Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

5.6 Verwijdering van PCB’s

5.6.1 Overzicht van EU-regelgeving

96/59 (PbEG L243, 24.9.1996)

Richtlijn betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB’s/PCT’s)

2001/68/EG (PbEG L23, 25.1.2001)

Beschikking tot vaststelling van twee referentiemethoden ter bepaling van het PCB-gehalte in overeenstemming met artikel 10, onder a) van de Richtlijn

850/2004 (PbEG L158, 30.4.2004)

Verordening betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG

Rechtsgrondslag

Artikel 130s EG-verdrag (thans art. 192 VwEU)

Bindende termijnen

Inwerkingtreding

Omzetting in nationale regelgeving

Inventarisatie van PCB’s en plannen voor de verwijdering van PCB’s

Reiniging of verwijdering van apparaten met PCB’s

16 september 1996

16 maart 1998

16 december 1999

31 december 2010

Opmerking: Met het aannemen van Richtlijn 96/59 op 16 september 1996 is Richtlijn 76/403 (haar voorganger) ingetrokken.

5.6.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

Wet milieubeheer

Stb. 1994, 80 (en wijzigingen)

Regeling verwijdering van PCB’s

Stcrt. 1998, 154 (en wijzigingen)

Landelijk afvalbeheerplan2009-2012 (LAP-2)

TK 2009-2010, 30872, nr. 49 (gewijzigd bij Stcrt. 2010, 2730)

5.6.3 Doelstelling van de Richtlijn

Polychloorbifenylen (PCB’s) en polychloorterfenylen (PCT’s) zijn stoffen die vrijwel niet afbreekbaar zijn. Bovendien leveren zij een gevaar op voor de volksgezondheid aangezien zij relatief gemakkelijk in de voedselketen terecht kunnen komen. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen, maar door genoemde slechte afbreekbaarheid worden zij wel veelvuldig in het milieu aangetroffen, in het bijzonder in roofvogels die op zeeorganismen jagen. Het zou goed mogelijk kunnen zijn dat PCB’s de veroorzakers zijn geweest van de catastrofale sterfte onder wilde vogels in de Ierse zee in 1969. Het is bekend dat een aantal zeeorganismen, zoals garnalen, reeds kunnen sterven bij een zeer lage concentratie PCB’s in water. PCB’s kunnen worden vernietigd in verbrandingsovens met een hoge temperatuur.

De eerdere Richtlijnen 76/769 en 85/467 beperken de verkoop en het gebruik van PCB’s (zie § ???). Richtlijn 96/59 geeft een regeling voor een controlesysteem voor de verwijdering van PCB’s binnen het raamwerk van de Kaderrichtlijn afvalstoffen(zie § ???) en bevat tevens voorschriften met betrekking tot de identificatie en verwijdering van PCB’s en op het gebied van de reiniging of verwijdering van met PCB’s verontreinigde apparaten. Een eerdere Richtlijn, 76/403, vereiste de verwijdering van sommige PCB’s maar strekte tevens tot regeneratie en hergebruik. Bij Richtlijn 96/59 is Richtlijn 76/403 ingetrokken en is regeneratie van PCB’s niet langer toegestaan.

5.6.4 Samenvatting van de Richtlijn

Onder ‘PCB’s’ dienen niet uitsluitend polychloorbifenylen te worden verstaan, maar tevens polychloorterfenylen en een aantal andere stoffen en mengsels. De betekenis van het woord ‘verwijdering’ wordt bepaald door verwijzing naar een aantal handelingen die staan vermeld in de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Voordat Richtlijn 96/59 werd vastgesteld, bestond reeds Europese regelgeving ten aanzien van PCB’s in de vorm van Richtlijn 76/403, welke algemene eisen voor de bescherming tegen gevaren van blootstelling aan PCB’s bevatte, en Richtlijn 85/467, welke vanaf 1985 een verbod bevat op de handel in en het gebruik van nieuwe PCB’s.. Richtlijn 96/59 heeft betrekking op het beheer en de verwijdering van PCB’s die vóór 1985 in gebruik kwamen. Zij vervangt daarmee Richtlijn 76/403 terwijl Richtlijn 85/467 in werking is gebleven.

De Richtlijn legt de lidstaten de verplichting op om de nodige maatregelen te nemen teneinde ervoor te zorgen dat PCB’s zo spoedig mogelijk worden verwijderd. Ook apparaten die PCB’s bevatten dienen zo spoedig mogelijk te worden gereinigd of verwijderd (art. 3). De lidstaten dienen voorts inventarissen op te stellen van apparaten die meer dan 5 dm³ aan PCB’s bevatten. Deze apparaten en de daarin aanwezige PCB’s dienen vóór 31 december 2010 gereinigd en/of verwijderd te worden (art. 3 en art. 4, lid 1). De inventarissen dienen onder meer de plaats en omschrijving van de apparaten, de hoeveelheid PCB’s in de apparaten en de data en soorten behandeling of vervanging te bevatten. De benodigde informatie dient te worden geleverd door de houders van de apparaten (art. 4, lid 4). De geïnventariseerde apparaten dienen tevens te worden voorzien van een etiket (art. 4, lid 5). De lidstaten moesten vóór 16 september 1999 een samenvatting van de inventarissen naar de Commissie sturen (art. 4, lid 1).

Gebruikte PCB’s en geïnventariseerde apparaten die PCB’s bevatten dienen zo spoedig mogelijk ter verwijdering te worden overgebracht naar een vergunninghoudend bedrijf (art. 6, lid 1). Het vergunninghoudende bedrijf dient een register bij te houden met daarin de hoeveelheid, de oorsprong, de aard en het PCB-gehalte van de aangeleverde gebruikte PCB’s. Het bedrijf heeft de plicht om deze gegevens mee te delen aan de bevoegde instanties (art. 4, lid 6). Wanneer de verwijdering door verbranding geschiedt, verklaart de Richtlijn de bepalingen van Richtlijn 94/67 (betreffende de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen; inmiddels vervangen door Richtlijn 2000/76; zie § ???) van toepassing. Andere methoden voor verwijdering kunnen worden toegestaan, mits zij voldoen aan - in vergelijking met verbranding - gelijkwaardige milieuveiligheidsnormen en beantwoorden aan de technische eisen waarnaar als best beschikbare technologie wordt verwezen (art. 8, lid 2). Verbranding aan boord van schepen is echter verboden (art. 7).

Het scheiden van PCB’s van andere stoffen met het oog op hergebruik en het bijvullen van transformatoren met PCB’s is niet toegestaan (art. 5, lid 1 en 2). Onderhoud van transformatoren mag uitsluitend worden voortgezet mits het tot doel heeft ervoor te zorgen dat de PCB’s die deze apparaten bevatten voldoen aan de technische normen. Voorts moeten deze transformatoren in goede staat zijn en mogen ze geen lekken vertonen (art. 5, lid 3). De Richtlijn bevat voorts nog bepalingen met betrekking tot de reiniging van transformatoren die meer dan 0,05 gewichtsprocenten PCB’s bevatten (art. 9).

De Richtlijn noemt 16 september 1999 als uiterste datum voor de lidstaten om een plan voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB’s en een schema voor de inzameling en latere verwijdering van de apparaten die niet hoeven te worden geïnventariseerd vast te stellen (art. 11, lid 1). De inhoud van het plan en het schema wordt niet nader omschreven. In april 2000 heeft de Commissie waarschuwingen verstuurd naar alle lidstaten uitgezonderd Finland, vanwege het in gebreke zijn bij het indienen van de plannen en/of inventarissen van PCB bevattende apparaten. Zij heeft in de jaren daarna tegen een groot aantal lidstaten procedures aangespannen wegens niet-nakoming.

5.6.5 Achtergrond en totstandkoming van de Richtlijn

Naar aanleiding van een aantal incidenten, waaronder één in Japan waarbij door PCB verontreinigde rijstolie letsel toebracht aan mensen en sterfte veroorzaakte onder vogels, vaardigde de Raad van de OESO een besluit uit in februari 1973. Dit besluit legde de verplichting op aan de lidstaten van de OESO om zowel het gebruik als de verwijdering van PCB’s te reguleren. De keuze om daarnaast ook een Richtlijn vast te stellen op Europees niveau heeft te maken met het feit dat de wijze van uitvoering van een Richtlijn kan worden getoetst door een rechterlijke instantie (het Hof van Justitie). Een OESO-besluit is echter moeilijker afdwingbaar omdat er in OESO-verband geen rechterlijke instantie bestaat.

In reactie op het OESO-besluit stuurde de Franse regering een voorlopig concept naar de Commissie getiteld: ‘Voorwaarden voor het gebruik van PCB’s’, hetwelk tevens betrekking had op de verwijdering van PCB’s. De Commissie besloot om twee aparte Richtlijnen voor te stellen, één betreffende het gebruik van PCB’s en een andere betreffende de verwijdering ervan.

In juli 1974 werd een Richtlijn voorgesteld welke later Richtlijn 76/769 werd (zie § ???). Het voorstel strekte tot een beperking van de handel en het gebruik van PCB’s in elektrische apparatuur met een gesloten circuit (transformators, weerstanden, inductors), condensators en een beperkt aantal andere toepassingen. Zeven maanden later deed de Commissie het voorstel dat leidde tot Richtlijn 76/403.

Het Europees Parlement stond positief tegenover het voorstel, maar was van mening dat de opname van een rapportageplicht van de Commissie aan het Parlement en de Raad noodzakelijk was. Deze wens kwam tot uitdrukking in één van de slechts twee amendementen die werden ingediend voordat Richtlijn 76/403 werd vastgesteld. Het andere amendement had betrekking op de plicht om regeneratie van PCB’s te stimuleren.

Het is opmerkelijk dat het amendement ter stimulering van de regeneratie van PCB’s uiteindelijk werd verwerkt in Richtlijn 76/403, aangezien de wens om regeneratie uit te bannen nu juist één van de belangrijkste drijfveren was achter het voorstel dat leidde tot Richtlijn 96/59. Deze wens was gebaseerd op de gedachte dat door PCB’s te regenereren en daarmee het gebruik ervan te verlengen, het risico voor het milieu aanwezig blijft aangezien de kans op ontsnapping niet wordt weggenomen. Het alternatief was om er voor te zorgen dat alle nog in gebruik zijnde PCB’s werden opgehaald en verwijderd teneinde de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Een voorstel met deze strekking werd ingediend in oktober 1988. Het duurde vervolgens bijna acht jaar alvorens Richtlijn 96/59 werd vastgesteld. Ten tijde van het vaststellen van de Richtlijn had een aantal lidstaten overigens reeds in het kader van de Derde Internationale Noordzee Conferentie in Den Haag (1990) toegezegd om alle identificeerbare PCB’s te verwijderen voor het eind van 1999. De Richtlijn bevatte uiteindelijk echter minder strenge verplichtingen dan het ‘Noordzee-akkoord’. Dit was het gevolg van het feit dat een aantal lidstaten die niet betrokken waren bij dit akkoord anders niet mee zouden werken aan de totstandkoming van de Richtlijn.

Eind 2000 heeft de commissie voor milieu van het Europees Parlement verslag gedaan over de uitvoering van de richtlijn. Zij heeft daarin opgemerkt dat ondanks de door de lidstaten gedane beloftes er nog weinig was gedaan. Nederland werd echter (samen met Finland) als eervolle uitzondering genoemd.[557] Daarnaast constateerde de parlementaire commissie dat PCB’s nog in aanzienlijke hoeveelheden werden gebruikt en riep de Commissie op tot het nemen van maatregelen.

Vervolgens bracht de Commissie in november 2001 een strategie uit inzake dioxinen, furanen en PCB’s.[558] De Commissie sprak hierin de verwachting uit dat de (inmiddels vastgestelde) Richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA; zie § ???) een vergaande invloed zou hebben op de gescheiden inzameling en milieuvriendelijke verwijdering van elektrische apparaten die PCB’s bevatten, omdat hierin expliciet de verplichting is opgenomen om de gevaarlijke onderdelen uit elektrische en elektronische apparatuur te verwijderen alvorens enige verdere verwerking plaatsvindt.

5.6.6 De omzetting in nationale regelgeving

Richtlijn 96/59 is omgezet via de Regeling verwijdering van PCB’s[559] die op 19 augustus 1998 van kracht is geworden. De regeling bevat ten aanzien van de verwijdering van apparaten die meer dan vijf kubieke decimeter aan PCB’s bevatten een aanzienlijk strengere einddatum dan de Richtlijn. In plaats van het jaar 2010 is in de Regeling neergelegd dat de verwijdering moet zijn voltooid per 31 december 1999. De keuze voor deze eerdere einddatum is te verklaren uit de betrokkenheid van Nederland bij het Noordzee-akkoord. Bij dit akkoord is, zoals reeds vermeld, afgesproken dat alle identificeerbare PCB’s verwijderd dienden te worden vóór 1 januari 2000. De Minister van VROM was van mening dat voor het vervroegen van de einddatum ruimte bestond aangezien de rechtsgrondslag van de Richtlijn artikel 130s (thans art. 192 VwEU) was. Apparaten met meer dan 5 mg PCB’s per kg dienden vóór eind 2001 te zijn gereinigd of verwijderd. Voor apparaten met een concentratie tussen de 0,5 en 5 mg per kg geldt dat dit vóór eind 2003 gedaan moest zijn.[560]

5.6.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

Het Afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP-2) bevat een sectorplan voor PCB-houdende afvalstoffen waarin onder andere minimumstandaarden zijn gegeven ten behoeve van vergunningverlening.[561] De minimumstandaard voor het be- en verwerken van PCB-houdende apparaten is aftappen en spoelen van de apparaten. Na het aftappen en spoelen moet het PCB-gehalte van de in het apparaat aanwezige vloeistof lager zijn dan 0,5 mg/kg PCB’s per congeneer 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180 betrokken op het vulmiddel. De minimumstandaard voor het be- en verwerken van PCB-houdende olie en overige PCB-houdende afvalstoffen is verwijderen door verbranden. Hierbij moet verzekerd zijn dat de PCB’s worden vernietigd of onomkeerbaar worden omgezet.

Verder wordt volgens het sectorplan de in- en uitvoer van PCB-houdende apparaten, PCB-houdende olie en overige PCB-houdende afvalstoffen aangemerkt als in- en uitvoer voor verwijdering, aangezien de Richtlijn nu eenmaal de vernietiging van alle PCB’s beoogt. Uitvoer voor (voorlopige) verwijdering is in beginsel toegestaan, tenzij de afvalstoffen worden gestort. Invoer voor (voorlopige) verwijdering is in beginsel toegestaan, indien de afvalstof niet gestort wordt en wanneer de PCB’s worden vernietigd.

In de toelichting op het sectorplan voor PCB-houdende afvalstoffen wordt melding gemaakt van onderzoek door de VROM-Inspectie naar de aanwezigheid van PCB’s in transformatoren. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in de rapporten ‘De uitvoering van de PCB-regelgeving voor transformatoren. Handhavingsrapport over de sanering van PCB’s bevattende transformatoren bij het netbeheer voor de distributie van elektriciteit’[562] en ‘ Toezicht op de naleving van de regelgeving met betrekking tot PCB’s door niet-elektriciteitsbedrijven’.[563] Uit deze rapporten kan worden geconcludeerd dat een belangrijke bron van Nederlandse PCB-houdende afvalstoffen, de transformatoren en condensatoren, inmiddels grotendeels is verwijderd. De VROM-Inspectie heeft aanbevolen om via de elektriciteitsnetbeheerders en de onderhoudsbedrijven voorlichtingsmateriaal beschikbaar te stellen om de eigenaren van transformatoren te wijzen op de verplichting tot het op juiste wijze saneren van nog aanwezige PCB-houdende transformatoren.

Uit de meldingsgegevens blijkt dat jaarlijks substantiële hoeveelheden PCB-houdend afval wordengeëxporteerd. PCB-verontreiniging blijkt niet alleen voor te komen in transformatoren en condensatoren, maar ook in hydraulische apparatuur en met olie gevulde verwarmingsradiatoren. Voorts kunnen PCB-houdende apparatuur en producten (ongewild) worden geïmporteerd uit landen, zoals Oost-Europa en China, waar nog niet zo lang een verbod op het op de markt brengen van PCB’s geldt.

In 2008 is opnieuw onderzoek gedaan door de VROM-Inspectie naar aanleiding van twee incidenten van PCB-verontreiniging, namelijk vam een rioolwateroverstort en van slib van een afvalwaterzuiveringsinstallatie.[564] Uit het onderzoek bleek dat er in 2007 nog enkele duizenden PCB-houdende bronnen aanwezig waren en dat het aanbod van PCB-houdende bronnen in het afvalstadium steeds verder afneemt.

Referenties

MWH (2008). Volg de olie. Ketenonderzoek PCB’s. Inventarisatie van PCB-houdende bronnen in Nederland anno 2006. Arnhem. Beschikbaar via: http://www.vng.nl/Documenten/Extranet/Milieu/Ketenonderzoek_PCB.pdf.

VROM-Inspectie (2005a). De uitvoering van de PCB-regelgeving voor transformatoren. Handhavingsrapport over de sanering van PCB’s bevattende transformatoren bij het netbeheer voor de distributie van elektriciteit. Haarlem. Beschikbaar via: http://www.lap2.nl/sn_documents/downloads/03%20Wet-%20en%20regelgeving/Overig/Handhavingsrapport%20Uitvoering%20van%20de%20PCB-regelgeving%20voor%20transformatoren.pdf.

VROM-Inspectie (2005b). Toezicht op de naleving van de regelgeving met betrekking tot PCB’s door niet-elektriciteitsbedrijven. Haarlem. Beschikbaar via: http://www.lap2.nl/sn_documents/downloads/03%20Wet-%20en%20regelgeving/Overig/Handhavingsrapport%20naleving%20PCB-regelgeving%20door%20niet-elektriciteitsbedrijven.pdf.

[558] COM(2001)593.

[559] Stcrt. 1998, 154 (en wijzigingen).

[560] VROM (2003), p. 211.

[561] TK 2009-2010, 30872, nr. 49, zoals gewijzigd bij Stcrt. 2010, 2730, sectorplan 64.

[562] VROM-Inspectie (2005a).

[563] VROM-Inspectie (2005b).

[564] MWH (2008).