Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

7.8 Vervoer van gevaarlijke goederen over land en binnenwateren

7.8.1 Overzicht van EU regelgeving

A. Vervoer over de weg

Richtlijn 94/55/EG (PbEG L319, 12.12.1994)

(ingetrokken door Richtlijn 2008/68/EG m.i.v. 29.06.2009)

Richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

PbEG L275, 28.10.1996

Bijlagen A en B van Richtlijn 94/55

Richtlijn 96/86/EG (PbEG L335, 24.12.1996)

Wijziging (Aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 1999/47/EG (PbEG L169, 5.7.1999)

Wijziging (Tweede aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2000/61/EG (PbEG L279, 1.11.2000)

Wijziging

Richtlijn 2001/7/EG (PbEG L30, 1.2.2001)

Wijziging (Derde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2002/886/EG (PbEG L308, 9.11.2002)

Wijziging

Richtlijn 2003/28/EG (PbEU L90, 8.4.2003)

Wijziging (Vierde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2004/111/EG (PbEU L365, 10.12.2004) (stilzwijgende opheffing door Richtlijn 2006/89/EG m.i.v. 23.11.2006)

Wijziging (Vijfde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2004/112/EG (PbEU L367, 14.12.2004)

Wijziging betreffende uniforme procedures voor de controle

Richtlijn 2006/89/EG (PbEU L 305, 04.11.2006)

Wijziging (Zesde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Rechtsgrondslag

Artikel 75 EG-verdrag (thans art. 91 VwEU)

Opmerking: Op grond van art. 11 van Richtlijn 94/55 is haar voorgangster, Richtlijn 89/684 (PbEG L398, 30.12.1989) per 1 januari 1997 ingetrokken. Krachtens Richtlijn 89/684 uitgegeven certificaten kunnen sinds 1 januari 2000 niet meer worden gebruikt

Richtlijn 95/50/EG (PbEG L 249, 17.10.1995)

Richtlijn 2001/26/EG (PbEG L 168 23.6.2001)

Richtlijn 2004/112/EG (PbEU L 367 14.12.2004)

Richtlijn 2008/54/EG (PbEU L 162, 21.06.2008)

52009PC0446 (COM(2009)446)

In ontwikkeling

Richtlijn betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg

Wijziging

Wijziging

Wijziging

Voorstel voor een nieuwe Richtlijn betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (gecodificeerde versie)

Richtlijn 98/91/EG (PbEG L 11, 16.01.1999)

Ingetrokken door Verordening 661/2009 m.i.v. 01.11.2014

Richtlijn betreffende motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen

B. Vervoer per spoor

Richtlijn 96/49/EG (PbEG L235, 17.9.1996)

ingetrokken door Richtlijn 2008/68/EG m.i.v. 29.06.2009

Richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (zie voor Richtlijn 2008/68 hierna onder C, Algemene regelgeving)

Richtlijn 96/87/EG (PbEG L335, 24.12.1996)

Wijziging (Aanpassing aan de technische vooruitgang)

PbEG L294, 31.10.1998

Bijlage van Richtlijn 96/49

Richtlijn 1999/48/EG (PbEG L169, 5.7.1999)

Wijziging (Tweede aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2000/62/EG (PbEG L279, 1.11.2000)

Wijziging

Richtlijn 2001/6/EG (PbEG L30, 1.2.2001)

Wijziging (Derde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2002/885/EG (PbEG L308, 9.11.2002)

Wijziging

Richtlijn 2003/29/EG (PbEU L90, 8.4.2003)

Wijziging (Vierde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Beschikking 2003/627/EG (PbEU L217, 29.8.2003)

Beschikking houdende toestemming voor de lidstaten om bepaalde afwijkingen inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor vast te stellen

Richtlijn 2004/89/EG (PbEU L293, 16.9.2004)

Wijziging (Vijfde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2004/110/EG (PbEU L365, 10.12.2004)

Wijziging (Zesde aanpassing aan de technische vooruitgang)

Richtlijn 2006/90/EG (PbEU L305, 04.11.2006)

Wijziging (Zevende aanpassing aan de technische vooruitgang)

Rechtsgrondslag

Artikel 75 EG-verdrag (thans art. 95 VwEU)

C. Algemene regelgeving

Richtlijn 96/35/EG

Ingetrokken per 30.06.2009 door Richtlijn 2008/68/EG

Richtlijn betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren

Richtlijn 2000/18/EG (PbEG L118, 19.05.2000)

Richtlijn betreffende de minimumeisen voor het examen voor veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren

Richtlijn 2008/68/EG (PbEU L 260, 30.09.2008)

Richtlijn van het Europees Parlemenent en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land

Beschikking 2009/240/EG (PbEU L 71 17.3.2009)

Wijziging houdende toestemming voor de lidstaten om krachtens Richtlijn 2008/68/EG betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land bepaalde afwijkingen vast te stellen

Rechtsgrondslag

Artikel 71 EG-Verdrag, artikel 251 EG-Verdrag (thans art. 91 en 294 VwEU)

Omzetting in nationale regelgeving

30 juni 2009

7.8.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Stb. 1995, 525, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2002, 244

Besluit vervoer gevaarlijke stoffen

Stb. 1996, 297, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2002, 33

Implementatie EG-Richtlijnen

Stcrt. 1999, 178

Implementatie EG-Richtlijnen

Stcrt. 2001, 164

Koninklijk Besluit van 12 oktober 2001, wijziging van het besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen

Stb. 2001, 516

Koninklijk Besluit van 20 december 2000 houdende wijziging Voertuigreglement met betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen

Stb. 2001, 16

Koninklijk Besluit van 6 december 2000, houdende wijziging van het besluit vervoer splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en van het besluit stralenbescherming Kernenergiewet

Stb. 2001, 17

Multilaterale bijzondere overeenkomst

Stb. 2001, 142

Multilaterale overeenkomst

Stb. 2000, 132

Multilaterale overeenkomsten

Stb 2003, 246

Regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften en de inwerkingtreding van Richtlijk 2008/68/EG

Stcrt. 2009, 64

Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen

Stcrt. 1998, 241, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2009, 19725

Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

Stcrt. 1998, 241, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2009, 19725

Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

Stcrt. 1998, 247, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2009, 19725

7.8.3 Doelstelling van de Richtlijnen

In de ‘Recommendations for the Transport of Dangerous Goods’ van de Verenigde Naties (het zogeheten ‘Oranje Boek’) worden aanbevelingen gedaan voor voorschriften die overheden en internationale organisaties kunnen hanteren ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke goederen door de lucht, over water, over de weg en per spoor. Deze aanbevelingen worden iedere twee jaar herzien door het Committee of Experts on the Transport of Dangerous Goods van de VN. De aanbevelingen vormen de basis voor meer specifieke internationale overeenkomsten, welke op hun beurt worden omgezet in nationale en EU-wetgeving.

Het doel van de hier te bespreken Richtlijnen is te voorzien in een geharmoniseerd systeem voor het voorkomen of beperken van ongelukken tijdens het vervoer van gevaarlijke goederen door het verzekeren van de juiste naleving van de internationale normen. Deze paragraaf is gewijd aan het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor en over binnenwateren. Het vervoer van gevaarlijke goederen over zee komt aan de orde in § ???. Er bestaan afzonderlijke Verordeningen voor de overbrenging van afval (zie § ???), de overbrenging van radioactieve stoffen en – afvalstoffen (zie § ???) en de uitvoer van chemicaliën (zie § ???).

Op 30 juni 2009 heeft Richtlijn 2008/68 de oude Richtlijnen 94/55 (wegvervoer) en 96/49 (spoorvervoer) vervangen. De doelstelling van deze nieuwe Richtlijn was het tot stand brengen van één gemeenschappelijk regime voor de regulering van alle vervoer van gevaarlijke goederen over land; zijnde weg, spoor of binnenwater. Omwille van de duidelijkheid en samenhang van de tekst dienden ook Richtlijn 96/35/EG van de Raad van 3 juni 1996 betreffende de aanwijzing en de beroepsbekwaamheid van veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren, Richtlijn 2000/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2000 betreffende de minimumeisen voor het examen voor veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren, Beschikking 2005/263/EG van de Commissie van 4 maart 2005 houdende toestemming voor de lidstaten om krachtens Richtlijn 94/55/EG bepaalde afwijkingen inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg vast te stellen en Beschikking 2005/180/EG van de Commissie van 4 maart 2005 houdende toestemming voor de lidstaten om krachtens Richtlijn 96/49/EG van de Raad bepaalde afwijkingen inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor vast te stellen, te worden ingetrokken.

7.8.4 Samenvatting van Richtlijn 2008/68

De Richtlijn is van toepassing op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over binnenlandse waterwegen binnen of tussen de lidstaten. Hierbij moet ook gedacht worden aan het laden en lossen, een verandering in vervoersmiddel en het maken van stops die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit omstandigheden van het transport.

De implementatiedatum genoemd in de Richtlijn geldt niet voor landen zonder spoorwegennet. Ook staat de Richtlijn toe dat lidstaten zonder binnenwateren, of lidstaten zonder verbindingen van binnenwateren met andere lidstaten, de Richtlijn niet toepassen met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze binnenwateren.

Ook is het lidstaten toegestaan om specifieke veiligheidsmaatregelen op te stellen voor het vervoer van gevaarlijke goederen met betrekking tot:

• Het vervoer van gevaarlijke goederen door voertuigen, wagons of binnenvaartschepen die niet onder de Richtlijn vallen;

• Waar gerechtvaardigd, het gebruik van voorgeschreven routes, inclusief het gebruik van voorgeschreven vervoersmethoden;

• Speciale regels voor het vervoer van gevaarlijke goederen in passagierstreinen.

Lidstaten mogen ook het vervoer van gevaarlijke goederen op of via hun grondgebied reguleren of verbieden op grond van andere redenen dan veiligheid. Verder hebben lidstaten recht op een overgangsperiode van twee jaar voor het vervoer van gevaarlijke stoffen via binnenwateren voor het toepassen van de Richtlijn.

7.8.5 Achtergrond en totstandkoming van de Richtlijnen

Richtlijn 94/55 – Vervoer over de weg (inmiddels ingetrokken)

De liberalisering van het wegtransport en wetenschappelijke ontwikkelingen hebben geleid tot een snelle groei van de hoeveelheid en soorten gevaarlijke goederen die over de weg worden vervoerd. Hoewel alle lidstaten, met uitzondering van Ierland, al partij waren bij de ADR, werd de effectiviteit van deze overeenkomst beperkt door het bestaan van zeer uiteenlopende nationale regels betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen in elk land. Ook waren er verscheidene bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten waarbij ontheffingen van de ADR-bepalingen werden toegestaan. Teneinde de verschillen tussen de vervoersdiensten in de Gemeenschap weg te nemen, zonder afbreuk te doen aan de veiligheidsniveaus en zonder nieuwe, ingewikkelde regels in te voeren, werden de bepalingen geharmoniseerd op basis van de reeds bestaande maatregelen zoals die in de ADR staan.

Richtlijn 96/49 – Vervoer per spoor (inmiddels ingetrokken)

Net als het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg was ook de hoeveelheid gevaarlijke goederen die per trein worden vervoerd de laatste jaren sterk gegroeid, met een verhoging van de risico’s als gevolg. Het internationale kader voor de beheersing van deze risico’s werd gevormd door het reglement betreffende het internationale spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (RID), dat was opgenomen in Bijlage I van Aanhangsel B bij het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (Cotif). Alle lidstaten waren partij bij dat Verdrag, maar de Gemeenschap zelf niet.

Het RID heeft geen betrekking op het vervoer van gevaarlijke goederen binnen individuele landen. Dat werd beheerst door diverse nationale regels, hetgeen als strijdig met de interne markt werd beschouwd. De situatie werd nog verergerd door het bestaan van talloze bilaterale en multilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en met derde landen, waarbij afwijkingen van het RID werden toegestaan. Dit vergrootte de druk om te komen tot EG-regelgeving.

Richtlijn 2008/68

In 1997 kwam de Commissie met voorstel (COM (97)367), gewijzigd door COM(1999)563, tot harmonisatie van de nationale en internationale regelgeving betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen via de binnenwateren. Dit voorstel is echter nooit aangenomen omdat de ‘European agreement concerning the carriage of dangerous goods by inland waterways’ (ADN) niet op tijd werd aangenomen.[1044] In 2004 werd het voorstel ingetrokken. Een nieuw voorstel (COM (2006)852) teneinde één gemeenschappelijke regeling tot stand te brengen die van toepassing zou zijn op alle aspecten van het vervoer van gevaarlijke goederen binnen de Gemeenschap werd in 2006 gepubliceerd. Ondertussen werd het ADN geratificeerd door de lidstaten en werd een aparte regeling voor de diverse vervoermethoden onwenselijk geacht. In juni 2008 keurde het Europees Parlement het ‘gemeenschappelijk standpunt’ goed en Richtlijn 2008/68/EC werd op 30 september 2008 gepubliceerd in het Publicatieblad.

7.8.6 De omzetting in nationale regelgeving

In richtlijn nr. 2008/68/EG wordt het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en de binnenwateren gereguleerd. Ten behoeve van die implementatie worden de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG), de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen respectievelijk de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG) bij afzonderlijke regelingen gewijzigd. Deze afzonderlijke regelingen zijn respectievelijk (1) de Regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften en de inwerkingtreding van de richtlijn nr. 2008/68/EG van 25 maart 2009 (Staatscourant 2009, nr. 64 van 2 april 2009); (2) de Regeling van 18 juni 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/221 sector I&O, tot wijziging van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van het ADNR, de totstandkoming van het ADN en de inwerkingtreding van de richtlijn nr. 2008/68/EG (Staatscourant 2009 nr. 116 26 juni 2009) en (3) de Regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften en de inwerkingtreding van de richtlijn nr. 2008/68/EG van 25 maart 2009 (Staatscourant 2009 nr. 61 30 maart 2009)

De eerste Regeling strekt tot wijziging van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG). Richtlijn nr. 2008/68/EG bepaalt wat het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg betreft met name dat het ADR van toepassing is op dat vervoer binnen het grondgebied van de EU. Voor Nederland brengt dit geen nieuwe situatie met zich, aangezien het ADR van toepassing is op het vervoer over Nederlands grondgebied. Ook voor de aanvullende voorschriften, zoals opgenomen in bijlage 2 van de Nederlandse Regeling VLG, brengt deze richtlijn nauwelijks wijzigingen met zich mee. De Richtlijn 2008/68/EG bepaalt immers dat elke lidstaat het recht heeft om strengere regels toe te passen op binnenlands vervoer dat wordt uitgevoerd met vervoermiddelen die op zijn grondgebied zijn ingeschreven of in het verkeer zijn gebracht.

De tweede Regeling strekt ook ter implementatie van Richtlijn nr. 2008/68/EG voor wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren. De richtlijn bepaalt met name dat het ADN van toepassing is op dat vervoer binnen het grondgebied van de EU. In Nederland is het ADNR al van toepassing op dat vervoer. Nederland maakt enkel een voorbehoud voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over Aktewateren. Dit voorbehoud is mogelijk onder artikel 7, tweede lid, van de Richtlijn om de bepalingen van het ADN nog niet toe te passen. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de overige binnenwateren zijn die ADNbepalingen met deze regeling wel reeds van toepassing.

De derde Regeling strekt tot wijziging van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de EU van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is in deze richtlijn de verplichting opgenomen om het RID te implementeren voor het nationaal vervoer en het vervoer binnen de EU. Deze plicht was ook al opgenomen in richtlijn nr. 96/49/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, die door de richtlijn nr. 2008/68/EG wordt vervangen. Voor Nederland leidt implementatie van de richtlijn nr. 2008/68/EG wat het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor betreft in zoverre dan ook niet tot een nieuwe situatie. Wel brengt de nieuwe richtlijn aanpassing van een aantal bepalingen uit bijlage 2 met zich.

7.8.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

Het externe veiligheidsbeleid met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen is gericht op het beheersen van de risico’s voor omwonenden langs de vervoerroutes van gevaarlijke stoffen, waarbij de nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen[1045] dient als uitgangspunt. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor is de beleidsdoelstelling het continueren van 0 dodelijke slachtoffers per jaar.[1046] Met het uitbrengen van de Nota Ruimte[1047] en de Nota Mobiliteit[1048] is een voorzet gegeven voor een wijziging in het beleid, waarbij niet slechts gekeken zal worden naar lokale knelpunten, maar naar de hele productketen van gevaarlijke stoffen. In het kader hiervan zijn al voor een aantal productketens (LPG, ammoniak en chloor) integrale ketenstudies uitgevoerd.[1049] Mede op basis van de nieuwe benadering is het de bedoeling om een nationaal basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vast te stellen. Op grond hiervan worden voorwaarden gesteld voor zowel de ruimtelijke ordening als het vervoer zelf.

Naast het stellen van eisen aan de wijze waarop het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (zoals de in deze paragraaf behandelde Richtlijnen doen), kan het risico worden beperkt door het verminderen van de omvang van de transportstromen en door maatregelen in de sfeer van de ruimtelijke ordening. In de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen zijn de normen vastgelegd voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de ruimtelijke ordening.[1050]

Wat betreft het vervoer per spoor staan vooral de transporten van chloor regelmatig in de belangstelling. Hoewel dit het minst vervoerd wordt is het wel de meest gevaarlijke stof vanwege de giftigheid.[1051] In juli 2002 werd over de chloortransporten een convenant afgesloten met Akzo Nobel.

Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft risico-atlassen voor verschillende vervoerswijzen samengesteld waarmee lokale overheden inzicht kunnen krijgen in de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor en over de hoofdvaarwegen.[1052]

Bij de handhaving van de regels zijn diverse instanties betrokken, waaronder de Inspectie Milieuhygiëne, de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW), de Inspectie Gezond­heidsbescherming en de douane. Bij het wegtransport worden ondermeer regelmatig overtredingen geconstateerd betreffende het rijden met gevaarlijke stoffen onder weersomstandigheden waarbij dat verboden is (zoals mist en gladheid).[1053] In 2003 bleek uit inspecties van de IVW dat 365 van de 1.243 wegcontroles (29,4%) waarbij gevaarlijke stoffen betrokken waren sprake was van één of meer overtredingen.[1054] Bij het spoorwegvervoer worden relatief weinig ernstige overtredingen gevonden. De ernstige overtredingen betreffen vrijwel altijd zogenaamde druppellekkages.[1055] Andere overtredingen betreffen bijvoorbeeld de uiterlijke kenmerking van reservoirwagens (ketelwagens) en tankcontainers.[1056]

In 2002 werd het overgrote merendeel van de gevaarlijke stoffen vervoerd via de binnenvaart (82%), in vergelijking met het wegtransport (15%) en spoorwegvervoer (3%).[1057]

In 2003 zijn er meerdere ongevallen geweest bij het wegvervoer van gevaarlijke stoffen, waarvan drie ernstig. Mede naar aanleiding van één van de drie ernstige ongevallen, waarbij het ging om het vervoer van LPG, is een hernieuwde discussie over het vervoer van gevaarlijke stoffen gestart, die onder meer heeft geleid tot ketenstudies voor chloor, ammoniak en LPG (zie hierboven).[1058] De kans op een ongeval met meer dan tien dodelijke slachtoffers onder de omwonenden in Nederland is voor wegtransport berekend op eens in de 1500 jaar en voor spoorweg­emplacementen op eens in de 25.000 jaar.[1059]

Sinds 2006 wordt er door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in overleg met o.a. VNG en IPO gewerkt aan een ‘Basisnet vervoer van gevaarlijke stoffen’. Dit Basisnet bestaat uit drie aparte onderdelen: weg, water (waarop hier niet nader wordt ingegaan) en spoor.

Over het Basisnet spoor werd op 8 juli 2010 een akkoord bereikt tussen Rijk, decentrale overheden, chemische industrieën en vervoerders. Het Basisnet spoor zal in 2012 formeel in de wet zijn geregeld. Tot die tijd geldt dat bij het ontwikkelen van bouwplannen in de omgeving van spoorlijnen, de externe veiligheid daarvan moet worden getoetst aan de Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen. De gemeente of opdrachtgever van het bouwproject moet daarbij gebruikmaken van de meest actuele prognose van het vervoer van gevaarlijke stoffen langs de plek waar zal worden gebouwd. ProRail heeft hiervoor het rapport Beleidsvrije Marktverwachting Vervoer Gevaarlijke Stoffen per spoor (ProRail, 2007) opgesteld. Voor het berekenen van de risico’s moet gebruik worden gemaakt van het programma RBM II. Voor 2 routes geldt dit niet, te weten de Betuweroute (Rotterdam-Zevenaar) en de Hanzelijn (Lelystad – Zwolle). De Betuweroute is namelijk recent aangelegd en aan de Hanzelijn wordt nu gebouwd. Het Rijk heeft voor deze spoorlijnen in het Tracébesluit vastgesteld welke gevaarlijke stoffen kunnen worden vervoerd en in welke hoeveelheden.

Het Basisnet weg omvat regels voor vervoerders van gevaarlijke stoffen. Die mogen niet van alle wegen gebruikmaken. Zij moeten bijvoorbeeld in veel gevallen wegen door en langs dichtbevolkte gebieden mijden. Ook mogen zij niet door alle tunnels in Nederland. Wat tunnels betreft wordt een Europese uniforme veiligheidsindeling gehanteerd. Tunnels worden daarbij ingedeeld in 5 categorieën. Elke categorie heeft een letter, van A tot en met E. Tunnels in de categorie A hebben geen beperkingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor tunnels in de categorie E gelden de strengste beperkingen. De tunnels in Nederland zijn als volgt ingedeeld:

  • Categorie A: Roertunnel, Schipholtunnel, Swalmentunnel.

  • Categorie B: In deze categorie zijn in Nederland geen tunnels aangewezen.

  • Categorie C: Beneluxtunnel, Coentunnel, Drechttunnel, Kiltunnel, Noordtunnel, Sytwendetunnel, Thomassentunnel, Vlaketunnel, Westerscheldetunnel, Wijkertunnel, Zeeburgertunnel.

  • Categorie D: Botlektunnel, Heinenoordtunnel, Hubertustunnel, IJtunnel, Koningstunnel, Maasboulevardtunnel, Maastunnel, Piet Heintunnel, Velsertunnel.

  • Categorie E: ArenAtunnel.

7.8.8 Verdere ontwikkelingen

Een van de vele aanbevelingen die voortkwamen uit ‘Agenda 21’ van de UNCED was een oproep voor een internationaal geharmoniseerd systeem voor het classificeren van gevaarlijke goederen. De Europese Commissie heeft daarop deelgenomen aan discussies onder auspiciën van de OESO en de Internationale Arbeids Organisatie van de Verenigde Naties. Het streven was, het beoogde ‘mondiale’ systeem in het jaar 2000 ontwikkeld te hebben. Het is de bedoeling dat de verschillende classificatiesystemen, zoals die voor vervoer (via lucht, water, spoor en weg) en voor etikettering ten behoeve van het op de markt brengen (zie § ???) geharmoniseerd zullen worden[1060].

In 1997 bracht de Commissie een voorstel uit[1061] dat de harmonisering beoogde van de nationale en internationale wetgeving betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren. Hiermee zouden de normen voor binnenwatervervoer op één lijn gebracht worden met die voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en per spoor, zoals die in respectievelijk de Richtlijnen 94/55 en 96/49 staan. Het voorstel is echter in 2004 ingetrokken.[1062]

Referenties

Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004). Jaarbericht IVW 2003. Den Haag: IVW.

RIVM (2001). Milieubalans 2001. Het Nederlandse milieu verklaard. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

[1044] Inwerkingtreding ADN in Nederland, 29.02.2008, Trb. 2001, 67; 2008, 49, j 2009, 6

[1045] TK 1995–1996, 24 611, nr. 1.

[1046] TK 2004-2005, 29 893, nr. 2.

[1047] TK 2003-2004, 29 435, nr. 2.

[1048] TK 2004-2005, 29 644, nr. 6

[1049] TK 2004-2005, 27 801, nr. 26. De rapportages over de ketenstudies zijn verkrijgbaar op de website van VROM: http://www.minvrom.nl (geraadpleegd 29.1.2005).

[1050] De circulaire is verkrijgbaar via de website van VROM: http://www.minvrom.nl (geraadpleegd 29.1.2005).

[1051] Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004), p. 103.

[1052] De risicoatlassen zijn te vinden op http://www.verkeerenwaterstaat.nl/?lc=nl&page=290&filter=1 (geraadpleegd 29.1.2005).

[1053] Persbericht Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 18 februari 2000.

[1054] Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004), p. 88.

[1055] Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004), p. 103-104.

[1056] Antwoord van de Minister van Verkeer en Waterstaat op Kamervragen. TK 1999-2000, Aanhangsel, 1495.

[1057] Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004), p. 84.

[1058] Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004), p. 90.

[1059] RIVM (2001).

[1060] Dit blijkt uit het antwoord op een schriftelijke vraag vanuit het Europees Parlement, PbEG C152, 19.6.1995.

[1061] COM(97)367, gewijzigd bij COM(1999)563.

[1062] COM(2004)542.