2002/95/EG (PbEU L37, 13.2.2003) voorgesteld 13.6.2000 –COM(2000)347 en 6.6.2001 –COM(2001)316 | Richtlijn betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur |
Rechtsgrondslag | Artikel 95 EG-verdrag |
Bindende termijnen | |
Inwerkingtreding | 13 februari 2003 |
Omzetting in nationale regelgeving | 13 augustus 2004 |
Bepaalde gevaarlijke stoffen mogen in nieuwe elektr(on)ische apparatuur die op de markt wordt gebracht niet meer voorkomen vanaf | 1 juli 2006 |
Herziening van de Richtlijn door Commissie | 13 februari 2005 |
NB: Richtlijn 2002/95/EG en de Bijlage zijn verscheidene keren gewijzigd; laatstelijk bij Besluit 2010/571/EU van de Commissie (PbEU L 251, 25.9.2010). Zie de geconsolideerde versie.
Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur | Stb. 2004, 340 |
De Richtlijn heeft tot doel, bij te dragen aan de doelstellingen van de Richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (2002/96, zie § ???) door ervoor te zorgen dat stoffen die grote problemen kunnen veroorzaken in de afvalfase niet worden gebruikt in elektr(on)ische apparatuur.
De Richtlijn is van toepassing op de categorieën 1 t/m 7 en 10 van bijlage IA bij Richtlijn 2002/96 (zie § ???). Dit betreft huishoudelijke apparaten, IT- en telecommunicatieapparatuur, consumentenapparatuur, verlichtingsapparatuur, elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties), speelgoed, apparatuur voor sport en ontspanning, en automaten. Daarnaast is 2002/95 van toepassing op gloeilampen en armaturen in huishoudens. Hergebruik van apparatuur die vóór 1 juli 2006 op de markt is gebracht en reserveonderdelen daarvoor vallen niet onder de Richtlijn (art. 2).
Vanaf 1 juli 2006 mag nieuwe elektr(on)ische apparatuur die op de markt wordt gebracht geen lood, kwik, cadmium, zeswaardig chroom, polybroombifenylen (PBB’s) of polybroomdifenylethers (PBDE’s) meer bevatten (art. 4, lid 1). Een aantal toepassingen, genoemd in een Bijlage, valt niet onder het verbod (art. 4, lid 2). Het gaat daarbij ondermeer om kwik in TL-buizen en spaarlampen. In de Bijlage is tevens een algemene getolereerde maximale concentratie in homogene materialen van 0,01 gewichtsprocent voor cadmium en van 0,1 gewichtsprocent voor de overige genoemde stoffen opgenomen.[1470]
De vrijstellingen die in de Bijlage worden genoemd moeten ten minste om de vier jaar worden getoetst. Bij het aanpassen van de Bijlage aan de vooruitgang van wetenschap en techniek wordt gebruik gemaakt van een comitéprocedure en moeten ook de diverse ‘stakeholders’ worden geraadpleegd (art. 5).
Binnen twee jaar na de inwerkingtreding moest de Commissie de Richtlijn herzien, waarbij met name gekeken moest worden naar de apparatuur uit Bijlage IA van Richtlijn 2002/96 die nog niet onder 2002/95 viel, namelijk medische hulpmiddelen en meet- en controleinstrumenten. (art. 6).
Op inbreuken op de krachtens de Richtlijn vastgestelde nationale bepalingen moeten ‘doeltreffende, evenredige en afschrikkende’ sancties staan (art. 8).
In een Mededeling van de Commissie over de EU-afvalbeheersstrategie uit 1996 werd het belang benadrukt van een vermindering van het gehalte aan schadelijke stoffen in afval. Bij de ontwikkeling van de Richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (zie § ???) werd duidelijk dat het nodig was om de risico’s voor mens en milieu door blootstelling aan gevaarlijke stoffen in de afvalfase van elektr(on)ische apparatuur te verminderen. Het vervangen van zulke stoffen door veiliger alternatieven werd gezien als de beste manier om dit te bereiken.
Richtlijn 2002/95 is in samenhang met 2002/96 ontwikkeld, maar de totstandkoming verliep gemakkelijker dan bij laatstgenoemde. Oorspronkelijk waren beide gezamenlijk in één Commissievoorstel opgenomen, maar later werden ze gescheiden, met name omdat ze aangenomen moesten worden onder twee verschillende Verdragsartikelen.
Aanvankelijk stelde de Commissie voor om een aantal stoffen per 1 januari 2008 te verbieden. In eerste lezing (in mei 2001) pleitte het Europees Parlement voor een vervroeging tot 1 januari 2006. Het Parlement nam ook wijzigingen aan waarbij de lijst van stoffen in de toekomst uitgebreid moest worden, gebaseerd op wetenschappelijke en techniche vooruitgang. Het ging daarbij met name om fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), gehalogeneerde brandvertragers en PVC. Ook zou de Commissie eind 2004 een geactualiseerde Bijlage moeten publiceren. Verder kwam het Parlement met het voorstel om sancties op inbreuken op de Richtlijn te stellen.
De Commissie heeft vervolgens een gewijzigd voorstel gepresenteerd[1471], waarbij een groot deel van de door het Parlement voorgestelde wijzigingen was overgenomen. In het Gemeenschappelijk Standpunt van de Raad (december 2001) werden 15 van de 23 wijzigingen aanvaard en werden ook enkele nieuwe wijzigingen voorgesteld, waaronder een verbod uiterlijk per 1 januari 2007. De Commissie verwierp dit laatste, omdat dit zou kunnen leiden tot verschillen op de interne markt als de lidstaten verschillende data zouden hanteren.
Toen het voorstel in april 2002 in tweede lezing in het Europees Parlement werd behandeld was de ingangsdatum van het verbod het belangrijkste resterende punt van conflict. Het Parlement pleitte opnieuw voor 2006 en voegde een nieuwe wijziging toe waarbij de Richtlijn niet van toepassing zou zijn op het hergebruik van elektr(on)ische apparatuur of onderdelen die vóór de ingangsdatum van het verbod op de markt waren gebracht. Tijdens de conciliatiebesprekingen in november 2002 (die vooral over de Richtlijn betreffende afgedankte elektr(on)ische apparatuur gingen) kwamen Parlement en Raad als compromis een ingangsdatum voor het verbod van 1 juli 2006 overeen. Ook werden ze het eens over de in de Bijlage opgenomen uitzonderingen. Op 18 december 2002 keurde het Parlement de gezamenlijke tekst goed en op 27 januari 2003 deed de Raad hetzelfde.
Het verbod op de toepassing van de in Richtlijn genoemde stoffen is opgenomen in het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur.[1472] Wijzigingen van de Bijlage van de Richtlijn werken automatisch door in dit Besluit (‘dynamische verwijzing’).
De VROM-Inspectie heeft in het kader van een landelijk handhavingproject in 2008 en begin 2009 onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de onder Richtlijn 2002/95 vallende zware metalen en brandvertragers in elektr(on)ische apparatuur.[1473] Bij 24 distributiecentra zijn in totaal 152 elektr(on)ische apparaten getest op de aanwezigheid van verboden stoffen. Daarvan bleken er 15 niet te voldoen aan het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur. Het betrof in alle gevallen overschrijdingen van de maximale loodgehaltes, met name in soldeer (2 tot 400 maal de toegestane waarde).In vervolg hierop heeft de VROM-Inspectie in 2009 nog een onderzoek uitgevoerd.[1474] Bij 47 importeurs zijn ongeveer 450 elektr(on)ische apparaten getest, met name uit de categorieën 2 (kleine huishoudelijke apparaten), 4 (consumentenapparatuur) en 7 (speelgoed, apparatuur voor sport en ontspanning). Bij 64% van de bedrijven is elektr(on)ische apparatuur aangetroffen die niet voldoet aan het Besluit. In totaal ging het om 20% van alle geteste apparaten. Opnieuw betrof het in nagenoeg alle gevallen een overschrijding van het maximale loodgehalte.
Sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2002/95 is de Bijlage met de vrijgestelde toepassingen diverse keren gewijzigd. In december 2008 heeft de Commissie een voorstel voor herziening van de Richtlijn gepresenteerd[1475]. Na de nodige discussies en aanpassingen hebben Raad en Parlement hierover in november 2010 overeenstemming bereikt. Belangrijke elementen van de herziening zijn:
uitbreiding van het toepassingsgebied tot in principe alle elektrische en elektronische apparatuur, met een aantal uitzonderingen (waaronder militaire en ruimtevaart-apparatuur, grootschalige vaste installaties en zonnepanelen);
een mechanisme voor het herzien of wijzigen van de lijst van verboden stoffen dat in de lijn ligt van REACH, waarbij wijzigingen van de lijst kunnen worden doorgevoerd via de comitéprocedure;
de regels voor het verlenen van afwijkingen van het verbod op een stof worden verder gestroomlijnd en eveneens afgestemd op REACH.
De lijst van verboden stoffen blijft vooralsnog ongewijzigd. Het Parlement heeft tevergeefs geprobeerd om in de Richtlijn een lijst van ‘prioritaire stoffen’ op te nemen (waaronder gebromeerde brandvertragers en PVC) die als kandidaten voor een mogelijk toekomstig verbod in aanmerking zouden komen.
De herziene Richtlijn (2011/65/EU) is in juli 2011 van kracht geworden.[1476]
[1470] Deze bepaling is aan de Bijlage toegevoegd bij Beschikking 2005/618/EG (PbEU L214, 19.8.2005).
[1471] COM(2001) 316.
[1472] Stb. 2004, 340.
[1473] VROM-Inspectie (2009): De laatste loodjes .....Verboden stoffen in elektr(on)ische apparatuur. Den Haag, 15 juni 2009.
[1474] VROM-Inspectie (2009): Loodzwaar. Den Haag, 3 december 2009.
[1475] COM(2008) 809.
[1476] PbEU L174, 1.7.2011.