Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
Na de inwerkingtreding van de Europese Akte van 1987 is het zorgen voor "duurzame economische en sociale ontwikkeling" opgenomen als een doelstelling van het beleid van de gemeenschap op het gebied van ontwikkelingssamenwerking (artikel 177 EG-Verdrag). Het vijfde Milieuactieprogramma (zie § 2.1) besteedt echter relatief weinig aandacht aan ontwikkelingssamenwerking. Er wordt alleen opgeroepen tot meer technische en financiële steun aan ontwikkelingslanden en effectieve implementatie van verbintenissen die op het gebied van duurzame ontwikkeling zijn aangegaan in regionale steunprogramma’s.
Niettemin is er EU-beleid op dit gebied ontwikkeld waarin milieuoverwegingen aan de orde komen of zijn opgenomen. Een begrotingslijn van de Gemeenschap voor het milieu in ontwikkelingslanden (begrotingslijn B7-6200) geeft financiële steun aan het uitvoeren van proefactiviteiten en strategisch onderzoek. Het kader voor het gebruiken van dit fonds werd gegeven door Verordening 722/97. Een nieuwe Verordening zal deze vervangen en zal daarmee de reikwijdte voor handelingen vergroten, door bijvoorbeeld nationale strategieën voor duurzame ontwikkeling op te nemen.[85] Een andere begrotingslijn (B7-6201), gebaseerd op Verordening 3062/95, is bedoeld om de instandhouding en het duurzame gebruik van tropische bossen in ontwikkelingslanden te steunen. Ontwikkelingssamenwerking op het gebied van bossen was onderwerp van een Mededeling[86], die een reactie was op de roep van het Europees Parlement om "een geïntegreerde internationale strategie voor het behoud, zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht, en duurzaam beheer van de bossen".[87]
Ontwikkelingsprogramma’s van de EU verwijzen steeds meer naar het milieu en duurzame ontwikkeling, zoals de volgende punten laten zien.
• De vierde Overeenkomst van Lomé (1990-2000), waarbij landen uit Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) betrokken zijn, legde de nadruk op duurzaam milieubeheer. De nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de ACS-staten, ondertekend in Cotonou in juni 2000, vervangt de Overeenkomst van Lomé en probeert verder te gaan, door duurzaamheid van het milieu in alle aspecten van ontwikkelingssamenwerking te laten doordringen.
• Verordening 1488/96 beschrijft financiële en technische maatregelen, die samen moeten gaan met werk dat verricht wordt in het kader van het Europees-Mediterraan partnerschap (MEDA). De Verordening vraagt aan de Gemeenschap de "gevolgen te verzachten die op sociaal en milieugebied kunnen voortvloeien uit de economische ontwikkeling". Verordening 1488/96 werd gewijzigd door Verordening 2698/2000, wat er toe leidde dat duurzame ontwikkeling één van de doelstellingen werd. Bepaald werd dat bijzondere aandacht moest worden besteed aan de economische, maatschappelijke en milieugevolgen van de economische overgang. Een milieuactieplan voor de korte en de middellange termijn, waarvan de acties gedeeltelijk door MEDA ondersteund worden, werd goedgekeurd in 1997.
• Samenwerkingsverdragen met Azië en Latijns-Amerika bevatten ook elementen van duurzame ontwikkeling. Tien procent van de financiële en technische steun gaat daarbij naar milieuprojecten (Verordening 443/92). Een Mededeling van de Commissie over een strategie voor samenwerking tussen Europa en Azië op het gebied van milieu fungeert als een handleiding voor activiteiten in bepaalde landen en regio’s.
Ondanks deze positieve ontwikkelingen werd in een evaluatie van de milieuprestaties van de EU-programma’s in ontwikkelingslanden[88] uit 1997 bevonden dat integratie van het milieu in landenprogramma’s in relatief kleine mate plaatsvond. Milieueffectbeoordelingen werden te weinig gebruikt, en besteedden niet genoeg aandacht aan participatie van betrokkenen, alternatieven voor ontwikkeling, en milieubeheersplannen en plannen voor de verzachting van de milieugevolgen. Daarnaast was er in vergelijking met de lidstaten en andere internationale instellingen te weinig personeel bij de Commissie om de milieuaspecten van de programma’s te beheren.
Milieuoverwegingen komen ook voor in overeenkomsten gericht op steun aan Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS) en aan Mongolië (Tacis, Verordening 1279/96). Projecten waarin milieukwesties aangepakt worden, hebben stelselmatig een plaats gehad in het Tacis-programma sinds 1996. Een nieuwe Tacis Verordening 99/2000 versterkt de milieuaspecten van het programma nog meer. Projecten voor infrastructuur onder het Phare-programma, dat zich richt op de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa (Verordening 3906/89) moeten ook vergezeld gaan van een milieueffectbeoordeling. Phare heeft ook bepaalde milieuprojecten in de tot de EU toetredende landen gefinancierd. Daarnaast is duurzaamheid van het milieu een centraal beginsel in de Phare richtsnoeren.
Algemene doelstellingen voor de lange termijn over het milieu en ontwikkeling zijn beschreven in het kader van een strategie uit 1996 over ontwikkelingsbijstand van de OESO, getiteld ‘Samenwerking voor ontwikkeling aan de vooravond van de éénentwintigste eeuw’. Er werd overeengekomen om te werken aan het tegengaan van voor het milieu negatieve ontwikkelingen tegen het jaar 2015.[89]
De Commissie publiceerde in oktober 1999 een Mededeling over het milieu en ontwikkeling.[90] Hierin werden elementen van een uitgebreide integratiestrategie gepresenteerd, naar aanleiding van een verzoek van de Raad. Op grond daarvan werd een verslag van de Raad in november 1999 goedgekeurd, waarin elementen staan van een uitgebreide strategie voor de integratie van milieubescherming en duurzame ontwikkeling. Dit verslag geeft het belang aan van het ontwikkelen van nationale strategieën voor duurzame ontwikkeling, de verbetering van de coherentie van het EU-beleid, de efficiëntie van de milieueffectbeoordelingen, en een adequaat personeelsbeleid en een adequate opleiding van personeel. Het verslag riep de Commissie op om een specifieke strategie voor te bereiden in 2000. Deze strategie was af in 2001, en werd in de vorm van een werkdocument van de Commissie uitgebracht ‘Het integreren van milieu en duurzame ontwikkeling in het ontwikkelingsbeleid: een alomvattende strategie’. Dit gaf de basis voor een reeks conclusies van de Raad die werden aangenomen in mei 2001. Deze conclusies betroffen een strategie voor de integratie van milieuoverwegingen in het ontwikkelingsbeleid met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling. Tegelijkertijd zette de Commissie een biodiversiteitsactieplan voor economische en ontwikkelingssamenwerking op, als onderdeel van de strategie van de EG inzake biodiversiteit. Het actieplan had gereed moeten zijn in februari 2000, maar werd pas in maart 2001 uitgebracht.
ERM (1997). Evaluation of the Environmental Performance of EC Programmes in Developing Countries. Environmental Resources Management, Brussel.