De EU-regelgeving met betrekking tot geluid heeft zich in het begin sterk gericht op het terugdringen van de geluidsniveaus van met name voertuigen zoals personenauto’s, bussen en vrachtauto’s (§ ???); motorfietsen (§ ???); trekkers (§ ???),luchtvaartuigen (§ ???) en pleziervaartuigen (behandeld in § ???, aangezien het hier gaat zowel lucht- als geluidsemissies). Daarnaast richt zij zich op andere specifieke producten zoals materieel voor gebruik buitenshuis (§ ???). De Gemeenschapsregelgeving op dit gebied was oorspronkelijk bedoeld om technische handelsbelemmeringen te voorkomen. Deze belemmeringen zouden kunnen ontstaan als elke individuele lidstaat zelf zijn eigen geluidsnormen zou vaststellen.
De eerste poging om het EU-beleid breder te maken dan alleen het stellen van productnormen werd gedaan in het tweede Milieuactieprogramma (1977). Dit programma stelde nieuwe maatregelen voor zoals het omschrijven van de te bereiken doelen, het vaststellen van specifieke Verordeningen voor kwetsbare gebieden en het instellen van geluidsgerelateerde heffingen. Maar ondanks verdere toezeggingen om geluidsproblemen in de steden aan te pakken in het vijfde Milieuactieprogramma, duurde het tot 1996 tot de commissie een Groenboek uitgaf,[1670] waarin mogelijke toekomstige actie tegen geluidhinder werd aangekondigd. In dit document werd betoogd dat het bestaande beleid niet had geleid tot duidelijke verbeteringen van de geluidsemissies, in het bijzonder van het verkeer op de weg, en dat daarom aanvullende EU-regelgeving was gewenst. Een van de belangrijkste zorgen voor de Commissie was dat een aantal lidstaten van plan is om nationale wetgeving vast te stellen, hetgeen een bedreiging zou kunnen vormen voor de Gemeenschappelijke markt. De Commissie heeft daarom een Kaderrichtlijn voorgesteld die van toepassing is op een grote verscheidenheid aan in de buitenlucht gebruikte producten. Deze Richtlijn is in 2000 aangenomen (zie § ???).
De Commissie stelt nog niet voor om over te gaan tot het vaststellen van algemene geluidskwaliteitwaarden, maar richt zich op het ontwikkelen van gemeenschappelijke meetmethoden, met een blik op de in de toekomst te introduceren standaardwaarden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het indienen van een voorstel voor een Richtlijn over de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai. Deze Richtlijn is aangenomen in juli 2002 (zie § ???).
Het Groenboek bevat ook een aantal vrij specifieke voorstellen voor de transportsector. De Commissie zou bijvoorbeeld graag aanvullende regelgeving zien ten aanzien van APK-keuringen voor auto’s. Tevens was de Commissie van plan om onderzoek te doen naar de mogelijkheid geluidsgrenzen te stellen voor treinen en was zij van plan om in 1997 een mededeling uit te brengen waarin een kader zou worden geschetst om geluid te meten in de omgeving van luchthavens. Deze deadline van 1997 heeft de Commissie niet gehaald. Het onderwerp werd oorspronkelijk bestreken door de zogenaamde ‘hushkits’ Verordening, maar is in 2002 vervangen door een nieuwe Richtlijn, welke meer is gericht op de individuele luchthavens. De regelgeving over geluidhinder van vliegtuigen wordt verder behandeld in § ???.
In augustus 2003 trad een Richtlijn over de lucht- en geluidsemissies van motoren van pleziervaartuigen in werking (zie § ???).
Hoewel lawaaioverlast van treinen in beginsel ook onder de toepassing van de Richtlijn omgevingslawaai valt, heeft de Commissie in 2008 een aparte mededeling uitgebracht over de geluidsemissies van goederentreinen, mede omdat de mogelijkheid bestond dat lidstaten zelf maatregelen zouden nemen die het goederenverkeer per spoor zouden beperken.[1671] De belangrijkste maatregel die de Commissie voorstelt is het uitrusten van goederenwagons met geluidsarme remmen tegen 2015. Volgens de Commissie is dit de maatregel met de beste kosten-batenverhouding en heeft zodoende de minste gevolgen voor het concurrentievermogen van de sector.
Geluideisen voor spoorwegmaterieel zijn niet middels richtlijnen, maar middels technische specificaties voor interoperabiliteit (TSI’s) gesteld. Die gelden alleen voor nieuw materieel. Gegeven de geringe instroom van nieuw materieel zal het nog decennia duren vóórdat het goederenvervoer stiller wordt. Vandaar dat de Commissie ombouw wil stimuleren, o.a. middels een bonus op de gebruiksvergoeding voor stil materieel.. Reizigersmaterieel is inmiddels al door het brede gebruik van schijfremmen een stuk stiller geworden.
[1670] Groenboek van de Commissie van 4 november 1996 over een toekomstig beleid inzake de bestrijding van geluidshinder, COM(96)540.
[1671] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, Geluidsreducerende maatregelen voor bestaand goederenmaterieel, COM(2008)432.