396/2005 (PbEU L70, 16.3.2005) | Verordening tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EG van de Raad |
Rechtsgrondslag | Art. 37 lid 2, 95 lid 1 en 152 lid 4 EG-Verdrag (thans art. 43, 114, 160 VwEU) |
Wijzigingen | |
299/2008 (PbEU L97, 9.4.2008) | Wijziging van de Verordening wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft |
Bindende termijnen | |
Verordening (behalve hoofdstukken II, III en V) van toepassing per | 4 april 2005 |
Hoofdstukken II, III en V van toepassing per | 1 september 2008 |
Opmerking: Zie tabel 7.11.1 voor de wijzigingen van de bijlagen van Verordening 396/2005
Warenwet | Stb. 1935, 793 (en wijzigingen) |
Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen | Stb. 1992, 678 (en wijzigingen) |
Wijzigingsbesluit Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen | Stb. 2007, 26 |
Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen | Stcrt. 1984, 54 (en wijzigingen) |
Warenwetregeling babyvoeding | Stcrt. 1997, 19 (en wijzigingen) |
Warenwetregeling verontreinigingen in levensmiddelen | Stcrt. 1999, 30 (en wijzigingen) |
Warenwetregeling zuigelingenvoeding 2007 | Stcrt. 2007, 98 |
In 2001 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat zij in de vijfde ronde van het SLIM-project (Simpler Legislation in the Internal Market) aandacht wilde besteden aan een vermindering van de uitvoeringslast en de kosten voor de gebruikers van de residuenregelgeving. Op basis van haar bevindingen heeft de Commissie vervolgens een voorstel ingediend voor een Verordening tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingmiddelenresiduen in producten van plantaardige en dierlijke oorsprong.[1090] De Verordening beoogt een volledige harmonisatie van de residuenregelgeving op Europees niveau, waardoor de nationale MRL’s kunnen vervallen. Met de invoering van de Verordening zijn de Richtlijnen 76/895/EEG, 86/362/EEG, 86/363/EEG en 90/642/EG ingetrokken.
De Verordening is niet primair bedoeld ter bescherming van het milieu. Zij heeft als doel om consumenten te beschermen door maximale waarden te stellen aan de hoeveelheden residuen van bestrijdingsmiddelen op voedingsmiddelen en om het vrije handelsverkeer te bevorderen door het stellen van communautaire eisen. Aan de eisen kan worden voldaan door het beperken van de hoeveelheden toegediende bestrijdingsmiddelen en/of ervoor te zorgen dat de bestrijdingsmiddelen voldoende zijn afgebroken op het moment van het op de markt brengen van de betreffende landbouwproducten. Afzonderlijke regelgeving is gericht op verboden van stoffen en bestrijdingsmiddelen (zie § ???), de toelating van bestrijdingsmiddelen (zie § ??? en § ???) en het duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen (zie § ???).
Verordening 396/2005 bevat 10 hoofdstukken. Hoofdstuk I specificeert het onderwerp van de Verordening, haar werkingssfeer en de relevante definities. Hoofdstuk II beschrijft de procedure voor het aanvragen van een MRL. Hoofdstuk III bevat voorschriften over de inachtneming van MRL’s voor producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong. Hoofdstuk IV bevat bijzondere bepalingen betreffende de tijdelijke opneming van bestaande MRL’s onder het regime van de Verordening. Hoofdstuk V geeft voorschriften over officiële controles, controleprogramma’s, verslagen en sancties. De resterende hoofdstukken zijn vrij beperkt van omvang. Hoofdstuk VI gaat in op noodmaatregelen, hoofdstuk VII op steunmaatregelen voor geharmoniseerde MRL’s, hoofdstuk VIII op de coördinatie van aanvragen inzake MRL’s en hoofdstuk IX op uitvoeringsmaatregelen. Ten slotte bevat hoofdstuk X bepalingen over intrekking en aanpassing van de regelgeving, overgangmaatregelen en inwerkingtreding.
Kern van de Verordening is de vaststelling van MRL’s van bestrijdingsmiddelen in of op producten van plantaardige of dierlijke oorsprong die voor menselijke of dierlijke consumptie zijn bestemd. Bijlage I bevat een lijst van deze producten. De MRL’s omvatten enerzijds de MRL’s die specifiek zijn voor bepaalde levensmiddelen voor menselijke of dierlijke consumptie en anderzijds een standaardwaarde die algemeen moet worden toegepast in gevallen waarin geen specifieke MRL is vastgesteld. Deze standaardwaarde bedraagt 0,01 mg/kg. In bepaalde gevallen kunnen tijdelijke MRL’s worden vastgesteld, die worden opgenomen in bijlage III. De Verordening beschrijft de procedure v oor het aanvragen van een MRL (artt. 6-17). De aanvraag moet worden ingediend bij de lidstaat, die haar doorzendt naar de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). De risicobeoordeling valt onder de bevoegdheid van de EFSA. Deze moet zich uitspreken over iedere nieuwe MRL, wijziging of beoogde schrapping (behalve schrapping als gevolg van de intrekking van de toelating voor een gewasbeschermingsmiddel). De EFSA brengt een advies uit dat, met name, de verwachte aantoonbaarheidsgrens omvat voor de combinatie bestrijdingsmiddel/product, alsmede een beoordeling van het risico van overschrijding van de aanvaardbare dagelijkse inname (art. 10). Op basis van het advies van de EFSA brengt de Commissie een verordening uit waarin de nieuwe MRL wordt vastgesteld of een bestaande MRL wordt geschrapt (artt. 14-15).Bijlage I bij de Verordening omvat alle producten waarvoor uitdrukkelijk een MRL is vastgesteld, alsmede de andere producten waarvoor het aangewezen is geharmoniseerde MRL's toe te passen, gelet met name op hun aandeel in de voeding van de consument of in de handel (art. 4 lid 1). Deze bijlage is voor de eerste keer vastgesteld bij Verordening 178/2006.
MRL’s voor in bijlage I bedoelde producten worden de eerste keer vastgesteld en opgenomen in de lijst in bijlage II, waarin tevens de vastgestelde MRL’s op basis van de eerdere regelgeving zijn vermeld (art. 21 lid 1). Deze bijlage is voor de eerste keer vastgesteld bij VerVerordening 149/2008.
Tijdelijke MRL’s voor werkzame stoffen waarvoor nog geen besluit is genomen inzake de opneming of niet-opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG, worden, tenzij zij reeds in bijlage II bij deze richtlijn zijn vermeld, de eerste keer vastgesteld en opgenomen in de lijst in bijlage III (art. 22 lid 1). Deze bijlage is voor de eerste keer vastgesteld bij Verordening 149/2008.
178/2006 (PbEU L29, 2.2.2006) | Wijziging van de Verordening met het oog op de vaststelling van bijlage I met de lijst van levensmiddelen en diervoeders waarvoor maximumgehalten aan | ||
149/2008 (PbEU L58, 1.3.2008) | Wijziging van de Verordening door vaststelling van de bijlagen II, III en IV met maximumresidugehalten voor onder bijlage I bij die verordening vallende producten | ||
260/2008 (PbEU L76, 19.3.2008) | Wijziging van de Verordening door vaststelling van bijlage VII met de lijst van combinaties werkzame stof/product waarvoor een afwijking geldt ten aanzien van behandelingen na de oogst met een fumigatiemiddel | ||
839/2008 (PbEU L 234, 30.8.2008) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II, III en IV met maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op bepaalde producten | ||
256/2009 (PbEU L81, 27.3.2009) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II en III wat betreft de maximumgehalten aan residuen van azoxystrobin en fludioxonil in of op bepaalde producten | ||
822/2009 (PbEU L239, 10.9.2009) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II, III en IV wat betreft de maximumgehalten aan residuen van azoxystrobin, atrazin, chloormequat, cyprodinil, dithiocarbamaten, fludioxonil, fluroxypyr, indoxacarb, mandipropamid, kaliumtrijodide, spirotetramat, tetraconazool en thiram in of op bepaalde producten | ||
1050/2009 (PbEU L290, 6.11.2009) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II en III wat betreft de maximumgehalten aan residuen van azoxystrobin, acetamiprid, clomazone, cyflufenamid, emamectinbenzoaat, famoxadone, fenbutatinoxide, flufenoxuron, fluopicolide, indoxacarb, ioxynil, mepanipyrim, prothioconazool, pyridalyl, thiacloprid en trifloxystrobin in of op bepaalde producten | ||
1097/2009 (PbEU L301, 17.11.2009) | Verordening tot wijziging van bijlage II wat betreft maximumresidugehalten aan dimethoaat, ethefon, fenamifos, fenarimol, methamidofos, methomyl, omethoaat, oxydemeton-methyl, procymidon, thiodicarb en vinclozolin in en op bepaalde producten | ||
304/2010 (PbEU L 94, 15.4.2010) | Verordening tot wijziging van bijlage II wat betreft de maximumgehalten aan residuen van 2-fenylfenol in of op bepaalde producten | ||
459/2010 (PbEU L 129, 28.5.2010) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II, III en IV wat betreft de maximumgehalten aan residuen van bepaalde bestrijdingsmiddelen in of op bepaalde producten | ||
600/2010 (PbEU L174, 9.7.2010) | Verordening tot wijziging van bijlage I wat betreft toevoegingen en wijziging van de voorbeelden van verwante soorten of andere producten waarvoor dezelfde MRL geldt | ||
750/2010 (PbEU L 220, 21.8.2010) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II en III wat betreft de maximumgehalten aan residuen van bepaalde bestrijdingsmiddelen in of op bepaalde producten | ||
765/2001 (PbEU L226, 28.8.2010) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II en III wat betreft de maximumgehalten aan residuen van chloorthalonil, clothianidin, difenoconazool, fenhexamide, flubendiamide, nicotine, spirotetramat, thiacloprid en thiamethoxam in of op bepaalde producten | ||
893/2010 (PbEU L266, 9.10.2010) | Verordening tot wijziging van de bijlagen II en III wat betreft de maximumgehalten aan residuen van acequinocyl, bentazon, carbendazim, cyfluthrin, fenamidone, fenazaquin, flonicamid, flutriafol, imidacloprid, ioxynil, metconazool, prothioconazool, tebufenozide en thiofanaat-methyl in of op bepaalde producten | ||
Op basis van jaarlijks bijgewerkte communautaire en nationale meerjarenplannen verrichten de lidstaten controles op bestrijdingsmiddelenresiduen, om te verifiëren of de MRL’s zijn nageleefd (artt. 29-30). Die controles bestaan met name uit de bemonstering, de analyse van de monsters en de bepaling van de aanwezige bestrijdingsmiddelen en hun respectieve residuniveau. De toepasselijke bemonsteringsprocedures zijn uitgewerkt in Richtlijn 2002/63 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen.[1091]
Jaarlijks brengt de Commissie een verordening uit inzake het uit te voeren gecoördineerd meerjarig communautair controleprogramma tot naleving van de maximumgehalten en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op voeding van plantaardige of dierlijke oorsprong. Deze verordeningen beslaan telkens een periode van drie jaar. Het betreft achtereenvolgens Verordening 1214/2008[1092], Verordening 901/2009[1093] en Verordening 915/2010.[1094] In de verordeningen geeft de Commissie aan op welke voedingsmiddelen en werkzame stoffen haar controleprogramma zich richt.
Op basis van de informatie die de lidstaten verstrekken over de resultaten van de nationale en communautaire controleprogramma’s stelt de EFSA elk jaar voor 1 maart een jaarverslag betreffende bestrijdingsmiddelenresiduen op (art. 32 lid 1). Zij neemt daarin ten minste de volgende informatie op (art. 32 lid 2):
a) een analyse van de resultaten van de controles;
b) een verklaring omtrent de mogelijke redenen waarom de MRL's zijn overschreden en omtrent mogelijkheden voor het risicobeheer;
c) een analyse van de chronische en acute risico’s van bestrijdingsmiddelenresiduen voor de gezondheid van de consument;
d) een beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen.
Tot nu toe zijn twee van dergelijke jaarverslagen door EFSA uitgebracht.[1095]
Voor baby- en peutervoeding geldt sinds 1991 afzonderlijke regelgeving inzake bestrijdingsmiddelenresiduen. De Richtlijnen 91/321 en 96/5 bevatten een algemene bepaling dat dergelijke voeding ‘geen enkele stof in een zodanige hoeveelheid mag bevatten dat daarmee de gezondheid van zuigelingen en peuters in gevaar wordt gebracht, en dat zonodig onverwijld maximale hoeveelheden van dergelijke stoffen moeten worden vastgesteld’. Op basis van twee adviezen van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding uit 1997 en 1998 is vervolgens twijfel gerezen over de adequaatheid van de bestaande waarden voor de aanvaardbare dagelijkse dosis (ADD) wat betreft residuen van bestrijdingsmiddelen maar ook van andere gevaarlijke chemische stoffen. De Richtlijnen 1999/39 en 1999/50 bepaalden dat baby- en peutervoeding geen residuen van afzonderlijke bestrijdingsmiddelen mag bevatten met niveaus die hoger liggen dan 0,01 mg/kg (art. 6, lid 2), hetgeen in de praktijk het minimum-opspoorbare niveau is. Tevens verbood Richtlijn 1999/50 dat de in bijlage IX opgenomen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt bij de teelt van landbouwproducten die voor de vervaardiging van baby- en peutervoeding zijn bedoeld (art. 6, lid 3). In 2006 heeft de Commissie opnieuw wijzigingen in de regelgeving aangebracht. Dit is gebeurd bij Richtlijn 2006/125/EG inzake bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters[1096] en Richtlijn 2006/141 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en tot wijziging van Richtlijn 1999/21.[1097] Deze wijzigingen hebben weinig inhoudelijke gevolgen voor het residuenbeleid. Zij zijn gericht op codificatie van bestaande regelgeving en het geven van specifieke voorschriften over het eiwitgehalte van zuigelingenvoeding.
De Nederlandse regelgeving inzake residuen van bestrijdingsmiddelen in en op levensmiddelen is gebaseerd op de Warenwet. Ter uitvoering van de Verordening 396/2005 is het Wijzigingsbesluit Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen tot stand gebracht. De Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen bevat de van toepassing zijnde maximumresidugehalten (MRL’s) in en op levensmiddelen. De eerste versie van deze regeling werd in 1984 gepubliceerd.
De Warenwet bepaalt dat in het geval MRL’s worden overschreden de betreffende eet- en drinkwaren als ongeschikt voor gebruik moeten worden aangemerkt. Daartoe verwijst de Warenwetregeling verontreinigingen in levensmiddelen naar de Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen. Deze Warenwetregeling strekt er toe in één alomvattende regeling de verontreiniging van levensmiddelen met verschillende stoffen te regelen.
7.11.6 De uitvoering in de praktijk
Het beleid inzake bestrijdingsmiddelenresiduen valt sinds 2010 onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI). De naleving van de regelgeving wordt gecontroleerd door de Voedsel en Warenautoriteit (VWA). De VWA voert tevens het jaarlijkse monitoringsprogramma van de Europese Commissie uit.
Uit de gegevens die door de lidstaten zijn verstrekt blijkt al jaren dat de producten op de Nederlandse markt vaker residuen bevatten dan het Europese gemiddelde en erg hoog scoren in de categorie van producten met meervoudige residuen.[1098] Ook de overschrijding van de MRL’s ligt in Nederland op een hoger percentage dan het EU-gemiddelde. Daarbij is trouwens wel keer op keer gebleken dat geïmporteerde producten percentueel vaker residuen bevatten dan Nederlandse.[1099] Over het geheel genomen is het beeld qua residuen gunstiger in veel van de Oost- en Zuid-Europese landen.
Monsters | EU | NL | ||
2007 | 2008 | 2007 | 2008 | |
Zonder aantoonbare residuen (%) | 52.7 | 62.1 | 31.0 | 32.8 |
Met aantoonbare residuen op of onder de wettelijke norm (%) | 45.0 | 35.7 | 63.8 | 64.2 |
Met residuen boven EG-normen (%) | 2.3 | 2.2 | 5.2 | 3.0 |
De laatste jaren is op allerlei fronten de belangstelling toegenomen voor de aanwezigheid van residuen van bestrijdingsmiddelen in en op voedingsmiddelen. Milieu- en consumentenorganisaties hebben bijvoorbeeld gewezen op de onzekerheid over de veiligheid van de toegelaten maximumgehalten, met name met het oog op kinderen in de groei, de onbekende risico’s van combinaties van stoffen en het voorkomen van overschrijdingen van maximumgehalten. Als gevolg daarvan zijn binnen het voedingsmiddelenbedrijfsleven diverse initiatieven ontwikkeld om de aanwezigheid van residuen terug te dringen.[1100]
7.11.7 Verdere ontwikkelingen
Verordening 882/2004[1101] stelt op communautair niveau een geharmoniseerd kader van algemene voorschriften voor de organisatie van officiële controles vast, met inbegrip van officiële controles op het binnenbrengen van levensmiddelen en diervoeders uit derde landen. Bovendien bepaalt die verordening dat een lijst moet worden opgesteld van diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die op basis van bekende of nieuwe risico’s aan meer uitgebreide officiële controles moeten worden onderworpen op het punt van binnenkomst op de in bijlage I bij die verordening vermelde grondgebieden („de lijst”). Dit is gebeurd bij Verordening 669/2009.[1102] In bijlage I bij deze verordening zijn onder meer specifieke producten uit de Dominicaanse Republiek, Turkije en Thailand genoemd die aan een strenger controleregime moeten worden onderworpen vanwege de mogelijke aanwezigheid van residuen van bepaalde gevaarlijke bestrijdingsmiddelen. Bij daarop volgende wijzigingen van bijlage I zijn ook producten uit Egypte en India aan de lijst toegevoegd.
EFSA (2009). 2007 Annual Report on Pesticide Residues according to Article 32 of Regulation (EC) No 396/2005, prepared by the Pesticide Risk Assessment Peer Review (PRAPeR) Unit. EFSA Scientific Report (2009) 305, 1-106.
EFSA (2010). 2008 Annual Report on Pesticide Residues according to Article 32 of Regulation (EC) No 396/2005, prepared by the Pesticide Risk Assessment Peer Review (PRAPeR) Unit in collaboration with the Assessment Methodology Unit (AMU). EFSA Journal 2010, 8(6): 1646.
Van der Grijp (2008). Regulating Pesticide Risk Reduction: the Practice and Dynamics of Legal Pluralism. Dissertatie, VU University Amsterdam, 303 p.
Van der Grijp, N.M., J. de Boer en F. den Hond (2001). Initiatieven vanuit de Nederlandse voedingssector ter beperking van het bestrijdingsmiddelengebruik. IVM R-01/03, Vrije Universiteit, Amsterdam.
VWA (2009). Residuen van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit. Overzicht van juli 2007 - juli 2009. Beschikbaar via: http://www.vwa.nl/onderwerpen/inspectieresultaten/dossier/bestrijdingsmiddelen-op-groente-en-fruit/inspectieresultaten.
VWA (2010). Residuen van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit. Overzicht van uitkomsten nVWA-inspecties, januari 2008 – december 2009. Beschikbaar via: http://www.vwa.nl/onderwerpen/inspectieresultaten/dossier/bestrijdingsmiddelen-op-groente-en-fruit/inspectieresultaten.
[1090] COM(2003) 117 final, 14.3.2003.
[1091] PbEG L187, 16.7.2002.
[1092] PbEU L328, 6.12.2008.
[1093] PbEU L256, 29.9.2009.
[1094] PbEU L269, 13.10.2010.
[1095] EFSA (2009) en EFSA (2010).
[1096] PbEU L339, 6.12.2006.
[1097] PbEU L401, 30.12.2006.
[1098] Zie bijv. EFSA (2009), EFSA (2010), VWA (2009) en VWA (2010).
[1099] Zie VWA (2009) en VWA (2010).
[1100] Zie o.a. Van der Grijp et al. (2001) en Van der Grijp (2008).
[1101] PbEU L165, 30.4.2004.
[1102] PbEU L194, 25.7.2009.