Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

6.6 Emissies van pleziervaartuigen

6.6.1 Overzicht van EU-regelgeving

94/25/EG (PbEG L164, 30.6.1994)

Richtlijn inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid- Staten met betrekking tot pleziervaartuigen

2003/44/EG (PbEU L214, 26.8.2003)

voorgesteld 12.10.2000 – COM(2000) 639

Wijziging

Rechtsgrondslag

Artikel 95 EG-verdrag (thans art. 114 VwEU)

Bindende termijnen

Inwerkingtreding

26 augustus 2003

Omzetting in nationale regelgeving

30 juni 2004

Toepassing van de bepalingen door de lidstaten

1 januari 2005

Toepassing van emissienormen (m.u.v. tweetaktmotoren met elektrische ontsteking)

1 januari 2006

Verslag van de Commissie over mogelijkheden van strengere emissie-eisen

31 december 2006

Toepassing van emissienormen op tweetaktmotoren met elektrische ontsteking

1 januari 2007

Voorstellen van de Commissie voor strengere emissie-eisen (indien nodig)

31 december 2007

6.6.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving en uitvoeringsdocumenten

Wijziging van de Wet pleziervaartuigen

Stb. 2004, 604

6.6.3 Doelstelling van de Richtlijn

Richtlijn 2003/44 voorziet in een wijziging van Richtlijn 94/25. Laatstgenoemde Richtlijn bevat normen voor het ontwerp en de constructie van pleziervaartuigen, maar bevatte oorspronkelijk geen bepalingen betreffende lucht- en geluidsemissies. Richtlijn 2003/44 introduceert grenswaarden voor deze emissies. Daarnaast bevat ze enkele kleine technische aanpassingen en breidt ze het bereik van Richtlijn 94/25 uit tot waterscooters.

6.6.4 Samenvatting van de Richtlijn

Toepassingsgebied van de Richtlijn

De (gewijzigde) Richtlijn 94/25 heeft betrekking op pleziervaartuigen (vaartuigen met een romplengte van 2,5 tot 24 meter, bedoeld voor sport- en vrijetijds­doeleinden) en op waterscooters. De eisen m.b.t. de uitlaatemissies zijn van toepassing op motoren die gemonteerd zijn op, of bestemd zijn voor montage op of in zulke vaartuigen. De eisen m.b.t. geluidsemissies gelden voor pleziervaartuigen met hekmotoren (zonder geïntegreerde uitlaat) of binnenboordmotoren en waterscooters, alsmede voor buitenboordmotoren en hekmotoren met geïntegreerde uitlaat, bestemd voor montage op pleziervaartuigen (art.1, lid 1). Een aantal categorieën vaartuigen (waaronder wedstrijd- en trainingsroeiboten, kano’s, kajaks, gondels, waterfietsen, zeil- en surfplanken, alsmede - onder bepaalde voorwaarden -historische, experimentele en voor persoonlijk gebruik gebouwde vaartuigen) vallen buiten de werkingssfeer van de Richtlijn (art. 1, lid 2).

Vrij verkeer van goederen

Als producten die onder de Richtlijn vallen en aan de eisen ervan voldoen op de markt worden gebracht, moeten ze zijn voorzien van de CE-markering van overeenstemming (art. 10). De lidstaten mogen het in de handel brengen en/of in gebruik nemen van deze producten niet verbieden, beperken of belemmeren als ze zijn voorzien van de CE-markering (art. 4).

Emissiegrenswaarden voor lucht en geluid (Bijlage I, punt B.2)

De maximum-grenswaarden voor de emissies van koolmonoxide (CO), koolwaterstoffen (HC), stikstofoxiden (NOx) en deeltjes uit motoren die op pleziervaartuigen worden gebruikt staan vermeld in Tabel ???. De grenswaarden voor de geluidsemissies van pleziervaartuigen en hun buitenboordmotoren staan vermeld in Tabel ???.

<!-- --> <!-- -->

Type

Koolmonoxide

CO = A + B/(PN)n

Koolwaterstoffen

HC = A + B/(PN)n

Stikstof­oxiden (NOx)

Deel­tjes

A

B

n

A

B

n

Tweetakt elektrische ontsteking

150,0

600,0

1,0

30,0

100,0

0,75

10,0

n.v.t.

Viertakt elektrische ontsteking

150,0

600,0

1,0

6,0

50,0

0,75

15,0

n.v.t.

Compressie­ontsteking

5,0

0

0

1,5

2,0

0,5

9,8

1,0


NB: A, B en n zijn constanten overeenkomstig de tabel. PN is het nominale vermogen in kW.

<!-- --> <!-- -->

Motorvermogen (éénmotorig) in kW

Maximaal geluidsdrukniveau in dB

PN ≤ 10

67

10 ≤ PN ≤ 40

72

PN > 40

75


NB: PN = nominaal vermogen van de motor in kW bij nominaal toerental.

Technische wijzigingen

Het comité dat bij de oorspronkelijke Richtlijn (art. 6, lid 3) werd ingesteld staat de Commissie bij bij het vaststellen van wijzigingen in de technische voorschriften, waaronder de normen voor de bepaling van uitlaat- en geluidsemissies (art. 6 bis).

Verslaglegging en wijziging

Uiterlijk eind 2006 diende de Commissie verslag uit te brengen over de mogelijkheden van verdere verbeteringen in de milieueigenschappen van motoren.[846] Op basis hiervan moest zij uiterlijk eind 2007 zo nodig wijzigingsvoorstellen indienen, rekening houdend met ondermeer de noodzaak van verdere emissiereductie, de eventuele voordelen van een systeem voor conformiteitscontrole onder bedrijfsomstandig­heden, de beschikbaarheid van kosteneffectieve technieken voor emissiebeheersing en de noodzaak van een vermindering van de verdamping en het morsen van brandstof (art. 2 van Richtlijn 2003/44).

Sancties

De lidstaten moeten zorgen voor doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor inbreuken op de nationale regelgeving waarmee de Richtlijn wordt geïmplementeerd (art. 4 van Richtlijn 2003/44).

6.6.5 Achtergrond en totstandkoming van de Richtlijn

De Commissie heeft het voorstel voor Richtlijn 2003/44 ontwikkeld op verzoek van lidstaten, gebruikers en de industrie, aangezien sommige lidstaten al hun eigen wetgeving voor het reguleren van de emissies van pleziervaartuigen hadden ingevoerd en andere zulks van plan waren. De wildgroei van dit soort wetgeving vormde een bedreiging voor de eenheid van de interne markt en zou een handelsbelemmering kunnen vormen. Naast de beoogde bijdrage aan het soepel functioneren van de interne markt had het voorstel ook tot doel om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen door het verminderen van uitlaat- en geluidsemissies.

Hoewel de emissies van pleziervaartuigen slecht een betrekkelijk klein aandeel van de totale emissies in Europa uitmaken (0,5% voor koolwaterstoffen en nog minder voor CO en NOx) betoogde de Commissie in haar toelichting bij het voorstel dat deze cijfers misleidend waren, gezien het lokale karakter van het gebruik van pleziervaartuigen. Doordat deze vaartuigen worden gebruikt op het open water, en dan vooral in zonnige weekends, kan hun bijdrage aan lokale milieuproblemen aanzienlijk zijn. Studies in Duitsland en Zweden hebben vastgesteld dat de toxiciteit van de dieselemissies van schepen een bedreiging vormt voor het aquatisch leven. Uit Amerikaans onderzoek komt naar voren dat het geluid van pleziervaartuigen ook een negatief effect op de fauna kan hebben. Vandaar dat de Commissie in november 2000 het voorstel tot wijziging van Richtlijn 94/25 publiceerde.

Tijdens de eerste lezing in het Europees Parlement in juli 2001 werd ervoor gepleit om de werkingssfeer van de Richtlijn te beperken tot vaartuigen en motoren die na de inwerkingtreding van de Richtlijn op de markt gebracht of in gebruik genomen zouden worden, en om vaartuigen en motoren die voor persoonlijk gebruik gebouwd worden er buiten te houden. Verder was het Parlement erop gebrand om strengere emissie-eisen op te leggen aan motoren die gebruikt worden op vaartuigen op meren, aangezien stilstaand water relatief kwetsbaar is. Ook wenste het Parlement de invoering van een systeem van tests in de gebruiksfase.

In april 2002 accepteerde de Raad in zijn Gemeenschappelijk Standpunt de suggesties van het Parlement met betrekking tot de werkingssfeer van de Richtlijn, ook al had de Commissie, in haar gewijzigde voorstel, de uitzondering voor voor persoonlijk gebruik gebouwde motoren verworpen. Zowel de Commissie als de Raad verwierpen het pleidooi van het Parlement voor strengere emissie-eisen voor bepaalde binnenwateren en voor tests in de gebruiksfase. Met name het eerste werd geacht een zaak voor de lidstaten te zijn.

In zijn tweede lezing, in september 2002, hield het Parlement echter vast aan beide elementen, waardoor een conciliatieprocedure onvermijdelijk werd. Deze vond begin 2003 plaats, waarbij het Parlement op beide punten toegaf, in ruil voor concessies op andere technische punten. De Raad en het Parlement waren het er wel over eens dat het verslag van de Commissie in 2006 aandacht zou moeten besteden aan de noodzaak van strengere emissienormen en de invoering van tests onder bedrijfsomstandigheden.

6.6.6 De omzetting in nationale regelgeving

De Richtlijn is in Nederlands recht omgezet door middel van een wij­ziging van de Wet pleziervaartuigen[847].

6.6.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

De uitstoot van NOx door de pleziervaart in Nederland bedroeg in 2000 circa 1 kiloton en de uitstoot van koolwaterstoffen (VOS) 2 kiloton. Volgens het RIVM zou laatstgenoemde uitstoot als gevolg van Richtlijn 2003/44 in 2010 tot 1,5 kiloton kunnen afnemen. Het effect op de NOx-uitstoot zou minder groot zijn.[848]

De CBS-cijfers voor de emissies van recreatievaartuigen (die kennelijk gebaseerd zijn op een andere definitie) laten over de periode 2000-2008 inderdaad wel een daling zien voor koolwaterstoffen, maar (nog) niet voor koolmonoxide, stikstofoxiden en deeltjes (zie Tabel 6.6.3).

<!-- --> <!-- -->

2000

2008

Koolmonoxide

19,0

21,7

VOS (verbrandingsemissies)

3,75

2,78

Stikstofoxiden

2,2

2,2

Deeltjes (PM10)

0,05

0,05


6.6.8 Verdere ontwikkelingen

In juni 2007 heeft de Europese Commissie een verslag gepubliceerd over de mogelijkheid om nieuwe verbeteringen aan te brengen in de milieueigenschappen van motoren voor pleziervaartuigen.[849] Hoewel werd vastgesteld dat er wel enkele mogelijkheden voor verdere emissiereductie bestaan, werden (nog) geen voorstellen gedaan om de eisen aan te scherpen. Daarbij speelde mede een rol dat strengere emissie-eisen de overlevingskansen van de enige in de EU gevestigde producent van buitenboordmotoren in gevaar zouden kunnen brengen.

In juli 2011 is de Commissie alsnog met een voorstel gekomen voor een wijziging van Richtlijn 94/25.[850] Het voorstel beoogt een vermindering van NOx- en VOS-emissies met 20% en van deeltjes met 34%.

[846] Dit verslag is in juni 2007 uitgebracht (COM(2007) 313); zie § ???.

[847] Stb. 2004, 604.

[848] Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet pleziervaartuigen. TK 2003-2004, 29 669, nr. 3.

[849] COM(2007) 313.

[850] Persbericht Europese Commissie IP/11/927, 26 juli 2011.