5. Afval  
Handboek Implementatie milieubeleid
EU in Nederland

 

5.11 Batterijen en accu’s

5.11.1 Overzicht van EU-regelgeving

91/157/EEG (PbEG L78 26.3.1991)

voorgesteld 1.12.1988 – COM(88)672

Richtlijn inzake batterijen en accu’s die gevaarlijke stoffen bevatten

Rechtsgrondslag

Artikel 100a EG-verdrag (thans Artikel 95)

93/86/EEG (PbEG L264, 23.10.1993)

aanpassing (merktekens)

98/101/EG (PbEG L1 5.1.1999)

aanpassing (verbod op bepaalde batterijen)

Bindende termijnen

 

Omzetting in nationale regelgeving (91/157)

18 september 1992

Omzetting in nationale regelgeving (93/86)

31 december 1993

Omzetting in nationale regelgeving (98/101)

1 januari 2000

Nationale programma’s (91/157)

17 september 1992

5.11.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

Besluit beheer batterijen

Stb. 1995, 45, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2002, 189

Regeling vaststelling nadere regels aanduiding van batterijen en accu’s die kwik, cadmium of lood bevatten

Stcrt. 1993, 223, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1993, 247

Regeling nadere regels kca-logo

Stcrt. 2001, 21, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2002, 100

Landelijk afvalbeheerplan (LAP)

Beleidsdocument, maart 2003

5.11.3 Doelstelling van de Richtlijn

De Richtlijn heeft onderlinge aanpassing ten doel van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot de nuttige toepassing en gecontroleerde verwijdering van gebruikte batterijen en accu’s die gevaarlijke stoffen bevatten (art. 1).

5.11.4 Samenvatting van de Richtlijn

De Richtlijn heeft betrekking op batterijen en accu’s waarvan het gehalte aan kwik, cadmium en/of lood bepaalde drempels overschrijdt, en die na bepaalde data op de markt gebracht zijn (zie Tabel 5.11.1).

Tabel 5.11.1 Werkingssfeer van Richtlijn 91/157 (en wijziging 98/101).

Stof

Gehalte

in de handel sinds

kwik

> 0,025 gew.% (alkali-mangaanbatterijen)

18.9.1992

 

> 25 mg per cel (overige batterijen en accu’s)

18.9.1992

 

> 0,0005 gew.% (alle batterijen en accu’s)

1.1.1999

cadmium

> 0,025 gew.%

18.9.1992

lood

>0,4 gew.%

18.9.1992

Krachtens de oorspronkelijke Richtlijn was het in de handel brengen van de meeste alkali-mangaanbatterijen met een kwikgehalte van meer dan 0,025 gewichtsprocent verboden per 1 januari 1993. Voor alkali-mangaanbatterijen voor langdurig gebruik in extreme omstandigheden bedroeg het maximale kwikgehalte 0,05 gew.%. Knoopcellen waren van het verbod uitgezonderd. Richtlijn 98/101 heeft het verbod aangescherpt. Uiterlijk vanaf 1 januari 2000 moesten de lidstaten het in de handel brengen verbieden van batterijen en accu's die meer dan 0,0005 gewichtsprocent kwik bevatten (ook als deze batterijen en accu's in apparaten zijn geïntegreerd). Knoopcellen en uit knoopcellen samengestelde batterijen, die niet meer dan 2 gew.% kwik bevatten, zijn van dit verbod uitgezonderd (art. 3, lid 1).

Batterijen en accu’s die in apparaten zitten moeten na gebruik gemakkelijk door de consument verwijderd kunnen worden (art. 5). Een aantal categorieën apparaten, genoemd in bijlage II, is van deze bepaling uitgezonderd (hiertoe behoren bijvoorbeeld pacemakers).

De lidstaten moeten programma's opstellen ter verwezenlijking van de volgende doelstellingen (art. 6):

• vermindering van de hoeveelheid zware metalen in batterijen en accu's;

• bevordering van het in de handel brengen van batterijen en accu's die een geringere hoeveelheid gevaarlijke stoffen en/of minder verontreinigende stoffen bevatten;

• geleidelijke vermindering in het huisvuil van de hoeveelheid gebruikte batterijen en accu's;

• bevordering van onderzoek op deze gebieden en naar methoden voor recycling;

• gescheiden verwijdering van gebruikte batterijen en accu's.

De eerste programma's moesten uiterlijk 17 september 1992 bij de Commissie worden ingediend en een periode van vier jaar bestrijken. Ten minste om de vier jaar moeten ze opnieuw worden bezien en bijgesteld in het licht van met name de vooruitgang van de techniek, de toestand van de economie en die van het milieu.

In het kader van deze programma’s dienen de lidstaten ook maatregelen te nemen voor de gescheiden inzameling van gebruikte batterijen en accu's met het oog op de nuttige toepassing of verwijdering ervan (art. 4, lid 1). Richtlijn 93/86 geeft voorschriften aangaande de symbolen die gebruikt moeten worden voor de gescheiden inzameling (een doorgekruiste mini-container, in Nederland bekend als het ‘kca-logo’) en voor het gehalte aan zware metalen.

Ten einde recycling aan te moedigen kunnen de lidstaten statiegeldregelingen of andere economische instrumenten toepassen (art. 7). Ook moeten de consumenten worden voorgelicht over de gevaren van ongecontroleerde verwijdering van gebruikte batterijen en accu's, over de gebruikte merktekens en over de wijze waarop vast ingebouwde batterijen of accu's uit een apparaat worden genomen (art. 8).

Een lidstaat mag het in de handel brengen van batterijen en accu’s die aan de bepalingen van de Richtlijn voldoen niet verbieden (art. 9). De Commissie kan de Richtlijn aanpassen aan de technische vooruitgang, overeenkomstig de procedure van Richtlijn 75/442/EEG (zie § 5.3).

5.11.5 De omzetting in nationale regelgeving

Richtlijn 91/157 is in Nederlandse regelgeving omgezet door middel van het Besluit tot vaststelling van regels inzake batterijen en accu’s die kwik, cadmium of lood bevatten[447]. In 1995 is dit vervangen door het Besluit beheer batterijen (voorheen: Besluit verwijdering batterijen).[448] Laatstgenoemd besluit heeft overigens betrekking op alle batterijen (met een gewicht tot en met 1 kg), dus niet alleen op batterijen die kwik, cadmium of lood bevatten. Het besluit verplicht producenten en importeurs van batterijen er voor te zorgen dat de door hen op de markt gebrachte batterijen worden ingezameld en verwerkt met het oog op nuttige toepassing.

Richtlijn 93/86 is omgezet door de Regeling vaststelling nadere regels aanduiding van batterijen en accu’s die kwik, cadmium of lood bevatten.[449] Ter implementatie van Richtlijn 98/101 is in november 2000 het Besluit beheer batterijen gewijzigd.[450]

Naast deze regelingen, bevat het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) sectorplannen voor zowel batterijen als accu’s.

5.11.6 Uitvoering en effecten in de praktijk

In het Nederlandse milieubeleid bestaat al lange tijd aandacht voor het reduceren van het gehalte zware metalen (met name kwik en cadmium) in batterijen en het gescheiden inzamelen en recyclen van batterijen. In de jaren ’80 werd hiertoe een drietal convenants afgesloten.[451]

Toen er wegwerpbatterijen op de markt kwamen die vrijwel geen kwik meer bevatten, verschoof het accent naar het afvalstadium van de batterijen. Gescheiden inzameling bleef om drie redenen belangrijk:

• ook de nieuwe generatie wegwerpbatterijen bevat nog stoffen die niet tussen het ‘gewone’ huishoudelijk afval thuishoren en ook vanuit een oogpunt van zuinig grondstoffengebruik teruggewonnen zouden moeten worden, zoals zink;

• er worden nog steeds ‘oude’, kwikhoudende wegwerpbatterijen afgedankt;

• de steeds populairder wordende oplaadbare batterijen bevatten cadmium.

Met de fabrikanten en importeurs, verenigd in de Nefibat, werd in 1994 afgesproken dat zij per 1 januari 1995 een verwijderingsplan gereed zouden hebben. Per 1 januari 1996 zou 80% van de batterijen moeten worden ingezameld en per 1 januari 1998 90%. Als ‘stok achter de deur’ was er het vooruitzicht van een (door art. 7 van de Richtlijn expliciet als mogelijkheid genoemde) statiegeldregeling, indien de doelstellingen niet gehaald zouden worden. Uiteindelijk werden de Nefibat en de Minister van VROM het in de loop van 1995 eens over een verwijderingsplan, waarin de branche de verantwoordelijkheid voor de inzameling en verwerking op zich neemt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de gemeentelijke infrastructuur voor de inzameling van gevaarlijke afvalstoffen. De kosten van transport, opslag en verdere verwerking komen voor rekening van de producenten en importeurs en worden gedekt door middel van een ‘verwijderingsbijdrage’, die in de verkoopprijs van batterijen wordt doorberekend. De uitvoering van het plan is in handen van de Stichting Batterijen (Stibat).[452]

De doelstelling van dit eerste verwijderingsplan (90% inzameling in 1998) is niet gehaald. Het inzamelpercentage bedroeg in 1998 77%.[453] Dit heeft overigens niet geleid tot de invoering van een statiegeldsysteem. Inmiddels is een tweede ‘Stibatplan’ van kracht, waarin voor het jaar 2003 opnieuw een doelstelling van 90% inzameling geldt (maar nu berekend als percentage van het aantal afgedankte batterijen en niet meer als percentage van het aantal verkochte batterijen). In 1999 bedroeg het inzamelpercentage (volgens de nieuwe berekeningsmethode) 70%. Eind 2000 telde Stibat 612 deelnemende bedrijven.[454]

Naast de inzameling vormde ook de verwerking van afgedankte batterijen lange tijd een bron van hoofdbrekens. Eind jaren ’80 werd bekend dat batterijen uit Nederland op stortplaatsen in de toenmalige DDR belandden. Deze manier van verwijderen werd per 1 januari 1990 verboden. Omdat verwerkingsmethoden waarbij de in de batterijen aanwezige metalen worden gerecycled veelal nog te duur waren, werden de meeste apart ingezamelde batterijen vervolgens tijdelijk opgeslagen in de C2-deponie op de Maasvlakte. Na een brand die in 1992 in deze deponie woedde, werd de druk om naar andere oplossingen te zoeken groter. Voor batterijen en accu’s is krachtens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen[455] een stortverbod van kracht geworden. Inmiddels wordt het merendeel van de ingezamelde batterijen verwerkt, waarbij de in de batterijen aanwezige metalen worden teruggewonnen. De verwerking gebeurt deels in Nederland (zink-koolstofbatterijen), deels in België (loodhoudende batterijen), deels in Frankrijk (alkaline-, nikkel-cadmium-, nikkel-metaalhydride- en lithiumbatterijen) en deels in Zwitserland (kwikoxidebatterijen, knoopcellen en overige batterijen).

De naleving van de Nederlandse regelgeving met betrekking tot batterijen en producten die batterijen bevatten is in het algemeen goed, maar vergt wel inzet van handhavende organisaties. Zo ontbreekt het verplichte kca-logo nogal eens, of wordt het te klein afgebeeld.[456] Verder bleek in 1998 dat enkele importeurs van batterijen de verwijderingsbijdrage niet betaalden en dat veel batterijhoudende producten niet voldeden aan de eisen ten aanzien van de uitneembaarheid van de batterij en/of de etikettering.[457] Op verzoek van de Inspectie Milieuhygiëne heeft de douane in 1998 en 1999 monsters genomen uit 118 partijen geïmporteerde batterijen, afkomstig uit Azië. Hiervan bleken drie partijen niet te voldoen aan de norm voor het kwikgehalte uit het toen geldende Besluit verwijdering batterijen, en zeventien niet aan de norm uit het in 2000 gewijzigde Besluit.[458]

5.11.7 Verdere ontwikkelingen

Na eerdere mislukte pogingen in 1999 en 2001[459], kondigde de Commissie in 2003 aan Richtlijn 91/557 te willen herzien. In dat kader is een consultatieronde gestart, waarbij onder meer het ministerie van VROM is geraadpleegd.[460] VROM geeft ziet een inzamelingsdoelstelling van 70-80% en een doelstelling voor nuttige toepassing van de ingezamelde batterijen van 90-100% als haalbaar en redelijk. Tevens geeft VROM aan een voorstander te zijn van de invoering van producentenverantwoordelijkheid op dit gebied.

Referenties

Biersma, R. (1999). Gevraagd: lege batterijen. NRC Handelsblad, 20 december 1999.

Stibat (2000). Jaarverslag 1999. Zoetermeer.



[447] Stb. 1992, 486.

[448] Stb. 1995, 45, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2002, 189.

[449] Stcrt. 1993, 223. Overigens moeten op grond van de Regeling nadere regels kca–logo (Stcrt. 2001, 21, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2002, 100) ook batterijen die niet onder de Richtlijn vallen worden voorzien van een kca-logo.

[450] Stb. 2000, 487.

[451] (1) Gedragscode tot het niet meer in Nederland op de markt brengen van kwikoxydebatterijen voor hoortoestellen en de beperking van het gebruik van kwikoxydebatterijen voor andere doeleinden. TK 1985/86, 19 200, hfs. XI, nr. 16. (2) Gedragscode tot het verminderen in afval van de hoeveelheid kwik afkomstig uit alkaline batterijen die in Nederland op de markt worden gebracht (looptijd 1/1/1987 – 31/12/1991). (3) Gedragscode voor oplaadbare nikkel-cadmium batterijen/accu’s in het afvalstadium.Tweede Kamer, 1988/89, 20 800, hfs. XI, nr. 137.

[452] Naast Stibat, houdt ook de onderneming Battrex zich bezig met het inzamelen van batterijen.

[453] Biersma (1999).

[455] Stb. 1997, 665, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2002, 259.

[456] ‘Naleving KCA-logo Besluit 80%’. Persbericht Ministerie van VROM (ongedateerd). www.minvrom.nl.

[457] ‘Handhaving milieuwetgeving’. Brief van de Minister van VROM, 5 januari 1999. TK 1998/99, 22 343, nr. 38.

[458] ‘Aziatische kwikbatterijen’. Handhaving 2001/2, p. 38.

[459] ENDS Environment Daily, 10 april 2001.

Terug  Volgende
5.10 Zuiveringsslib  5.12 Autowrakken
1. Inleiding
2. De totstandkoming van het EU-milieubeleid
3. De integratie van het milieu in ander EU-beleid
4. Water
5. Afval
6. Lucht
7. Gevaarlijke stoffen
8. Radioactiviteit
9. Natuur en landschap
10. Geluid
11. Milieu-effectrapportage en informatie
12. Financiële en economische instrumenten
13. Internationale verdragen
14. Klimaatverandering
I. Afkortingen
II.Chronologische lijst van Richtlijnen, Beschikkingen en Verordeningen
III. Voorgestelde wetgeving in afwachting van vaststelling
IV. Voorstellen in ontwikkeling
V. Websites m.b.t. Europees milieubeleid
Printversie
   
  klik hier om de lijst te bekijken  
Toevoegingen en wijzigingen
Homepage
Notificatieservice
EU- en Nederlandse Regelgeving
Reactieformulier
Colofon
Realisatie:
Instituut voor Milieuvraagstukken
Ministerie van VROM

Institute for European Environmental Policy (IEEP)
Copyright VROM. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze site mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Ministerie van VROM. Aan de inhoud van deze site kunnen geen rechten ontleend worden, noch jegens de samenstellers noch jegens derden.
  bovenkant pagina