11. Milieu-effectrapportage, informatie en planning  
Handboek Implementatie milieubeleid
EU in Nederland

 

11.2 Overzicht van het Nederlandse beleid

Lang voordat er gesproken werd van een ‘poldermodel’ speelden communicatie, overleg, voorlichting en het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van alle doelgroepen (‘verinnerlijking’) al een belangrijke rol in het Nederlandse milieubeleid.

Plannen voor een systeem van milieu-effectrapportage (m.e.r., zie § 11.3) werden in Nederland al medio jaren ’70 gemaakt, al duurde het nog tot 1987 voordat de m.e.r. wettelijk van kracht werd. Het Nederlandse m.e.r.-systeem heeft zich dus min of meer parallel ontwikkeld met het Europese. Daardoor ontstonden een aantal verschillen met de EU-regeling, hetgeen enkele malen heeft geleid tot juridische fricties. Overigens had het Nederlandse m.e.r.-systeem al van het begin af aan mede betrekking op (ruimtelijke) plannen die ontwikkelingen met potentieel aanzienlijke milieugevolgen mogelijk maken. Op EU-niveau wordt dit soort m.e.r. pas in 2004 verplicht (zie § 11.3A). Inmiddels is er met de m.e.r. in Nederland ruime ervaring opgedaan (meer dan 1000 m.e.r.’s zijn in procedure gebracht) en kan worden gesteld dat dit instrument aan z’n doel (een volwaardige plaats voor het milieu in de besluitvorming) beantwoordt.

Ook wat betreft de informatievoorziening over de toestand van en de vooruitzichten voor het milieu heeft Nederland een lange traditie. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) speelt hierbij een centrale rol. Voor het Europees Milieuagentschap (EEA) is het RIVM ‘lead organisation’ op het gebied van lucht en klimaatverandering, alsmede ‘National Focal Point’ voor Nederland (zie § 11.4).

De vrije toegang tot milieu-informatie is in Nederland enerzijds gewaarborgd door de algemene bepalingen van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en anderzijds door een aantal milieuspecifieke bepalingen in de Wet milieubeheer en de Wet milieugevaarlijke stoffen (zie § 11.5).

Nederland heeft, net als verscheidene andere EU-landen, een eigen nationale Milieukeur, naast het Europese ecolabel. De Nederlandse Milieukeur bestrijkt een groter scala aan productgroepen (ondermeer ook land- en tuinbouwproducten en diensten) en hanteert vaak ook strengere en/of meer gedetailleerde eisen dan het Europese systeem (zie § 11.7).

Milieuzorg in bedrijven is sinds het eind van de jaren ’80 een belangrijk element in het Nederlandse milieubeleid. Bij certificering van milieuzorgsystemen kiezen Nederlandse bedrijven doorgaans voor ISO 14001 en niet voor het Europese EMAS (zie § 11.8).

Terug  Volgende
11. Milieu-effectrapportage, informatie en planning  11.3 Milieu-effectrapportage
1. Inleiding
2. De totstandkoming van het EU-milieubeleid
3. De integratie van het milieu in ander EU-beleid
4. Water
5. Afval
6. Lucht
7. Gevaarlijke stoffen
8. Radioactiviteit
9. Natuur en landschap
10. Geluid
11. Milieu-effectrapportage en informatie
12. Financiële en economische instrumenten
13. Internationale verdragen
14. Klimaatverandering
I. Afkortingen
II.Chronologische lijst van Richtlijnen, Beschikkingen en Verordeningen
III. Voorgestelde wetgeving in afwachting van vaststelling
IV. Voorstellen in ontwikkeling
V. Websites m.b.t. Europees milieubeleid
Printversie
   
  klik hier om de lijst te bekijken  
Toevoegingen en wijzigingen
Homepage
Notificatieservice
EU- en Nederlandse Regelgeving
Reactieformulier
Colofon
Realisatie:
Instituut voor Milieuvraagstukken
Ministerie van VROM

Institute for European Environmental Policy (IEEP)
Copyright VROM. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze site mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Ministerie van VROM. Aan de inhoud van deze site kunnen geen rechten ontleend worden, noch jegens de samenstellers noch jegens derden.
  bovenkant pagina