Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

7.9 Vervoer van gevaarlijke goederen over zee

7.9.1 Overzicht van EU regelgeving

Richtlijn 2002/59/EG (PbEG L208, 5.8.2002)

Richtlijn betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG

Richtlijn 2009/17 EG (PbEU L131/101 28.05.2009)

Richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG

Rechtsgrondslag

Artikel 84 EG-verdrag (thans art. 100 VwEU)

Bindende termijn

Omzetting in nationale regelgeving (2002/59)

5 februari 2004

Omzetting in nationale regelgeving (2009/17)

30 november 2010

Richtlijn 94/57/EG PbEG L319, 12.12.1994)

(Ingetrokken door Richtlijn 2009/15/EG m.i.v. 17.06.2009)

Richtlijn inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties

Richtlijn 97/58/EG (PbEG L274, 7.10.1997)

Wijziging

Richtlijn 2001/105/EG (PbEG L19, 22.1.2002)

Wijziging

Richtlijn 2002/84/EG (PbEG L324, 29.11.2002)

Wijziging

Richtlijn 95/21/EG (PbEG L157, 7.7.1995)

(Ingetrokken door Richtlijn 2009/16/EG m.i.v. 01.01.2011)

Corrigendum: PbEG L 291, 14.11.1996

Richtlijn betreffende havenstaatcontrole

Richtlijn 98/25/EG (PbEG L33, 7.5.1998)

(vervallen i.v.m. intrekking van Richtlijn 95/21/EG)

Wijziging

Richtlijn 98/42/EG (PbEG L184, 27.6.1998)

(vervallen i.v.m. intrekking van Richtlijn 95/21/EG)

Wijziging

Richtlijn 1999/97/EG (PbEG L331, 23.12.1999)

(vervallen i.v.m. intrekking van Richtlijn 95/21/EG)

Wijziging

Richtlijn 2001/106/EG (PbEG L19, 22.1.2002)

(vervallen i.v.m. intrekking van Richtlijn 95/21/EG)

Wijziging

Richtlijn 2002/84/EG (PbEG L324, 29.11.2002)

Wijziging

Rechtsgrondslag

Artikel 84 EG-verdrag (thans art. 100 VwEU))

Bindende termijnen (2001/106)

Omzetting in nationale regelgeving

22 juli 2003

Verplichte aanwezigheid van reisgegevensrecorder (VDR)

gefaseerd (2002 - 2008)

Verordening 417/2002 (PbEG L64, 7.3.2002)

Verordening betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen

Verordening 2099/2002 (PbEG L324, 29.11.2002) gewijzigd door Verordening 415/2004 (PbEU L68, 6.3.2004)

Verordening betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen

Verordening 1726/2003 (PbEU L249, 1.10.2003)

Wijziging

Verordening 2172/2004 (PbEU L371, 18.12.2004)

Wijziging

Verordening 457/ 2007 (PbEU L 113, 30.4.2007)

Wijziging

Verordening 219/2009 (PbEU L 87, 31.3.2009)

Wijziging

Verordening 1163/2009 (PbEU L 314, 1.12.2009)

Wijziging

Rechtsgrondslag

Artikel 80 EG-verdrag (thans art. 100 VwEU)

Bindende termijnen

Voldoen aan vereisten inzake dubbelwandige uitvoering of gelijkwaardig ontwerp

gefaseerd (2003 - 2015)

Verordening 1406/2002 (PbEG L208, 5.8.2002)

Verordening tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

Verordening 1644/2003 (PbEG L245, 29.9.2003)

Wijziging

Verordening 724/2004 (PbEU L129, 29.4.2004)

Wijziging

Verordening 2038/2006 (PbEU L 394, 30.12.2006)

Wijziging

Richtlijn 2009/15/EG (PbEU L131, 28.5.2009)

Richtlijn betreffende gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties

Rechtsgrondslag

Artikel 80 EG-Verdrag (thans art. 100 VwEU)

Bindende termijnen

Omzetting in nationale regelgeving

17 juni 2011

Richtlijn 2009/16/EG (PbEU L 131, 28.5.2009)

Richtlijn betreffende havenstaatcontrole

Richtlijn 2009/18/EG (PbEU L 131, 28.5.2009)

Richtlijn tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG en Richtlijn 2002/59

Rechtsgrondslag

Artikel 80 EG-Verdrag (thans art. 100 VwEU)

Bindende termijnen

Omzetting in nationale regelgeving

17 juni 2011

7.9.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

Aanleg, afname en periodieke inspecties van vast aangebrachte brandblusinstallaties

Besluit gegevens scheepvaart

Besluit gegevens scheepvaart 2007

Besluit informatieverstrekking schepen met bepaalde stoffen

Besluit melding voorvallen van verontreiniging met bepaalde stoffen

Besluit onderzoeksraad voor veiligheid

Besluit van 1 november 2007, houdende wijziging van enkele besluiten in verband met reductive van administratieve lasten en aanpassing van een aantal besluiten in verband met verwijzing naar het Schepenbesluit 1965, en aanpassing van het Scheepvaartreglement territoriale zee in verband met havenstaatcontrole

Besluit van 10 december 2004, houdende regels ter uitvoering van de Rijkswet onderzoeksraad voor veiligheid

Besluit van 16 december 2009 houdende wijziging van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid in verband met de implementatie van international onderzoeksverplichtingen met betrekking tot het uitvoeren van onafhankelijk onderzoek naar scheepvaartongevallen

Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen

Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke stoffen

Informatiestatuut Onderzoeksraad voor veiligheid

Koninklijk Besluit van 27 augustus 2004, houdende wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met de implementatie van richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208)

Koninklijk Besluit van 27 augustus 2004, houdende wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur i.v.m. implementatie van Richtlijn 2002/59/EG

Nadere regels voor elektrische installaties

Negende wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement

Regeling tarieven Wet Havenstaatcontrole 2005

Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart

Regeling controlelijst schepen met gevaarlijke lading

Regeling Havenstaatcontrole

Regeling klassenbureaus Schepenwet

Regeling melding gegevens schepen met schadelijke of gevaarlijke stoffen

Regeling melding ongevallen en voorvallen op zee 2005

Regeling melding ongevallen en voorvallen op zee (ingetrokken door Regeling ongevallen en voorvallen op zee 2005)

Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid

Regeling tarieven Wet Havenstaatcontrole 2003

Regeling tarieven Wet Havenstaatcontrole 2004

Regeling veiligheid zeeschepen

Regeling verstrekken gegevens scheepvaart

Regeling verstrekken gegevens scheepvaart 2007

Richtlijnen en controlelijsten ten behoeve van tijdelijk onbemande machinekamers aan boord van schepen, geen kleine vaartuigen zijnde

Rijkswet van 12.04.1995 houdende wijziging van de Schepenwet

Scheepvaartreglement territoriale zee

Scheepvaartverkeerswet

Schepenbesluit 2004

Schepenwet

Voorschriften voor elektrische personenliften aan boord van schepen

Voorschriften voor patrijspoorten, lichtranden en ramen

Voorziening om ter uitvoering van besluiten van instellingen van de Europese Unie regels te kunnen stellen ten aanzien van buitenlandse schepen (Wet buitenlandse schepen)

Wet bestrijding ongevallen Noordzee

Wet buitenlandse schepen

Wet havenstaatcontrole

Wet van 15 december 2004 tot wijziging van de Scheepvaartverkeerswet, de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208)

Wet van 15 december 2004 tot wijziging van de Scheepvaartverkeerswet, de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2002/59/EG

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wijziging diverse regelingen Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Wijziging Regeling communicatie en loodsaavragen zeevaart

Wijziging Regeling havenstaatcontrole

Wijziging regeling melding ongevallen en voorvallen op zee

Wijziging uitvoerbesluit Scheldereglement i.v.m. implementatie Richtlijn 2002/59/EG

Wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet bestrijding ongevallen Noordzee

Stcrt. 1998, 14

Stb. 2005, 11

Stb. 2007, 371

Stb 1995, 398

Stb 1988, 694

Stb. 2004, 680

Stb 2007, 448

Stb. 2009, 563

Stb. 2009, 559: zie ook 2009, 563

Stb. 1986, 160, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 671

Stb 2005, 21

Stb. 2004, 437

Stb. 2004, 551: 2004, 603

Stcrt. 1998, 14

Stcrt. 2004, 603

Stcrt. 2004, 250

Stcrt. 1999, 62

Stcrt. 1995, 172

Stcrt. 1998, 97

Stcrt. 2003, 27

Stcrt. 1995, 172

Stcrt. 2004, 248

Stcrt. 1996, 179

Stcrt. 2005, 21

Stcrt. 2002, 244

Stcrt. 2003, 247

Stcrt. 2004, 248

Stcrt. 2005, 6

Stcrt. 2007, 192

Stcrt. 1998, 14

Stb. 1995, 301: 1998, 239

Stcrt. 1996, 170

Stb. 1988, 352, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 697

Stb. 2004, 284

Stb. 1909, 219, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 116

Stcrt. 1998, 14

Stcrt. 1998, 14

Stb. 2004, 349

Stb. 1992, 211, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 215

Stb. 2004, 349: 2004, 553

Stb. 1997, 557

Stb. 2004, 697

Stb. 2004, 698: 2005, 12

Stb. 1983, 683, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 697

Stcrt. 2005, 247

Stcrt. 2004, 205

Stcrt. 2003, 214

Stcrt. 1999, 191

Stcrt. 2004, 61

Stcrt. 1996, 400

Besluit van 16 december 2010, houdende wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2009/17/EG

Stb. 2010, 883

Wet van 23 december 2010 tot wijziging van de Wet bestrijding ongevallen Noordzee en van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2009/17/EG

Stb. 2010, 882

7.9.3 Doelstelling van de regelgeving

Het doel van de regelgeving is te voorzien in een geharmoniseerd systeem voor het voorkomen of beperken van ongelukken bij het vervoer van gevaarlijke goederen over zee, door middel van het verzekeren van de juiste naleving van de internationale normen. In § ??? worden soortgelijke Richtlijnen betreffende het vervoer over land en binnenwateren besproken. Er bestaan afzonderlijke Verordeningen voor het verschepen van afval (zie § ???), de overbrenging van radioactieve stoffen en – afvalstoffen (zie § ???) en de uitvoer van chemicaliën (zie § ???).

In de ‘Recommendations for the Transport of Dangerous Goods’ van de Verenigde Naties (het zogeheten ‘Oranje Boek’) worden aanbevelingen gedaan voor voorschriften die overheden en internationale organisaties kunnen hanteren ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke goederen door de lucht, over water, over de weg en per spoor. Deze aanbevelingen worden iedere twee jaar herzien door het Committee of Experts on the Transport of Dangerous Goods van de VN. De aanbevelingen vormen de basis voor meer specifieke internationale overeenkomsten, welke op hun beurt worden omgezet in nationale en EU-wetgeving. In de Richtlijnen zelf worden geen ‘gevaarlijke substanties’ genoemd. In plaats daarvan wordt verwezen naar de relevante internationale overeenkomsten gebaseerd op het ‘Oranje Boek’. Hierin wordt een indeling gemaakt van chemicaliën en gevaarlijke goederen op basis van het risico dat ze met zich mee brengen. Te weten: explosieven; gassen; ontvlambare vloeistoffen; ontvlambare vaste stoffen; oxidatoren en organische peroxiden; giftige en ontstekende substanties; radioactieve materialen; corrosieve substanties; andere substanties en materialen.

7.9.4 Samenvatting van de regelgeving

Richtlijn 94/57, zoals gewijzigd bij 2001/105

Richtlijn 2001/105 wijzigde Richtlijn 94/57 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties. Met de wijziging werd het gemeenschappelijke kader versterkt en geharmoniseerd. Tevens werden de plichten op het gebied van toezicht en rapportage voor de lidstaten vereenvoudigd. De Richtlijn bevatte bepalingen voor alle erkende organisaties om alle relevante wettelijk voorgeschreven informatie over de toestand van de schepen in hun klasse te verstrekken aan de autoriteiten van de havenstaatcontrole. De reden hiervoor is een bevordering van de transparantie en het verhinderen dat schepen van klasse veranderen om zo niet de nodige reparaties te hoeven uitvoeren. Uitsluitend geregistreerde fulltime-inspecteurs mogen de voorgeschreven inspecties en controles uitvoeren. De Richtlijn harmoniseert tevens de aansprakelijkheid voor ongevallen, waarbij een lidstaat het maximaal te betalen bedrag kan beperken tot 4 miljoen Euro in gevallen van persoonlijk letsel of sterfgevallen. Indien er sprake is van verlies van of schade aan goederen is de minimumlimiet 2 miljoen Euro.

Per 16 juni 2009 is Richtlijn 94/57/EG komen te vervallen. Hiervoor in de plaats kwam Richtlijn 2009/15/EG, die de Europese regelgeving met betrekking tot scheepsinspecties moet samenvatten. De richtlijn heeft nog niet geleid tot nationale regelgeving. De uiterste omzettingsdatum is 17 juni 2011.

Richtlijn 95/21/EG, zoals gewijzigd bij 2001/106/EG

Richtlijn 95/21, zoals gewijzigd bij 2001/106, bevat bepalingen betreffende de naleving van internationale normen op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord door schepen die havens in de EU aandoen en varen in de wateren van de lidstaten. De Richtlijn maakt de uitgebreide inspectie van bepaalde, als gevaarlijk aangewezen schepen verplicht. Alle schepen moeten (direct of op termijn) voorzien zijn van een VDR (‘black box’). Als deze ontbreekt, moet het schip worden aangehouden. De VDR-verplichting werd gefaseerd ingevoerd in de periode 2002-2008, afhankelijk van het soort schip. De verplichting geldt voor passagiersschepen en olietankers met een bruto tonnage van ten minste 3000 die op of na 1 juli 2002 gebouwd zijn en voor vrachtschepen vanaf 2007/2008. Richtlijn 95/21 is per 31 december 2010 in zijn geheel ingetrokken door middel van Richtlijn 2009/16/EG. Dit instrument beheerst vanaf die datum de Europese havenstaatcontrole.

Verordening 417/2002, zoals gewijzigd bij 1726/2003 en 2172/2004

Verordening 417/2002 betreft de versnelde invoering van de in het Marpol-verdrag overeengekomen (zie hfs. 13) eisen inzake dubbelwandige uitvoering of gelijkwaardig ontwerp op enkelwandige olietankers, met het oog op het vergroten van de veiligheid en het voorkomen van verontreiniging. Ze is van toepassing op alle olietankschepen met een draagvermogen van 5000 ton en meer die onder de vlag van een lidstaat vallen of die een onder een lidstaat vallende haven of offshore terminal aandoen. De Verordening bevat een tijdschema (lopend van 2003 tot 2015) voor de invoering van de dubbelwandigheids­eis. De datum van invoering is afhankelijk van het bouwjaar en het draagvermogen van het schip.

Verordening 1726/2003 vormde een uitwerking van de aanbevelingen van de Raad Vervoer naar aanleiding van de Prestige-ramp. De Verordening is er op gericht om Verordening 417/2002 te versterken door er voor te zorgen dat zware oliesoorten slechts in dubbelwandige schepen vervoerd worden; door de uitfasering van enkelwandige olietankers te versnellen door het verlagen van de maximale levensduur; en door een bredere toepassing van de keuringsregeling scheepvaart, waardoor schepen ouder dan 15 jaar er ook onder vallen. De wijziging van 2004 voegde nieuwe definities betreffende ‘dubbelwandige olietankers’ toe. In het onderdeel ‘Internationale verdragen’ (hfs. 13) wordt het ‘spin off-probleem’ van schepen die geweigerd worden in Gemeenschapshavens en daardoor gesloopt moeten worden behandeld.

Ook werd een pakket ‘Erika II-maatregelen’ aangenomen. Doelstelling van deze maatregelen is de Europese wateren op duurzame wijze te beschermen tegen de risico's van ongevallen en verontreiniging op zee.

Richtlijn 2002/59/EG

Deze Richtlijn is per 5 februari 2004 in de plaats gekomen van Richtlijn 93/75/EG. Ze voorziet in een monitoring- en informatiesysteem voor vaartuigen en breidt de rapportageverplichtingen van haar voorgangster uit tot andere gevaarlijke of verontreinigende goederen, met name bunkerbrandstoffen. Schepen moeten voorzien zijn van reisgegevensrecorders (VDR’s) voor onderzoek naar ongevallen op zee. De havenautoriteiten moeten van tevoren worden ingelicht over het schip (aantal personen aan boord, bestemming etc.) en over de eventuele aanwezigheid van lading die een bijzondere bedreiging voor de maritieme veiligheid kan meebrengen. De lidstaten moeten erop toezien dat alle schepen die het gebied binnenvaren van een verplicht scheeps­routerings­systeem, zoals aangenomen door de IMO, van het systeem gebruik maken. Schepen die de haven van een lidstaat aandoen moeten zijn uitgerust met een automatisch identificatiesysteem (AIS) (voor schepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd gaat deze eis in op een datum tussen 1 juli 2003 en 1 juli 2007, afhankelijk van het soort schip). De lidstaten moeten zorgen dat ze over de apparatuur beschikken om AIS-informatie te lezen. De Richtlijn bevat ook een aantal eisen voor de te volgen procedures bij slecht weer, waaronder de eis aan lidstaten om schepen in nood op te vangen in toevluchtsoorden.

Verordening 1406/2002, zoals gewijzigd bij Verordening 724/2004

Met de Verordening is een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid opgericht “teneinde in de Gemeenschap een hoog, uniform en efficiënt niveau van veiligheid op zee en van voorkoming van verontreiniging door schepen te waarborgen” (art. 1, lid 1). Het Agentschap zal de lidstaten en de Commissie voorzien van de nodige technische en wetenschappelijke bijstand en een hoog niveau van deskundigheid, om hen te helpen bij de correcte toepassing van de communautaire wetgeving op het gebied van de veiligheid op zee en de voorkoming van verontreiniging door schepen, bij de controle op de uitvoering daarvan en bij de beoordeling van de doeltreffendheid van de ingevoerde maatregelen (art. 1, lid 2). Het Agentschap heeft zijn zetel vanaf 2005 in Lissabon.[1063] Voor verdere informatie over het werk van het Agentschap, zie http://www.emsa.europa.eu.

Richtlijn 2002/84/EG en Verordening 2099/2002

De Richtlijn en de Verordening wijzigen respectievelijk enkele Richtlijnen en Verordening op het gebied van maritieme veiligheid en de voorkoming van verontreiniging door schepen. De wijzigingen betreffen de aanwijzing van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en de wijziging van communautaire wetgeving in het kader van ontwikkelingen op internationaal niveau.

Richtlijn 2009/18/EG (behoort niet tot de ‘Erika II-maatregelen’)

Deze Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector beoogt de veiligheid op zee te verbeteren. In de richtlijn wordt rekening gehouden met de bestaande internationale regelgeving met betrekking tot onderzoeken van ongevallen op zee, alsmede resolutie MSC.257(94) van de Internationale Maritieme Organisatie en de nieuwe Casualty Investigation Code.

Ten opzichte van de code bevat de richtlijn aanvullende bepalingen over de reikwijdte van de onderzoeksverplichting voor scheepvaartongevallen en meer gedetailleerde regels over de vereisten waaraan het onderzoek moet voldoen. In Richtlijn 2009/18 is de onderzoeksverplichting uitgebreid naar alle zeer ernstige scheepvaartongevallen die binnen de territoriale wateren van een lidstaat plaatsvinden en scheepvaartongevallen waarbij een lidstaat een aanmerkelijk belang heeft, ongeacht de vlag van het schip. De aanvullende regels met betrekking tot de vereisten waaraan het onderzoek moet voldoen stelt Richtlijn 2009/18 onder meer gedetailleerde regels over de samenwerking tussen EU-lidstaten, de samenwerking tussen EU-lidstaten en derde landen, de status van het veiligheidsonderzoek, de bevoegdheden van de onderzoeksinstantie, onderzoeksrapportages en veiligheidsaanbevelingen. De richtlijn moet voor 17 juni 2011 zijn geïmplementeerd.

7.9.5 Achtergrond en totstandkoming van de Richtlijnen

Richtlijn 2002/84/EG en Verordening 1726/2003

De ‘Prestige’, een 26 jaar oude, enkelwandige tanker, geladen met meer dan 77.000 ton zware stookolie, was op 13 november 2002 betrokken bij een ongeval voor de westkust van Galicië. Op 19 november zonk het schip, waarbij naar schatting 22.000 ton olie in zee terechtkwam. Nadien is de totale hoeveelheid opgelopen tot naar schatting 44.000 ton, aangezien de Prestige olie bleef verliezen vanaf zijn rustplaats op 4000 meter onder de zeeoppervlakte. Een deel van de olie is terechtgekomen op de kusten van Spanje, Portugal en Frankrijk, met verwoestende effecten op de visserij en de ecologie van de kustgebieden. Milieugroepen en lidstaten hebben kritiek uitgeoefend op de EU, die er maar niet in leek te slagen het vervoer van olie op zee veiliger te maken, ondanks de aanscherping van de regels in het kielzog van de ‘Erika’.

Het ongeluk met de Prestige, waarbij het (net als bij de Erika) ging om een oud, enkelwandig vaartuig, leidde tot een heroverweging van de maatregelen die naar aanleiding van ‘Erika’ waren genomen, met name Verordening 417/2002 betreffende het verbod (op termijn) van enkelwandige tankers (zie boven) en Richtlijn 2001/105[1064] betreffende scheepsinspecties. In reactie op de kritiek presenteerde de Commissie een tijdschema voor de uitvoering van diverse maatregelen.[1065] Deze behelsden onder meer:

  • de versnelde oprichting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid;

  • het opstellen van een ‘zwarte lijst’ van schepen die niet aan de ‘post-Erika’ normen voldoen;

  • de aanwijzing van ‘toevluchtshavens’ voor in nood verkerende schepen;

  • maatregelen om de onevenwichtige implementatie van de regelgeving ,die naar aanleiding van de Erika-ramp is vastgesteld, te bestrijden;

  • onderhandelingen met oliemaatschappijen om te komen tot een vrijwillig convenant waarmee het beëindigen van het vervoer van olie in enkelwandige tankers zou kunnen worden versneld.

Daarnaast stelde de Commissie verscheidene maatregelen voor om de veiligheid in de toekomst te vergroten. Daarvan zijn enkele noodmaatregelen inmiddels al aangenomen. Tabel ??? geeft een overzicht van de voorstellen.

Tabel 7.9.1 Maatregelen ter vergroting van de veiligheid voorgesteld en aangenomen na de Prestige-ramp

2003/103/EG (PbEU L326, 13.12.2003)

Richtlijn houdende wijziging van Richtlijn 2001/25/EG inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden

Inwerkingtreding: 14.12.2003

1726/2003 (PbEU L249, 1.10.03)

Verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 417/2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen

Inwerkingtreding: 21.10.2003

2002/84/EG (PbEG L324, 29.11.2002)

Richtlijn houdende wijziging van de richtlijnen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen

Inwerkingtreding: 29.11.2002

2372/2002 (PbEG L350, 31.12.02)

Verordening tot instelling van specifieke maatregelen om de schade veroorzaakt door olie uit de Prestige te vergoeden voor de visserijsector, de schelpdierensector en de aquacultuursector in Spanje

Inwerkingtreding: 2.1.2003

2099/2002 (PbEG L348, 21.12.2002)

Verordening betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen

Inwerkingtreding: 19.11.2002

Gewijzigd bij: Verordening 415/2004 (PbEU L68, 6.3.2004)

Inwerkingtreding 5.3.2004

2005/667/JBZ (PbEU L255 30.9.2005)

Kaderbesluit van de Raad tot versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van verontreiniging vanaf schepen

2005/35/EG (PbEG L255 30.9.2005)

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken

Richtlijn 2009/15/EG

Ook na de instelling van de ‘Erika I-maatregelen’ bleef de Commissie bezorgd over de geleverde inspanningen van de verschillende classificatiebureaus die de schepen inspecteerden om het vereiste veiligheidsniveau te behalen. Vanuit de verschillende instellingen van de Europese Unie werd de roep om intensivering van de controle op classificatiebureaus steeds groter. Na de ramp met de Prestige formuleerde het Europees Parlement in een resolutie zijn wens tot het instellen van communautaire regelgeving met betrekking tot de technische inspectie van schepen.[1066] Zodoende werd het oude systeem van Richtlijn 94/57/EG herschikt en werd voorzien in een versterkt systeem van controle op erkende instellingen. Op 23 november 2005 legde de Commissie het initiatiefwetsvoorstel ter medebeslissing voor aan de Raad en het Parlement. Op 30 januari 2006 werd het voorstel aangenomen door de Raad. Richtlijn 2009/15/EG trad in werking op 17 juni 2009.

Richtlijn 2009/16/EG

Doordat de tekst van Richtlijn 95/21/EG bij herhaling is gewijzigd werd deze te complex. Richtlijn 2009/16/EG herschikt de oude regeling en verduidelijkt de materie aanzienlijk. Ook deze Richtlijn vloeit voort uit de versterkte roep om meer veiligheid op zee vanuit de instellingen van de EU na de Prestige-ramp. Doelstelling was het ‘havenstaatcontrolestelsel doelmatiger maken en verbeteren’. In zijn conclusies van 6 december 2002 inzake de veiligheid van schepen en de voorkoming van verontreiniging, verzoekt de Raad de Commissie ‘om zo spoedig mogelijk een voorstel in te dienen ter versterking van de procedures voor de havenstaatcontrole'. Zodoende kwam de Commissie op 23 november 2005 met een voorstel. Op 24 januari 2006 keurde de Raad het voorstel goed en Richtlijn 2009/16/EG trad in werking op 17 juni 2009.

Richtlijn 2009/18/EG

In het zeevervoer in Europa dient een hoog veiligheidsniveau behouden te blijven en al het mogelijke moet worden gedaan om het aantal ongevallen en incidenten op zee te verminderen. Een spoedige uitvoering van het technische onderzoek naar ongevallen op zee bevordert de maritieme veiligheid doordat het herhaling van dergelijke ongevallen, waarbij mensenlevens en schepen verloren gaan en verontreiniging van het mariene milieu optreedt, helpt voorkomen. Om dit te kunnen bewerkstelligen kwam de Commissie op 23 november 2005 met een voorstel tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector. Op 13 februari werd het voorstel naar de vertegenwoordigers van de lidstaten en het Europees Parlement gestuurd. Pas na de instelling van een bemiddelinscommittee en drie lezingen gingen de Raad en het Parlement, respectievelijk op 26 februari en 11 maart 2009 akkoord. Op 17 juni 2009 trad de Richtlijn in werking.

7.9.6 De omzetting in nationale regelgeving

Het Nederlandse wettelijk kader voor het vervoer over zee van gevaarlijke stoffen wordt in hoofdzaak gevormd door de Wet voorkoming verontreiniging door schepen[1067], de Wet bestrijding ongevallen Noordzee[1068] en de Scheepvaartverkeerswet[1069].

Voor het niet tijdig omzetten van Richtlijn 93/75 is Nederland in 1995 in gebreke gesteld. Uiteindelijk heeft de implementatie in 1995 en 1996 plaatsgevonden. De vertraging was vooral te wijten aan de complexiteit van de materie en de grote aantallen regelingen die gewijzigd moesten worden.

De omzetting van Richtlijn 2002/59 (ter intrekking van 93/75) is gebeurd door onder meer een wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, de Wet op de economische delicten en de Scheepvaartverkeerswet.[1070] Daarnaast behoren tot de belangrijkste regelgevende instrumenten waarmee Richtlijn 2002/59 in Nederlands recht is omgezet:

  • het Scheepvaartreglement territoriale zee[1071] (evenals enkele andere scheepvaartreglementen);

  • het Besluit melding voorvallen van verontreiniging door schepen[1072];

  • het Besluit gegevens scheepvaart[1073] en de Regeling verstrekken gegevens scheepvaart[1074];

  • de Regeling melding ongevallen en voorvallen op zee 2005[1075];

  • de Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart[1076].

De wijzigingen van Richtlijn 2002/84 behoeven geen implementatie, aangezien de bestaande regelgeving al voldoet aan de eisen van deze Richtlijn.[1077]

De gewijzigde Verordening 417/2002 behoeft naar zijn aard geen implementatie. Niettemin is door een wijziging van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen en het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen rekening gehouden met de versnelde uitfasering van enkelwandige tankers.[1078] Tevens is in de Staatscourant aangegeven dat bepaalde categorieën enkelwandige tankers niet Nederlandse havens of offshore terminals mogen in- of uitvaren en er niet mogen ankeren.

Richtlijn nr. 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG werd in Nederland uitgevoerd bij Besluit van 16 december 2009 houdende wijziging van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid in verband met de implementatie van internationale onderzoeksverplichtingen met betrekking tot het uitvoeren van onafhankelijk onderzoek naar scheepvaartongevallen (Staatsblad 2009, 559). In dit besluit wordt onder meer bepaald dat de Onderzoeksraad voortaan ook een onderzoek instelt naar een zeer ernstig scheepvaartongeval waarbij een Nederlands zeeschip is betrokken, het ongeval plaatsvindt in de Nederlandse binnenwateren of territoriale zee of waarbij Nederland een aanmerkelijk belang heeft bij dat ongeval. Dit besluit is in werking getreden op 1 januari 2010.

Richtlijn 2009/17/EG is per 16 december 2010 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving via een wijziging van het Besluit gegevens scheepvaart 2007,[1079] en bij wet van 23 december 2010 tot wijziging van de Wet bestrijding ongevallen Noordzee en van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.[1080]

Richtlijn 2009/15/EG werd nog niet geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Zij betreft een gemeenschappelijk kader voor scheepsinspecties en maritieme toezichthouders, De uiterlijke datum voor omzetting van deze Richtlijn is 17 juni 2011.

7.9.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

In de door Rijkswaterstaat in 2000 opgestelde kritische Nota bestrijding milieubedreigende stoffen Noordzee 2000-2010[1081] is het beleid geformuleerd ter bestrijding van de gevaren van zowel grote olieverontreinigingen alsook meer voorkomende kleinere verontreinigingen. De Inspectie Verkeer & Waterstaat (IVW) is belast met de controle van schepen die onder Nederlandse vlag varen en schepen die de Nederlandse zeehavens aandoen (havenstaatcontrole). In het kader van het vervoer van gevaarlijke stoffen voert het IVW scheeps-, opslag- en broncontroles uit. In 2003 werden ongeveer 2750 controles uitgevoerd, waarvan het merendeel (2200) opslagcontroles betrof. De overtredingen die geconstateerd werden hadden met name betrekking op onjuiste of ontbrekende opschriften en/of etiketten.[1082]

In de afgelopen paar jaar hebben twee incidenten met gevaarlijke stoffen plaatsgevonden bij de zeescheepvaart, waaraan zowel in de media als in het Parlement aandacht is geschonken. Het eerste incident betrof het zinken van het roll-on/roll-off schip de Assi Eurolink, welke in 2003 zonk na een aanvaring met een Zweeds schip, ongeveer 75 kilometer ten noorden van Terschelling. Het schip vervoerde circa 350 ton zware stookolie. Hoewel door milieuorganisaties bepleit werd om het schip te bergen is door de minister van Verkeer en Waterstaat besloten het schip in 2004 gedeeltelijk te laten zinken.[1083] In het tweede incident verloor het onder Ethiopische vlag varende motorschip Andinet in een zeer zware storm drie containers en een aantal losse vaten met giftig houtverduurzamingsmiddel. Naar aanleiding van dit incident zijn meerdere Kamervragen gesteld.[1084]

De Inspectie Vekeer en Waterstaat (IVW) inspecteert in Nederland buitenlandse zeeschepen die moeten voldoen aan internationale wet- en regelgeving, zoals SOLAS, MARPOL, ILO, etc. Van de inspectieresultaten van 2005 tot en met 2008 is een analyse gemaakt. In Europa worden Port State Control inspecties verder geharmoniseerd uitgevoerd in het kader van het Paris Memorandum of Understanding (PMOU). In 2008 zijn in totaal 1632 inspecties uitgevoerd, daarvan waren er 866 schepen met 1 of meerdere deficiënties. 39 inspecties hebben geleid tot een aanhouding. Van deze 39 aanhoudingen hadden 4 schepen ‘Recognized Organization’-gerelateerde deficiënties.[1085]

7.9.8 Verdere ontwikkelingen

Onder druk van de EU heeft de Internationale Maritieme Organisatie besloten om het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Marpol) te wijzigen. Hierbij worden strengere regels ingevoerd voor enkelwandige tankers die in overeenstemming zijn met de Europese regels. De wijzigingen van het Verdrag betreffen onder meer: een verplichting om de meest gevaarlijke olieproducten alleen in dubbelwandige tankers te vervoeren; een versneld programma ter uitfasering van enkelwandige tankers; en speciale inspectieregelingen voor olietankers. Desalniettemin werden ook enkele uitzonderingen aangenomen voor enkelwandige tankers die onder de vlag van een lidstaat voeren, die het mogelijk maakten voor deze schepen om buiten de havens of bij offshore terminals te opereren. Deze mogelijkheid werd echter teruggedraaid door een wijziging van Verordening 417/2002/EG, waardoor een algeheel verbod werd ingevoerd voor het vervoeren van zware olieproducten in enkelwandige schepen varende onder de vlag van een lidstaat (Verordening 457/2007).

Referenties

Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004). Jaarbericht IVW 2003. Den Haag: IVW.

[1063] Voor meer informatie over het Agentschap, zie http://www.emsa.eu.int (geraadpleegd op 31.1.2005).

[1064] PbEG L19, 22.1.2002.

[1065] COM(2003)105.

[1066] resolutie [2003/2066]

[1067] Stb. 1983, 683, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 697.

[1068] Stb. 1992, 211, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 215.

[1069] Stb. 1988, 352, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 697.

[1070] Stb. 2004, 697.

[1071] Stb. 1996, 170 laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2004, 437.

[1072] Stb. 1988, 694, zoals gewijzigd bij Stb. 1992, 211.

[1073] Stb. 2005, 11.

[1074] Stcrt. 2005, 6.

[1075] Stcrt. 2004, 248.

[1076] Stcrt. 1999, 62, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2004, 205.

[1077] Stcrt. 2003, 248.

[1078] Stb. 2004, 131.

[1079] Stb. 2010, 883.

[1080] Stb. 2010, 882.

[1081] Verkrijgbaar via http://www.noordzeeloket.nl/overig/bibliotheek.asp, (geraadpleegd op

18.2.2010).

[1082] Inspectie Verkeer & Waterstaat (2004), pp. 25-27.

[1084] TK 2003-2004, Vragen 2030405970; TK 2002-2004, Vragen 2030407000.

[1085] Inspectie Verkeer & Waterstaat (2010), Port state control analyse, 22 juli 2009, p. 32.