplementeerd).

Uitvoering en effecten in de praktijk

Een Richtlijn is bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat (bijvoorbeeld: bepaalde normen moeten binnen een bepaalde termijn zijn gerealiseerd), waarbij het in grote mate aan de lidstaten wordt overgelaten hoe zij dit resultaat tot stand willen brengen. De volledige implementatie van een Richtlijn vergt van de lidstaten dus niet alleen dat ze de nodige wet- en regelgeving invoeren waarmee deze resultaten mogelijk gemaakt worden, maar ook dat ze ervoor zorgen dat de doelstellingen ook werkelijk gerealiseerd worden. Er kan dus een onderscheid worden gemaakt tussen formele implementatie en implementatie in de praktijk, al is er niet altijd sprake van een scherpe begrenzing.

Verdere ontwikkelingen

Deze subparagraaf is opgenomen als er sprake is van relevante nieuwe ontwikkelingen op het desbetreffende terrein. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om voorstellen tot wijziging of vervanging van de behandelde Richtlijn of Verordening.