De algemene doelstelling van het Euratom- verdrag is bij te dragen aan de totstandbrenging en ontwikkeling van de Europese kernenergie-industrie, ervoor te zorgen dat alle lidstaten kunnen profiteren van de ontwikkeling van deze energie en te waken over de continuïteit van de voorziening. Tegelijk beoogt het verdrag een hoog niveau van veiligheid voor de bevolking te waarborgen en is het erop gericht te voorkomen dat nucleair materiaal dat voor civiele doeleinden is bestemd, wordt gebruikt voor andere doelen. Het verdrag heeft alleen betrekking op civiel en vreedzaam gebruik van kernenergie.
Het Euratom-verdrag omvat thans 177 artikelen en is ingedeeld in zes titels en voorafgegaan door een preambule. In titel I worden de taken van de Gemeenschap omschreven. Titel II bevat bepalingen ter bevordering van de vooruitgang op het gebied van kernenergie. Titel III is gewijd aan de instellingen van de Gemeenschap en de algemene financiële bepalingen. Titel IV bevat specifieke financiële bepalingen. Titel V en VI omvatten respectievelijk de algemene bepalingen en de overgangsbepalingen. De in dit hoofdstuk te bespreken Richtlijnen en Verordeningen zijn gebaseerd op het Euratom-verdrag.
Als gevolg van de wens de CO2-uitstoot terug te dringen en de energievoorziening te baseren op meerdere bronnen is kernenergie de laatste jaren in een toenemend aantal EU lidstaten (wederom) op de politieke agenda gekomen. Dit vindt zijn weerslag in een reeks van nieuwe beleidsinitiatieven op EU niveau. In 2007 heeft de Commissie een Ontwerp-programma van indicatieve aard inzake kernenergie[1477] aan de Raad en het Europees Parlement voorgesteld, hetgeen een jaar later is geactualiseerd in de context van een strategisch evaluatie van de energiesituatie.[1478] Op het gebied van de nucleaire veiligheid heeft de Commissie in 2007 de Groep Europese Regelgevers op het gebied van nucleaire veiligheid (ENSREG) opgericht, teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de communautaire doelstellingen op het gebied van nucleaire veiligheid. Voorts heeft zij in 2008 een mededeling gedaan over de internationale uitdaging van nucleaire veiligheid en nucleaire beveiliging[1479], en in 2009 een mededeling inzake nucleaire proliferatie.[1480] Hieronder wordt de in dit hoofdstuk behandelde regelgeving kort aangeduid.
Richtlijn 96/29 bevat basisnormen voor de veiligheid met betrekking tot de bescherming van de gezondheid van werknemers en het publiek tegen blootstelling aan ioniserende straling. De oorspronkelijke Richtlijn (59/221) op het gebied van stralingsbescherming stamde uit 1959. Richtlijn 2003/122 heeft betrekking op bescherming tegen straling vanuit hoogactieve ingekapselde radioactieve bronnen en weesbronnen. Richtlijn 2009/71 beoogt een hoog niveau van nucleaire veiligheid om werkers en de bevolking te beschermen tegen de aan ioniserende straling van kerninstallaties verbonden gevaren. De genoemde richtlijnen worden behandeld in § ???.
Op basis van de gezondheids- en veiligheidsbepalingen in hoofdstuk 3 van het Euratom-verdrag is wetgeving vastgesteld met betrekking tot de overbrenging van radioactieve stoffen en afvalstoffen. Verordening 1493/93 heeft betrekking op de overbrenging van ingekapselde bronnen en andere relevante bronnen tussen lidstaten wanneer de hoeveelheden en concentraties bepaalde waarden overschrijden . Richtlijn 2006/117 regelt het toezicht en de controle op het overbrengen van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen. Dat geldt voor het overbrengen tussen de Europese lidstaten, maar ook tussen de Europese Unie en de landen er buiten. Deze beide regelingen worden beschreven in § ???.
Na de ramp in Tsjernobyl in 1986is een serie tijdelijke Verordeningen vastgesteld om de bevolking van de EG te beschermen tegen besmette voedselproducten. Deze tijdelijke Verordeningen zijn vervolgens vervangen door meer permanente voedselbeschermingsmaatregelen. Verordening 3954/87 (die verschillende keren is gewijzigd), legt de procedure vast voor het bepalen van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en van diervoeders die op de markt kunnen worden gebracht na een nucleair ongeval (zie § ???).
[1477] COM(2007) 565 def.
[1478] COM(2008) 776 def.
[1479] COM(2008) 312 def.
[1480] COM(2009) 143 def.