Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

7.4 Gevaarlijke preparaten

7.4.1 Overzicht van EU-regelgeving

Richtlijn1999/45/EG (PbEG L200 30.07.99)

(Corrigendum: PbEU L6, 10.1.2002)

ingetrokken door Verordening 1272/2008 m.i.v. 31 mei 2015

Richtlijn inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten

Rechtsgrondslag

Artikel 100a EG-verdrag (thans art. 114 VwEU)

Bindende termijnen

Inwerkingtreding

30 juli 1999

Omzetting in nationale regelgeving

30 juli 2002

Van toepassing op biociden en bestrijdingsmiddelen

30 juli 2004

Verordening 1907/2006 (PbEU L396, 30.12.2006)

Corrigenda PbEU L36, 5.2.2009; PbEU L141, 31.5.2008; PbEU 136, 29.5.2007

Verordening 1354/2007 (PbEU L 304 22.11.2007)

Verordening 987/2008 (PbEU L268 9.10.2008)

Verordening 1272/2008 (PbEU L353, 31.12.2008)

Corrigendum: 790/2009/EG (PbEU L 235, 5.9.2009)

Verordening 134/2009 (PbEU L 46, 17.2.2009

Verordening 552/2009 (PbEU L 164. 26.6.2009 )

Verordening inzake de registratie en beoordeling van en autorisatie en beperking t.a.v. chemische stoffen (REACH)

Wijziging

Wijziging

Wijziging Verordening 1907/2006 en intrekking van 1999/45/EG

Wijziging

Wijziging

Rechtsgrondslag

Artikel 95 EG-Verdrag (thans art. 114 VwEU)

Bindende termijnen

Omzetting in nationale regelgeving

20 januari 2009

Indeling op basis van zowel de Richtlijn als de Verordening

1 december 2010

7.4.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

Besluit gemeenschappelijke beginselen beoordeling biociden

Stb. 2004, 417

Besluit van 24 mei 2007 tot intrekking van het Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen en aanpassing van enkele op de Wet milieubeheer berustende besluiten in verband met het in werking treden van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH)

Stb. 2007, 183

Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten

Stb. 1987, 516, zoals gewijzigd bij Stb. 2004, 157

Instellingsbesluit Bureau REACH

Stcrt. 2007, 68

Intrekking Warenwetregeling Methode van onderzoek voedingsvezelgehalte en wijziging Warenwetregeling algemene chemische produktveiligheid

Stcrt. 2005, 179

Invoeringsbesluit Uitvoeringswet REACH

Stb 2007, 182

Regeling houdende vaststelling van de Warenwetregeling elektronische produktnotificatie

Stcrt. 2009,15507

Regeling van 4 mei 2007, houdende wijziging Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995 en regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen

Stcrt. 2007, 93

Uitvoeringswet EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH)

Stb. 2007, 181

Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wet milieugevaarlijke stiffen

Stb. 1993, 252, zoals gewijzigd bij Stb. 2004, 112

Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten

Stcrt. 1988, 30, zoals gewijzigd bij Stcrt. 2004, 139

Wijziging veiligheidsinformatiebladen

Stcrt. 2002, 225

7.4.3 Doelstelling van de Richtlijn

Gevaarlijke preparaten zoals bijvoorbeeld mengsels en oplossingen van twee of meer stoffen (waaronder verf, oplosmiddelen, legeringen en bestrijdingsmiddelen) dienen te worden beoordeeld op hun gevaren voor de gezondheid en het milieu en conform de uitkomsten van deze beoordeling te worden ingedeeld, verpakt en gekenmerkt. Het doel van de Richtlijn is tweeledig: aan de ene kant de bescherming van mens en milieu en aan de andere kant het opheffen van handelsbelemmeringen. De Richtlijn vormt een aanvulling op de “zevende wijzigingsrichtlijn” (zie § ???), welke van toepassing is op stoffen en niet op preparaten. De Richtlijn komt in de plaats van een aantal bestaande Richtlijnen op het gebied van bestrijdingsmiddelen en het kenmerken van preparaten. Verordening 1907/2006/EG (REACH) schrapte artikel 14 betreffende veiligheidsinformatiebladen per 1 juni 2007. Op 20 januari 2009 trad Verordening 1272/2008 in werking, waardoor het Europese systeem van indeling, verpakking en etikettering werd samengevoegd met het VN-systeem (GHS). Ook neemt de Verordening enkele bepalingen van REACH over en wordt Richtlijn 1999/45/EG per 15 juni 2015 ingetrokken.

7.4.4 Samenvatting van de Richtlijn

De Richtlijn is van toepassing op preparaten die (a) ten minste één gevaarlijke stof in de zin van artikel 2, lid 2 bevatten en (b) die als gevaarlijk worden beschouwd in de zin van artikel 5 (fysisch-chemische eigenschappen), 6 (gevaren voor de gezondheid ) of 7 (gevaren voor het milieu) (art. 1, lid 2). Sommige bepalingen uit de Richtlijn zijn van toepassing op preparaten die niet als gevaarlijk worden aangemerkt op basis van de artikelen 5, 6 of 7, maar die desondanks een specifiek gevaar kunnen opleveren (art. 1, lid 3). Een aantal preparaten is uitgezonderd zoals bijvoorbeeld geneesmiddelen, cosmetische producten, afvalstoffen, levensmiddelen, diervoeders en preparaten die radioactieve stoffen bevatten (art. 1, lid 5, sub a t/m g).

Gevaarlijke preparaten zijn ingedeeld in de volgende categorieën: ontplofbaar, oxiderend, extreem ontvlambaar, zeer ontvlambaar, ontvlambaar, vergiftig, schadelijk, bijtend, irriterend, sensibiliserend, kankerverwekkend, mutageen, voor de voortplanting vergiftig en milieugevaarlijk (art. 2, lid 2).

De lidstaten dienen er voor te zorgen dat de preparaten waar de Richtlijn betrekking op heeft niet op de markt worden gebracht tenzij aan de eisen van de Richtlijn is voldaan. In het geval aan deze eisen is voldaan is het niet mogelijk om het op de markt brengen van de preparaten te beperken (art. 8, lid 1 en art. 18). In tegenstelling tot hetgeen de “zevende wijziging” (zie § ???) vereist, is een kennisgeving aan de bevoegde instanties voorafgaand aan het op de markt brengen van een product op basis van de Richtlijn niet verplicht. Het is echter mogelijk dat de autoriteiten van de lidstaten inlichtingen betreffende de samenstelling van het preparaat en/of eventuele andere nuttige informatie vragen (art. 8, lid 2).

<!-- --> <!-- -->

Gevaarlijke Preparaten

88/379

L187

16.07.88

Gevaarlijke preparaten

89/178

L64

08.03.89

Aanpassing

90/492

L275

05.10.90

Aanpassing

93/18

L314

16.12.93

Aanpassing

96/65

L265

18.10.96

Aanpassing

90/35

L19

24.01.90

Kinderveilige sluiting

91/442

L238

27.08.91

Kinderveilige sluiting

Bestrijdingsmiddelen

78/631

L206

21.07.78

79/831

L259

18.09.79

84/291

L144

30.05.84

92/32

L154

05.06.92

Verf en oplosmiddelen

73/173

L189

11.07.73

77/728

L303

28.11.77

80/781

L229

30.08.80

82/473

L213

21.07.82

83/265

L147

06.06.83

86/508

L295

18.10.86

89/451

L216

17.07.89


Degenen die verantwoordelijk zijn voor het in de handel brengen van het preparaat dienen de gegevens die zijn gebruikt voor de indeling en het kenmerken van het preparaat en de gegevens die zijn gebruikt om het veiligheidsinformatieblad op te maken ter beschikking te houden (art. 8, lid 3).

De preparaten dienen te worden gekenmerkt en verpakt in overeenstemming met gedetailleerde voorschriften. Zo moeten op elke verpakking de volgende aanduidingen duidelijk leesbaar en onuitwisbaar worden aangebracht: de benaming of handelsnaam van het preparaat, de naam van degene die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van het preparaat, de chemische benaming van de in het preparaat aanwezige stof(fen), de gevaarsymbolen, de waarschuwingszinnen (R-zinnen) en de veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen) (art. 10, lid 2). Onder omstandigheden is het toegestaan bepaalde informatie geheim te houden (art. 15). De persoon die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van een preparaat dient een veiligheidsinformatieblad te verstrekken met name voor de professionele gebruiker, om deze in staat te stellen de benodigde maatregelen te treffen (art. 14, lid 1). Details over het veiligheidsinformatieblad zijn te vinden in Richtlijn 91/155.

Lidstaten mogen bepaalde beperkte afwijkingen van de kenmerkingsvoorschriften toestaan (art. 12, lid 3). De Commissie en de overige lidstaten dienen echter wel van deze afwijkingen op de hoogte te worden gesteld (lid 4).

De lidstaten hebben de mogelijkheid om het in de handel brengen van een preparaat tijdelijk te verbieden of aan bijzondere voorwaarden te verbinden wanneer er “omstandige aanwijzingen” zijn dat een preparaat gevaar oplevert voor de volksgezondheid of het milieu. De Commissie en de overige lidstaten dienen hiervan onverwijld in kennis te worden gesteld, onder opgave van redenen (art. 19, lid 1). De Commissie dient in dat geval zo spoedig mogelijk overleg te plegen met de overige lidstaten en een Besluit te nemen (art. 19, lid 2 en 3).

Tot en met 15 juni 2015 zullen mengsels worden geclassificeerd, geëtiketteerd en verpakt aan de hand van Richtlijn 1999/45/EG. Daarna zal Verordening 1272/2008/EG deze rol overnemen. Bijlage VII van de Verordening bevat een tabel aan de hand waarvan leveranciers hun bestaande indeling kunnen omzetten naar de nieuwe regeling. Zo hoeven leveranciers niet van voren af aan te beginnen met het indelen aan de hand van Bijlage I van Verordening 1272/2008/EG. Deze procedure is bedoeld voor leveranciers die al stoffen hebben ingedeeld aan de hand van Richtlijn 1999/45/EG vóór 1 juni 2015. Alleen daar waar voldoende correlatie bestaat tussen de genoemde gevaren in de Richtlijn en de Verordening is de omzettingstabel van toepassing.

7.4.5 Achtergrond en totstandkoming van de Richtlijn

In de jaren ’70 kwamen de eerste Richtlijnen tot stand die betrekking hadden op de indeling, de verpakking en het kenmerken van verf en oplosmiddelen, die in termen van hoeveelheid een aanzienlijk deel van de gevaarlijke preparaten uitmaken. Richtlijnen betreffende het kenmerken van bestrijdingsmiddelen zijn ook al in de jaren ’70 tot stand gekomen. In 1988 werden de beginselen die voor verf en oplosmiddelen waren vastgesteld uitgebreid tot verscheidene andere preparaten, door middel van Richtlijn 88/379. Deze Richtlijn was echter niet van toepassing op bestrijdingsmiddelen.

Richtlijn 1999/45 was nodig als gevolg van de invoering van de nieuwe categorie ‘gevaarlijk voor het milieu’ in Richtlijn 67/548 (zie § ???). Daarbij werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de bestaande eisen met betrekking tot de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten en bestrijdingsmiddelen in één Richtlijn te consolideren en er ook andere stoffen in op te nemen, zoals explosieven.

In februari 2001 publiceerde de Commissie een Witboek waarin de toekomstige strategie van de Gemeenschap betreffende chemische stoffen uiteen werd gezet. Hoofdzaak was het vervangen van de bestaande, talrijke richtlijnen door één wetgevingskader ter ‘Registratie, Evaluatie, beperkende maatregelen en Autorisatie van Chemische stoffen’. Het originele wetsvoorstel van de Commissie (COM(03)644(1)) en (COM(03)644(02)) ter wijziging van Richtlijn 67/548/EG werd op 29 oktober 2003 aangenomen en doorgestuurd naar de Raad en het Parlement. Na een 1e lezing van het Parlement, een gemeenschappelijk standpunt van de Ministers van Milieu, en een 2e lezing van het Parlement kon het voorstel aangenomen worden door de Raad op 18 december 2006.

7.4.6 De omzetting in nationale regelgeving

Richtlijn nr. 1999/45/EG van het EP en de Raad van de EU van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (hierna genoemd: de preparatenrichtlijn) werd geïmplementeerd door de Wijziging van het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten (Staatsblad 2004, 157) en de Wijziging van de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten (Staatscourant 2004, 139). Deze wijzigingen zijn pas in 2004 van kracht geworden, dus zo’n twee jaar na het verstrijken van de implementatietermijn. De implementatie van de preparatenrichtlijn heeft geen ingrijpende gevolgen voor de systematiek van de preparatenregelgeving in Nederland. Nieuw element is de toevoeging van het milieucriterium als criterium voor de indeling en het kenmerken van preparaten. De volledige implementatie van de preparatenrichtlijn leidt ook tot wijzigingen van het ‘Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen (Wms)’ (Staatsblad 2004, 112), het Warenwetbesluit veilige verpakking huishoudchemicaliën en de Regeling samenstelling, indeling, verpakkingen etikettering bestrijdingsmiddelen (Staatscourant 2004, 139). Door middel van wijziging van laatstgenoemde regeling werd de preparatenrichtlijn per 30 juli 2004 van toepassing op gewasbeschermingsmiddelen. De Richtlijn heeft ook geleid tot de Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 oktober 2009, houdende vaststelling van de Warenwetregeling elektronische productnotificatie (Staatscourant, 15507). Deze Regeling bevat de nadere voorschriften omtrent de deponering van informatie over preparaten, ter uitvoering van artikel 17 van de preparatenrichtlijn. De Richtlijn leidde ook tot een wijzing van het Warenwetbesluit Kinderbedden- en boxen (Besluit wijziging Warenwetbesluit Kinderbedden- en boxen, Staatsblad 2007, 352) en een wijziging van de Warenwetregeling algemene chemische productveiligheid (Staatscourant, 182).

Naar aanleiding van Verordening 1907/2006/EG inzake de registratie en beoordeling van en autorisatie en beperking ten aanzien van chemische stoffen (REACH) werd in Nederland het Instellingsbesluit Bureau REACH (Staatscourant 2007, nr. 68) aangenomen. Met deze ministeriële regeling is het bureau REACH ingesteld dat o.a. zorg dient te dragen voor de uitvoeringstaken die door de REACH-verordening aan de Minister van IenM zijn opgedragen. De Verordening werd in Nederland uitgevoerd bij Uitvoeringswet EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH) (Staatsblad 2007, nr. 181). De Uitvoeringswet leidde ertoe dat de Wet Milieugevaarlijke Stoffen (Wms) wordt ingetrokken en de bepalingen van de wet, die in stand kunnen blijven omdat zij niet met REACH overlappen of daarmee strijdig zijn, worden overgeheveld naar hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer. Verder regelt de wet de strafbaarstelling van overtreding van de REACH-verordening en wordt de minister van VROM (inmiddels: IenM) als bevoegde instantie voor REACH aangewezen. Het Invoeringsbesluit Uitvoeringswet REACH (officiële titel: Besluit van 24 mei 2007 houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Uitvoeringswet EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen) (Staatsblad 2007, nr. 182) bepaalt dat bepaalde onderdelen van de Uitvoeringswet EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH) per 1 juni 2007 en de overige onderdelen per 1 juni 2008 in werking zijn getreden. Vervolgens trekt het Invoeringsbesluit het ‘Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wms’ in (Staatsblad 2007, nr. 183). Het ‘Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wms’ werd per 1 juni door ingetrokken omdat REACH vanaf 1 juni de verplichting tot het hebben en verstrekken van een veiligheidsinformatieblad regelt. Door de intrekking van het ‘Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wms’ per 1 juni 2007 is het noodzakelijk om verwijzingen naar dat besluit in lagere regelgeving te wijzigen. Dit gebeurde door Regeling van 4 mei 2007, houdende wijziging Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995 en regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen (Staatscourant 2007, nr. 93). Deze ministeriële regeling regelt dat die verwijzingen worden vervangen door verwijzingen naar REACH.

7.4.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

Uit onderzoeken van de toenmalige Inspectie Milieuhygiëne aan het eind van de jaren ’90 bleek dat de Veiligheidsinformatiebladen over het algemeen wel voldeden aan de formele eisen van Richtlijn 91/155, maar dat de inhoud veelal te wensen overliet (zie Versluis, 2003).

Referenties

Versluis, E. (2003), Enforcement matters. Enforcement and compliance of European directives in four Member States. Proefschrift, Universiteit Utrecht. Eburon, Delft.