Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

5.9 Batterijen en accu’s

5.9.1 Overzicht van EU-regelgeving

2006/66/EG (PbEU L266, 26.9.2006)

Richtlijn inzake batterijen en accu’s, alsook afgedankte batterijen en accu’s en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG

2008/12/EG (PbEU L76, 19.3.2008)

Wijzigingsrichtlijn met betrekking tot de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden

2008/103/EG (PbEU L327, 5.12.2008)

Wijzigingsrichtlijn inzake het op de markt brengen van batterijen en accu’s

2008/763/EG (PbEU L262, 1.10.2008)

Beschikking tot vaststelling van een gemeenschappelijke methode voor de berekening van de jaarlijkse verkoop van draagbare batterijen en accu’s aan eindgebruikers

2009/603/EG (PbEU L206, 8.8.2009)

Beschikking tot vaststelling van voorschriften voor de registratie van producenten van batterijen en accu’s

2009/851/EG (PbEU L312, 27.11.2009)

Beschikking tot vaststelling van een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van de Richtlijn

1103/2010 (PbEU L313, 30.11.2010)

Verordening tot vaststelling van voorschriften voor de vermelding van de capaciteit op draagbare secundaire (oplaadbare) batterijen en accu's en autobatterijen en -accu's

Rechtsgrondslag

Artt. 95 en 175 EG-verdrag (thans artt. 114 en 192 VwEU)

Bindende termijnen

Inwerkingtreding

26 september 2008

Omzetting in nationale regelgeving

28 september 2008

Verslag van de lidstaten

26 juni 2013

Verslag van de Commissie

26 maart 2014

5.9.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

Wet milieubeheer

Stb. 1994, 80 (en wijzigingen)

Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

Stb. 1997, 665 (en wijzigingen)

Besluit beheer batterijen en accu’s 2008

Stb. 2008, 364

Regeling beheer batterijen en accu’s 2008

Stcrt. 2008, 181

Regeling mededelingenformulier batterijen en accu’s 2008

Stcrt. 2008, 183

Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP-2)

TK 2009-2010, 30872, nr. 49 (gewijzigd bij Stcrt. 2010, 2730)

5.9.3 Doelstelling van de Richtlijn

Hoofddoel van Richtlijn 2006/66 is het negatieve effect van batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's op het milieu te minimaliseren en zo bij te dragen aan de bescherming, instandhouding en verbetering van de kwaliteit van het milieu. Daartoe stelt de richtlijn het volgende vast:

1. voorschriften voor het op de markt brengen van batterijen en accu's; en met name een verbod bepaalde batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten op de markt te brengen; en

2. specifieke voorschriften voor de inzameling, verwerking, recycling en verwijdering van afgedankte batterijen en accu's, ter aanvulling van de betrokken communautaire wetgeving inzake afvalstoffen en ter bevordering van een hoog niveau van inzameling en recycling van afgedankte batterijen en accu's.

Richtlijn 2006/66 vervangt Richtlijn 91/157 die de harmonisatie van de regelgeving van de lidstaten beoogde.

5.9.4 Samenvatting van de Richtlijn

Richtlijn 2006/66 is van toepassing op alle typen batterijen en accu's, ongeacht hun vorm, volume, gewicht, samenstelling of gebruik behalve wanneer zij worden gebruikt in: a) apparatuur die wordt aangewend in samenhang met de bescherming van wezenlijke belangen in verband met de veiligheid van de lidstaten, wapens, munitie, en oorlogsmateriaal, met uitzondering van producten die niet voor specifieke militaire doeleinden zijn bestemd en apparatuur bestemd om de ruimte in gestuurd te worden (art. 2).

De Richtlijn verbiedt per 26 september 2008 het in de handel brengen van alle, al dan niet in apparaten ingebouwde batterijen en accu's, die meer dan 0,0005 gewichtsprocent kwik bevatten (art. 4 lid 1 sub a). Een uitzondering geldt echter voor knoopcellen. Deze mogen een kwikgehalte van ten hoogste 2 gewichtsprocent bevatten. Daarnaast verbiedt de Richtlijn het in de handel brengen van draagbare batterijen of accu's, ook die welke in apparaten zijn ingebouwd, die meer dan 0,002 gewichtsprocent cadmium bevatten art. 4 lid 1 sub b). Dit verbod is niet van toepassing op draagbare batterijen en accu's die zijn bestemd voor gebruik in: a) nood- en alarmsystemen, met inbegrip van noodverlichting; b) medische apparatuur; of c) draadloze elektrische gereedschappen. Deze laatste uitzondering zal door de Commissie opnieuw worden bezien en aan haar is opgedragen daarover een verslag in te dienen met, indien passend, relevante voorstellen met het oog op het verbieden van cadmium in batterijen en accu's.

De Richtlijn verplicht de lidstaten om geschikte inzamelingssystemen op te zetten voor afgedankte batterijen en accu’s (art. 8). De lidstaten moeten de volgende minimum inzamelingspercentages bereiken (art. 10):

a) 25 % uiterlijk op 26 september 2012;

b) 45 % uiterlijk op 26 september 2016.

Daarnaast dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat uiterlijk op 26 september 2009 (art. 12):

a) de producenten of derden, met gebruikmaking van de beste beschikbare technieken voor de bescherming van de gezondheid en het milieu, systemen opzetten voor de verwerking en recycling van afgedankte batterijen en accu's; en

b) alle identificeerbare batterijen en accu’s zijn ingezameld, door middel van systemen worden verwerkt en gerecycled die ten minste voldoen aan de communautaire wetgeving, met name op het gebied van gezondheid, veiligheid en afvalbeheer.

Voorts moeten de lidstaten de ontwikkeling van nieuwe recycling- en verwerkingstechnologieën aanmoedigen, en onderzoek bevorderen naar milieuvriendelijke en kosteneffectieve recyclingmethoden aangepast aan alle typen batterijen en accu's (art. 13).

De richtlijn bevat verder een uitgewerkte bepaling over voorlichting aan eindgebruikers van batterijen en accu’s. Zij moeten volledig worden geïnformeerd over (art. 20):

a) de potentiële effecten van in batterijen en accu’s gebruikte stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid;

b) de wenselijkheid dat afgedankte batterijen en accu's niet als ongesorteerd stedelijk afval worden weggegooid, en dat wordt deelgenomen aan de gescheiden inzameling ervan, teneinde de verwerking en recycling te vergemakkelijken;

c) de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclingsystemen;

d) hun rol bij de recycling van afgedankte batterijen en accu's;

e) de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes en van de chemische symbolen Hg, Cd en Pb.

Op basis van artikel 22 is aan de lidstaten opgedragen om de drie jaar aan de Commissie verslag te doen over de uitvoering van de Richtlijn waarbij het eerste verslag uiterlijk op 26 juni 2013 wordt verwacht. De Commissie dient op basis van de nationale verslagen een verslag te publiceren over de uitvoering van de richtlijn en over het effect van de richtlijn op het milieu en het functioneren van de interne markt. Na de ontvangst van de tweede verslagen, dus in 2016, moet de Commissie een evaluatie verrichten van de volgende aspecten van de Richtlijn:

a) de wenselijkheid van verdere risicobeheersmaatregelen voor batterijen en accu's die zware metalen bevatten;

b) de wenselijkheid van de minimum inzamelingsdoelstellingen voor alle draagbare afgedankte batterijen en accu's alsmede de mogelijkheid om verdere doelstellingen voor latere jaren in te voeren, met inachtneming van de technische vooruitgang en de in de lidstaten opgedane praktijkervaring;

c) de wenselijkheid van de in bijlage III, deel B, genoemde minimale recyclingvereisten, met inachtneming van de door de lidstaten verstrekte informatie, de technische vooruitgang en de in de lidstaten opgedane praktijkervaring.

5.9.4 Achtergrond en ontwikkeling van de Richtlijn

Na eerdere mislukte pogingen in 1999 en 2001[657], kondigde de Commissie in 2003 aan Richtlijn 91/557 te willen herzien. De wijziging werd nodig geacht omdat de bestaande Richtlijn er niet voldoende houvast bood om de gewenste doelstellingen voor de bescherming van het milieu en een goede werking van de interne markt te realiseren. Vervolgens is een consultatieronde gestart, waarbij onder meer het ministerie van VROM is geraadpleegd.[658] VROM zag een inzamelingsdoelstelling van 70-80% als haalbaar en redelijk evenals een doelstelling van 90-100% voor nuttige toepassing van de ingezamelde batterijen. Tevens gaf VROM aan een voorstander te zijn van de invoering van producentenverantwoordelijkheid. Op 21 november 2003 bracht de Commissie het wijzigingsvoorstel uit.[659] Het voorstel bevatte verplichte recyclingsquota voor alle batterijen, vereiste het opzetten van inzamelingssystemen en verbood de definitieve verwijdering van auto- en industriële batterijen en -accu’s op vuilstortplaatsen of door verbranding. Eerdere plannen om het op de markt brengen van nikkel-cadmium batterijen te verbieden zijn niet doorgezet. De tekst van de Richtlijn is uiteindelijk in 2006 vastgesteld en gepubliceerd.

5.9.5 De omzetting in nationale regelgeving

Richtlijn 91/157, de voorganger van Richtlijn 2006/66, was in de Nederlandse regelgeving omgezet door middel van het Besluit tot vaststelling van regels inzake batterijen en accu’s die kwik, cadmium of lood bevatten[660]. In 1995 is dit vervangen door het Besluit beheer batterijen (voorheen: Besluit verwijdering batterijen).[661] Laatstgenoemd besluit had overigens betrekking op alle batterijen (met een gewicht tot en met 1 kg), dus niet alleen op batterijen die kwik, cadmium of lood bevatten. Het besluit verplichtte producenten en importeurs van batterijen er voor te zorgen dat de door hen op de markt gebrachte batterijen werden ingezameld en verwerkt met het oog op nuttige toepassing. Richtlijn 93/86 is omgezet door de Regeling vaststelling nadere regels aanduiding van batterijen en accu’s die kwik, cadmium of lood bevatten.[662] Ter implementatie van Richtlijn 98/101 is in november 2000 het Besluit beheer batterijen gewijzigd.[663]

Ter implementatie van Richtlijn 2006/66 zijn het Besluit beheer batterijen en de Regeling en de Nadere regels ter aanduiding van batterijen en accu’s die kwik, cadmium of lood bevatten in vervangen door het Besluit beheer batterijen en accu’s 2008[664] en de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008.[665] Deze regelgeving bevat eisen over maximale hoeveelheden gevaarlijk stoffen, en ook voorschriften voor inzameling, verwerking, materiaalhergebruik en verwijdering van batterijen en accu’s. Voor fabrikanten geldt dat ze moeten bijdragen aan het verbeteren van de algehele milieuprestaties van batterijen en accu’s gedurende hun gehele levenscyclus, evenals de ontwikkeling en het in de handel brengen van batterijen en accu's die kleinere hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten of die minder verontreinigende stoffen bevatten, in het bijzonder als substituten voor kwik, cadmium en lood.

Bij de implementatie van Richtlijn 2006/66/EG is gekozen voor een systeem van producentenverantwoordelijkheid: producenten van batterijen en accu’s zijn voor het beheer van batterijen en accu’s als afvalstof verantwoordelijk, zowel materieel als financieel. Ter ondersteuning hiervan is een mededelingsplicht in het leven geroepen, die ook in andere zogenoemde productbesluiten op grond van de Wet milieubeheer is opgenomen, om ervoor te zorgen dat bedrijven uitvoering zullen geven aan hun verplichtingen. Op grond van deze mededelingsplicht moeten producenten en importeurs van batterijen en accu’s aan de minister van Infrastructuur en Milieu laten weten op welke wijze zij uitvoering zullen geven aan de verplichtingen die op hen rusten op grond van de regeling. Voor het doen van de mededeling, hetgeen in feite neerkomt op het indienen van een plan van aanpak, is een formulier vastgesteld bij de Regeling mededelingenformulier batterijen en accu’s 2008.[666] Een mededeling kan individueel of collectief worden ingediend. Collectieve mededelingen zijn gedaan door de Stichting Batterijen (Stibat) en Auto Recycling Nederland (ARN).

Met het Besluit beheer batterijen uit 2008 is de reikwijdte van de regeling uitgebreid naar alle producenten en fabrikanten van batterijen en accu's. Voor de verplichting tot het doen van een mededeling is het gewicht van de batterij of accu dus geen onderscheidend criterium meer. Producenten en fabrikanten moeten in de mededeling uitleggen op welke wijze de inzameling of inname van batterijen en accu's zal plaatsvinden en op welke wijze inzameldoelstellingen - indien van toepassing- zullen worden behaald.

Het Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP-2) bevat een sectorplan gewijd aan batterijen en accu’s.[667] Het sectorplan definieert de minimumstandaard voor verwerking en de specifieke uitwerking van de voorschriften voor in- en uitvoer van batterijen en accu’s. Op basis van LAP-2 is de minimumstandaard voor het be- en verwerken van batterijen en accu’s het afscheiden van vloeistoffen en zuren gevolgd door materiaalhergebruik. Per type batterij of accu betekent dit het volgende:

  1. Voor lood-zuurbatterijen en -accu’s is de minimumstandaard scheiding in componenten gevolgd door (opsomming cumulatief):

    • materiaalhergebruik van zuur, lood, en andere herbruikbare metalen,

    • nuttige toepassing van de kunststofcomponenten m.u.v. bakelietafval,

    • verbranden van bakelietafval, en

    • storten van niet herbruikbare componenten zoals bouten, klemmen en dergelijke.

       

  2. Voor nikkel-cadmiumbatterijen en -accu’s (opsomming cumulatief):

    • materiaalhergebruik van ten minste 75% van het gemiddelde gewicht,

    • zo veel mogelijk materiaalhergebruik van het cadmium als technisch en financieel haalbaar is, en

    • materiaalhergebruik van de aanwezige metalen.

       

  3. Voor andere afgedankte batterijen en accu's (opsomming cumulatief):

    • materiaalhergebruik van ten minste 50% van het gemiddelde gewicht, en

    • materiaalhergebruik van de aanwezige metalen.

5.9.6 Uitvoering en effecten in de praktijk

In het Nederlandse milieubeleid bestaat al lange tijd aandacht voor het reduceren van het gehalte zware metalen (met name kwik en cadmium) in batterijen en het gescheiden inzamelen en recyclen van batterijen. In de jaren ’80 werd hiertoe een drietal convenanten afgesloten.[668]

Toen er wegwerpbatterijen op de markt kwamen die vrijwel geen kwik meer bevatten, verschoof het accent naar het afvalstadium van de batterijen. Gescheiden inzameling bleef om drie redenen belangrijk:

  • ook de nieuwe generatie wegwerpbatterijen bevatte nog stoffen die niet tussen het ‘gewone’ huishoudelijk afval thuishoren en ook vanuit een oogpunt van zuinig grondstoffengebruik teruggewonnen zouden moeten worden, zoals zink;

  • er werden nog steeds ‘oude’, kwikhoudende wegwerpbatterijen afgedankt;

  • de steeds populairder wordende oplaadbare batterijen bevatten cadmium.

Met de fabrikanten en importeurs, verenigd in de Nefibat, werd in 1994 afgesproken dat zij per 1 januari 1995 een verwijderingsplan gereed zouden hebben. Per 1 januari 1996 zou 80% van de batterijen moeten worden ingezameld en per 1 januari 1998 90%. Als ‘stok achter de deur’ was er het vooruitzicht van een (door art. 7 van de Richtlijn expliciet als mogelijkheid genoemde) statiegeldregeling, indien de doelstellingen niet gehaald zouden worden. Uiteindelijk werden de Nefibat en de Minister van VROM het in de loop van 1995 eens over een verwijderingsplan, waarin de branche de verantwoordelijkheid voor de inzameling en verwerking op zich nam.. De uitvoering van het plan is in handen gelegd van de Stichting Batterijen (Stibat).[669]

De doelstelling van dit eerste verwijderingsplan (90% inzameling in 1998) is niet gehaald. Het inzamelpercentage bedroeg in 1998 77%.[670] Dit heeft overigens niet geleid tot de invoering van een statiegeldsysteem. In een tweede ‘Stibatplan’ gold voor het jaar 2003 opnieuw een doelstelling van 90% inzameling (maar nu berekend als percentage van het aantal afgedankte batterijen en niet meer als percentage van het aantal verkochte batterijen). In 1999 bedroeg het inzamelpercentage (volgens de nieuwe berekeningsmethode) 70%. Uiteindelijk werd de doelstelling lang niet gehaald en bleef het inzamelingspercentage op 71% steken.[671] Vervolgens werd het derde Stibat-beheerplan van kracht (2003-2008). Doel hiervan was om in 2008 80% van de lege batterijen in te zamelen voor recycling.[672] Het plan was van toepassing op alle batterijen tot en met 1000 gram, waaronder ook batterijen vallen die met apparaten worden geleverd.[673]

Naast de inzameling vormde ook de verwerking van afgedankte batterijen lange tijd een bron van hoofdbrekens. Eind jaren ’80 werd bekend dat batterijen uit Nederland op stortplaatsen in de toenmalige DDR belandden. Deze manier van verwijderen werd per 1 januari 1990 verboden. Omdat verwerkingsmethoden waarbij de in de batterijen aanwezige metalen worden gerecycled veelal nog te duur waren, werden de meeste apart ingezamelde batterijen vervolgens tijdelijk opgeslagen in de C2-deponie op de Maasvlakte. Na een brand die in 1992 in deze deponie woedde, werd de druk om naar andere oplossingen te zoeken groter. Voor batterijen en accu’s is krachtens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen[674] een stortverbod van kracht geworden. Inmiddels wordt het merendeel van de ingezamelde batterijen verwerkt, waarbij de in de batterijen aanwezige metalen worden teruggewonnen. Tabel 5.9.1 geeft een overzicht van de batterijtypen en hoeveelheden en de recyclingbedrijven die de verwerking uitvoeren.

<!-- --> <!-- -->

Batterijtypen

Hoeveelheid

Recyclingbedrijven

Eenmalige batterijen

Alkaline, zinkkoolstof, litium primair

2.103 ton

Valdi (Frankrijk), Redux (Duitsland), Accurec (Duitsland), Batrec (Zwitserland)

Oplaadbare batterijen

Nikkelcadmium, nikkelmetaalhydride, lithium-ion, loodhoudend

1.226 ton

Redux (Duitsland), Accurec (Duitsland), Campine (België), Umicore (België),


Bron: Stibat (2010).

Met de invoering van de nieuwe regeling in 2008 zijn alle producenten en importeurs van (producten met) batterijen wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en recycling van alle batterijen die zij op de Nederlandse markt brengen. Zij moeten bovendien de aantallen, het gewicht en de chemische samenstelling van de verkochte batterijen rapporteren. De Stichting Batterijen (Stibat) heeft op zich genomen om voor bij haar aangesloten deelnemers invulling te geven aan de inzamel- en recyclingverplichting en tevens aan verwante administratieve taken. Eind 2009 waren 792 producenten en importeurs als deelnemer bij Stibat aangesloten.[675]

Stibat heeft een netwerk van inleverpunten opgezet voornamelijk bestaande uit winkels en basisscholen. Eind 2009 bedroeg het aantal inleverpunten 22.679.[676] Dit aantal is fors toegenomen omdat op basis van de regelgeving uit 2008 alle distributeurs van (producten met) batterijen verplicht zijn afgedankte batterijen in te nemen. Daarnaast voorzien professionele afvalinzamelaars Stibat van afgedankte batterijen.

Het totaal van de in Nederland ingezamelde draagbare batterijen bedroeg 3.309.242 kg in 2009.[677] Voor de berekening van het inzamelpercentage werd tot 2009 uitgegaan van de hoeveelheid ingezamelde batterijen ten opzichte van de hoeveelheid afgedankte batterijen. De regeling uit 2008 schrijft echter een berekeningsmethode voor die uitgaat van de hoeveelheid ingezamelde draagbare batterijen, afgezet tegen het gemiddelde van de draagbare batterijen die in de laatste drie jaar zijn verkocht. De uitkomsten van de twee berekeningsmethoden voor het inzamelpercentage wijken sterk van elkaar af. In 2009 bedroeg het inzamelpercentage in Nederland volgens de nieuwe berekeningsmethode 40%.[678] Dit komt overeen met 88% van de afgedankte batterijen. Dat betekent dat de doelstelling van 25% voor 2012 al is gehaald en die van 45% voor 2016 ook binnen bereik ligt. Uit onderzoek is gebleken dat negen op de tien Nederlanders het belangrijk vinden om batterijen gescheiden in te leveren en acht op de tien Nederlanders dat ook daadwerkelijk doen.[679]

Referenties

Biersma, R. (1999). Gevraagd: lege batterijen. NRC Handelsblad, 20 december 1999.

Stibat (2000). Jaarverslag 1999. Zoetermeer.

Stibat (2003). Beheerplan 2003-2008. Zoetermeer.

Stibat (2004). Jaarverslag 2003. Zoetermeer.

Stibat (2010). Jaarverslag 2009 Stichting Batterijen. Zoetermeer.

[657] ENDS Environment Daily, 10 april 2001.

[659] COM(2003)723.

[660] Stb. 1992, 486.

[661] Stb. 1995, 45 (en wijzigingen)..

[662] Stcrt. 1993, 223.

[663] Stb. 2000, 487.

[664] Stb. 2008, 364.

[665] Stcrt. 2008, 181.

[666] Stcrt. 2008, 183.

[667] TK 2009-2010, 30872, nr. 49, zoals gewijzigd bij Stcrt. 2010, 2730, sectorplan 13.

[668] (1) Gedragscode tot het niet meer in Nederland op de markt brengen van kwikoxydebatterijen voor hoortoestellen en de beperking van het gebruik van kwikoxydebatterijen voor andere doeleinden. TK 1985/86, 19 200, hfs. XI, nr. 16. (2) Gedragscode tot het verminderen in afval van de hoeveelheid kwik afkomstig uit alkaline batterijen die in Nederland op de markt worden gebracht (looptijd 1/1/1987 – 31/12/1991). (3) Gedragscode voor oplaadbare nikkel-cadmium batterijen/accu’s in het afvalstadium.Tweede Kamer, 1988/89, 20 800, hfs. XI, nr. 137.

[669] Naast Stibat houdt ook de onderneming Battrex zich bezig met het inzamelen van batterijen.

[670] Biersma (1999).

[671] Stibat (2004), p. 11.

[672] Stibat (2003), p. 14.

[673] Stibat (2003), p. 6.

[674] Stb. 1997, 665 (en wijzigingen).

[675] Stibat (2010), p. 5.

[676] Stibat (2010), p. 11.

[677] Stibat (2010), p. 12.

[678] Stibat (2010), p. 12.

[679] Stibat (2010), p. 10.