 |
|
 |
 |
8.4 Overbrenging van radioactieve stoffen en afvalstoffen8.4.1 Overzicht van EU-regelgeving8.4.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving8.4.3 Doel van de maatregelenBeide maatregelen bevatten regelingen voor controles die de veiligheid van grensoverschrijdend vervoer van radioactieve stoffen en/of radioactieve afvalstoffen verbeteren. Het doel daarbij is de bescherming van de gezondheid van werknemers en publiek conform art. 2 sub b van het Euratom-verdrag, ondanks de opheffing van grenscontroles als gevolg van de voltooiing van de interne markt. 8.4.4 Samenvatting van de maatregelen8.1.1.1.1 Verordening 1493/93Verordening 1493/93 is van toepassing op het vervoer tussen lidstaten van ingekapselde bronnen[1060] en andere radioactieve stoffen die geen ingekapselde bronnen zijn en waarvan de ioniserende straling bestemd is om te worden gebruikt voor toepassing in de geneeskunde, de diergeneeskunde, de industrie, de handel, het onderzoek of de landbouw (art. 1 en art. 2). Nucleaire brandstoffen vallen niet onder de bepalingen van de Verordening. Radioactieve afvalstoffen vielen tevens onder de regeling van deze Verordening, maar sinds het van kracht worden van Richtlijn 92/3 is dit niet langer het geval. De belangrijkste gegevens over radioactieve stoffen die worden overgebracht dienen door de exporteur aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat van bestemming te worden verstrekt (art. 6). Details over alle relevante bevoegde autoriteiten dienen te worden gepubliceerd in het Publicatieblad.[1061] Voor de overbrenging van ingekapselde bronnen gelden strengere aanvullende regels. De houders van dergelijke bronnen die voornemens zijn deze over te brengen of te doen overbrengen, dienen van de ontvanger een voorafgaande schriftelijke, door diens bevoegde autoriteit gestempelde verklaring te verkrijgen, voordat de overbrenging kan plaatsvinden. Deze verklaring stelt dat de ontvanger in de lidstaat van bestemming heeft voldaan aan alle toepasselijke bepalingen ter uitvoering van artikel 3 van Richtlijn 80/836/Euratom[1062] en aan alle relevante nationale eisen inzake veilige opslag, veilig gebruik of veilige verwijdering. Op de ontvanger rust uiteraard de verplichting om zich aan het gestelde in de verklaring te houden (art. 4, lid 1). Tot 1 januari 1994, de datum waarop de bepalingen van Richtlijn 92/3 in nationaal recht moesten zijn omgezet, hadden alle regels uit Verordening 1493/93 tevens betrekking op de overbrenging van radioactieve afvalstoffen. Richtlijn 92/3 zorgt er echter voor dat het grensoverschrijdend vervoer van radioactieve afvalstoffen zowel binnen de grenzen van de EU als daarbuiten, het onderwerp is geworden van aparte, meer complexe procedures. Richtlijn 92/3 vulde Richtlijn 80/836 (zie § 8.3) aan, door het vervoer van radioactieve afvalstoffen toe te voegen aan de lijst met activiteiten waarvoor voorafgaande toestemming vereist is op grond van art. 5 van Richtlijn 80/836. Hoeveelheden radioactieve afvalstoffen die lager liggen dan de drempelwaarden zoals neergelegd in Richtlijn 80/836 zijn uitgezonderd, evenals gebruikte bestraalde kernsplijtstof (art. 15). Overigens is Richtlijn 80/836 inmiddels vervangen en ingetrokken door Richtlijn 96/29 (zie § 8.3). Voor overbrenging binnen de grenzen van de EU dient toestemming te worden gegeven door de bevoegde autoriteit van het land van doorvoer en/of bestemming aan de bevoegde autoriteit van het uitvoerende land, voordat een transport van radioactieve afvalstoffen mag plaatsvinden (art. 6). Acceptatie of weigering van een zending dient uiterlijk twee maanden na ontvangst van de aanvraag te worden doorgegeven aan het land van oorsprong. Indien binnen deze termijn geen antwoord is ontvangen, worden deze landen geacht voor de gevraagde overbrenging hun goedkeuring te hebben verleend (art. 6, lid 4). De lidstaten kunnen de Commissie inlichten dat zij deze automatische goedkeuringsprocedure in het algemeen niet aanvaarden (art. 6, lid 4 en art. 17). De daadwerkelijke overbrenging en de ontvangst dienen eveneens aan de bevoegde autoriteiten te worden gemeld. Voor de invoer in de Gemeenschap gelden soortgelijke bepalingen, behalve dat een lidstaat van bestemming de verantwoordelijkheid draagt voor de aangifte en acceptatie van een zending. Bij uitvoer uit de EU, dient contact opgenomen te worden met het land van bestemming en alleen als voldaan is aan alle voorwaarden voor overbrenging, verlenen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat de vergunning (art. 12, lid 2). Uitvoer naar bepaalde landen buiten de EU is verboden, waaronder de landen die zich ten zuiden van 60° zuiderbreedte bevinden, landen die partij zijn bij de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst (Lomé-landen) en elk ander derde land dat, naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong, niet beschikt over de technische, wettelijke of bestuurlijke middelen om de radioactieve afvalstoffen veilig te beheren (art. 11). Ingekapselde bronnen die niet-splijtbaar materiaal bevatten vallen niet onder de werkingssfeer van de Richtlijn, wanneer zij worden teruggezonden naar in een ander land gevestigde leveranciers (art. 13). De Richtlijn doet voorts geen afbreuk aan het algemene recht om bewerkte of opgewerkte afvalstoffen naar het land van oorsprong terug te zenden (art. 14). Art. 18 van de Richtlijn bepaalt dat de lidstaten om de twee jaar een verslag over de tenuitvoerlegging van deze Richtlijn bij de Commissie moeten indienen. Dit moest voor de eerste maal op 31 januari 1994. De lidstaten moeten deze verslagen aanvullen met informatie over de situatie in verband met overbrengingen binnen hun respectieve grondgebied. Deze individuele rapporten dienen als basis voor een samenvattend verslag dat wordt samengesteld door de Commissie. Uit het eerste verslag[1063] bleek dat slechts drie lidstaten erin waren geslaagd om de Richtlijn om te zetten in nationaal recht. Voorts ontstonden problemen met Duitsland en Luxemburg omdat deze landen een prioritair en algemeen invoerverbod van radioactieve afvalstoffen wilden vaststellen. De Commissie achtte dit in strijd met de Richtlijn. De Richtlijn bepaalt namelijk dat lidstaten individuele zendingen mogen weigeren op basis van een "geval tot geval" benadering. In december 1998 heeft de Commissie haar tweede verslag over de toepassing van Richtlijn 92/3 gepubliceerd.[1064] De mogelijke moeilijkheden met betrekking tot de nationale invoerverboden of weigeringen van invoer van radioactieve afvalstoffen die in het eerste verslag werden gesignaleerd, hadden nog niet geleid tot praktische problemen, maar de kwestie behoeft nog altijd opheldering. 8.4.5 Achtergrond en totstandkoming van de maatregelenDe basis-veiligheidsnormen van Richtlijn 80/836 (zie § 8.3) verplichtten tot het rapporteren over transportactiviteiten waarbij ioniserende straling betrokken was, maar liet het aan de lidstaten over om te bepalen in welke gevallen voorafgaande toestemming nodig was. In 1985 werd voorafgaande toestemming verplicht voor het grensoverschrijdend vervoer van gevaarlijk afval (zie § 5.6), maar radioactief afval viel niet onder deze eisen. In 1988 ontstond ernstige bezorgdheid over het gebrek aan toezicht op het vervoer van radioactief afval, naar aanleiding van de zogeheten ‘Mol/Transnuklear’ affaire. Het ging daarbij om transporten tussen België en Duitsland. Het Europees Parlement riep een commissie in het leven die onderzoek moest doen naar de behandeling en het vervoer van nucleaire materialen en nam een resolutie aan waarin gevraagd werd om Gemeenschappelijke maatregelen voor het grensoverschrijdend vervoer van nucleair afval, waar zulk vervoer onvermijdelijk was. In datzelfde jaar leidde de vrees voor illegale dumping van afval in ontwikkelingslanden tot een ‘code of good practice’ betreffende het internationaal grensoverschrijdend vervoer van radioactief afval in het kader van het International Atomic Energy Agency (IAEA). Deze code is sindsdien door alle EU-lidstaten aanvaard. In reactie op deze ontwikkelingen heeft de Commissie een systeem voorgesteld dat gemodelleerd is naar de wetgeving betreffende het grensoverschrijdend vervoer van gevaarlijke afvalstoffen (zie § 5.6). Het voorstel had ook betrekking op de overbrenging van radioactief afval binnen lidstaten. Op aandringen van verscheidene lidstaten werden binnenlandse transporten echter buiten de werkingssfeer van de Richtlijn gelaten, waardoor de administratieve en financiële lasten van de Richtlijn aanzienlijk werden beperkt. 8.1.1.1.4 Verordening 1493/93Radioactieve materialen worden met diverse vervoermiddelen getransporteerd en omvatten ondermeer bestraalde en onbestraalde splijtstoffen, radio-isotopen voor medisch gebruik, en industriële en medische radiografiebronnen. Jaarlijks worden in de lidstaten naar schatting meer dan anderhalf miljoen pakketten vervoerd.[1065] Al in 1961 heeft het IAEA voor het eerst internationale regels voor het veilig vervoer van radioactieve materialen opgesteld en deze vormen tegenwoordig de basis voor de regels die in de hele EU gelden, zowel op Gemeenschaps- als op nationaal niveau. Deze regels zijn regelmatig herzien in het licht van veranderingen in transportpatronen, radiologische bescherming en technologie. Grenscontroles speelden vroeger een centrale rol bij het informeren van de bevoegde autoriteiten over grensoverschrijdend vervoer van radioactieve stoffen en het voldoen aan nationale wetgeving. Het opheffen van deze grenscontroles betekende dat nieuwe middelen nodig waren om er zeker van te zijn dat op z’n minst de zelfde informatie over de bewegingen van deze stoffen beschikbaar zou zijn. Toen het voorstel voor de Verordening werd ingediend maakte het grensoverschrijdend vervoer van radioactieve stoffen al deel uit van een voorstel om Richtlijn 80/836 (inzake basisveiligheidsnormen; zie § 8.3) te wijzigen. De urgentie van de situatie maakte echter een interimmaatregel nodig, die direct van toepassing zou zijn in de lidstaten. De voorgestelde Verordening bood ook de gelegenheid tot een zekere mate van tijdelijk toezicht op radioactief afval, totdat Richtlijn 92/3 (die inmiddels was aangenomen) in nationale wetgeving zou zijn omgezet. In tegenstelling tot de oorspronkelijke bedoelingen zal de Verordening niet worden opgenomen in de nieuwe basisnormen-Richtlijn 96/29, maar voortbestaan als een afzonderlijk stuk wetgeving. 8.4.6 De omzetting in nationale regelgevingRichtlijn 92/3 is in Nederlands recht omgezet door middel van het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen[1066]. Verordening 1493/93 is rechtstreeks van toepassing en behoeft geen omzetting in nationale regelgeving. 8.4.7 Uitvoering en effecten in de praktijkAlle binnenlandse en grensoverschrijdende transporten van kernafval worden gecontroleerd door de VROM-Inspectie (voorheen door de Inspectie Milieuhygiëne). De staatssecretaris van VROM heeft aangekondigd dat Nederland zich zal inzetten voor een wijziging van Richtlijn 92/3, om de procedure voor het terugzenden van radioactief besmet schroot naar het land van herkomst te kunnen vereenvoudigen.[1067] Europese Commissie (1996), Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de veiligheid van het vervoer van radioactieve stoffen in de Europese Unie. COM(96)11 def.
|
|
|