2009/63/EG (PbEU L214, 19.8.2009), voorgesteld 6.11.2006 | Richtlijn betreffende bepaalde onderdelen en eigenschappen van landbouw- of bosbouwtrekkers [gecodificeerde versie] |
2009/76/EG (PbEU L201 (1.8.2009) | Richtlijn betreffende het geluidsniveau op oorhoogte van bestuurders van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen |
Rechtsgrondslag | Art. 95 EG (thans art. 114 VwEU)) |
Opmerking: Met het inwerkingtreden van Richtlijn 2009/63, op 9 september 2009, is de oorspronkelijke Richtlijn 74/151 (zoals gewijzigd bij Richtlijnen 82/890 en 97/54) ingetrokken, onverminderd de implementatie verplichtingen van de lidstaten. Verwijzingen naar de ingetrokken eerdere Richtlijn(en) gelden als verwijzingen naar Richtlijn 2009/63; hiertoe is in Bijlage VIII van laatstgenoemde Richtlijn een concordantietabel opgenomen.
Eveneens is bij het inwerkingtreden van Richtlijn 2009/76, op 21 augustus 2009, de oorspronkelijke Richtlijn 77/311 (zoals meermaals gewijzigd) ingetrokken, onverminderd de implementatie verplichtingen van de lidstaten. Verwijzingen naar de ingetrokken eerdere Richtlijn(en) gelden als verwijzingen naar Richtlijn 2009/76; hiertoe is in Bijlage V van laatstgenoemde Richtlijn een concordantietabel opgenomen.
Regeling typegoedkeuring land- en bosbouwtrekkers | Stcrt. 2002, 147 |
Regeling voertuigen | Stcrt. 2009, 19145, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2010, 6724 |
Richtlijn 2009/63 voorziet in een gecodificeerde versie van Richtlijn 74/151, nadat deze meermaals ingrijpend is gewijzigd (o.m. bij Richtlijnen 82/890 en 97/54). De nieuwe Richtlijn voorziet zelf niet in inhoudelijke wijzigingen. In het hiernavolgende wordt dan ook de structuur en inhoud van de oude Richtlijn(en) besproken.
De doelstelling van Richtlijn 74/151 is het voorkomen van belemmeringen bij de handel in trekkers. De Richtlijn werd vastgesteld als deel van een EEG typegoedkeuringsprocedure voor trekkers die in een aparte Richtlijn (74/150) werd neergelegd. De Richtlijn heeft betrekking op een aantal technische voorschriften, zoals maximum gewicht, en geeft tevens voorschriften met betrekking tot geluidsgrenzen en geluiddempers. De lidstaten mogen de EEG-typegoedkeuring of de nationale typegoedkeuring van een trekker niet weigeren indien aan deze voorschriften wordt voldaan (art. 2).
Richtlijn 82/890 breidt het toepassingsgebied van de voorschriften zoals vastgesteld in Richtlijn 74/150 uit naar trekkers met meer dan twee assen en naar trekkers met een maximumsnelheid die ligt tussen de 25 en 30 km per uur.
Richtlijn 97/54 breidt het bereik van Richtlijn 74/151 verder uit tot trekkers met een maximumsnelheid tot 40 km per uur.
Richtlijn 74/151 (zoals gewijzigd) heeft betrekking op het voertuiggeluid, maar er is ook wetgeving die gericht is op het geluid zoals dat door de bestuurder wordt waargenomen. Deze was oorspronkelijk gebaseerd op Richtlijn 77/311, welke in 2009 is vervangen door Richtlijn 2009/76. Aangezien de Richtlijn niet direct betrekking heeft op milieubescherming, zal zij hier niet verder worden besproken.
Alle hiervoor genoemde Richtlijnen zijn facultatief van aard (zie § ???).
Het toepassingsgebied van Richtlijn 74/151 is beperkt tot land- of bosbouwtrekkers met twee of meer assen, gemonteerd op luchtbanden en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid tussen de 6 en 40 km per uur.
De lidstaten mogen de verkoop en het gebruik van trekkers niet verbieden indien voldaan wordt aan de eisen die in de bijlagen zijn gesteld. Ook mogen zij in dat geval geen EEG- of nationale typegoedkeuring weigeren. De eisen die in de bijlagen worden gesteld hebben betrekking op:
totaalgewicht in volbelaste toestand;
de plaats van de achterste kentekenplaten;
de reservoirs voor vloeibare brandstof;
de extra gewichten;
de geluidssignaalinrichting;
het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting (geluiddemper).
De bijlagen kunnen, met uitzondering van de geluidsgrenzen, worden aangepast aan de technische vooruitgang (art. 4). Bijlagen I tot en met V hebben betrekking op de verschillende technische eisen, die hierboven zijn weergegeven. Bijlage VI richt zich op de geluidsgrenzen en geeft een meetmethode. De geluidsgrenzen zijn als volgt: voor trekkers met een leeg gewicht van meer dan 1,5 ton: 89 dB(A); voor trekkers met een leeg gewicht van niet meer dan 1,5 ton: 85 dB(A).
Richtlijn 74/151 is samen met Richtlijn 74/150 tot stand gekomen. Voordat deze Richtlijnen waren aangenomen moesten trekkers in iedere lidstaat aan bepaalde dwingend vastgestelde technische voorschriften voldoen. Deze voorschriften verschilden van land tot land. Daardoor werd het handelsverkeer binnen de Europese Economische Gemeenschap belemmerd. Deze belemmeringen voor de totstandbrenging en de werking van de interne markt kunnen worden beperkt en zelfs opgeheven wanneer alle lidstaten dezelfde voorschriften aanvaarden ter aanvulling of in de plaats van hun huidige wetgeving. Op communautair vlak vereist de controle op de naleving van deze voorschriften, alsmede de erkenning door elke lidstaat van de door de andere lidstaten verrichte controle, dat voor ieder type trekker een communautaire goedkeuringsprocedure wordt ingevoerd.
Oorspronkelijk is Richtlijn 74/151 geïmplementeerd door middel van de Regeling aanwijzing IMAG[1779] als keuringsinstituut voor land- of bosbouwtrekkers van 10 maart 1977.[1780] Per 10 augustus 2002 werden de taken op het gebied van de typegoedkeuring van land- en bosbouwtrekkers echter toebedeeld aan de Dienst Wegverkeer (RDW) door middel van de Regeling typegoedkeuring land- en bosbouwtrekkers.[1781] Deze regeling is inmiddels ingetrokken en bepalingen inzake de typegoedkeuring zijn inmiddels opgenomen in de Regeling voertuigen.[1782] Alle uit de (gewijzigde) Richtlijn 74/151 voortvloeiende taken, zoals het verlenen van EG-typegoedkeuringen aan trekkers die aan de voorschriften van de Richtlijn voldoen, zullen door de Dienst Wegverkeer worden verricht. De Dienst Wegverkeer verricht al de typegoedkeuringen voor andere voertuigen.
De eisen van de (gecodificeerde) Richtlijn 2009/63 voor EG-typegoedkeuring voor land- en bosbouwtrekkers, om te worden toegelaten tot de weg, zijn geïmplementeerd middels een wijziging van de Regeling Voertuigen (art. 3.4, lid 2, juncto bijlage IIIC).[1783]
Landbouwtrekkers worden slechts door een klein percentage van de bevolking als belangrijke bron van geluidhinder ervaren. Uit resultaten van de vijfjaarlijkse landelijke hinderinventarisatie door TNO en het RIVM blijkt (gemiddeld voor de periode 1977-2003) dat hoewel landbouwtrekkers de meest gehoorde bron van geluid van industrie en bedrijvigheid zijn (door 33% van de respondenten wel eens gehoord), zo’n 4% van de respondenten de door landbouwtrekkers geproduceerde geluiden als hinderlijk ervaren, en zo’n 1,5% hiervan ernstige hinder zegt te ondervingen. [1784]
In juli 2010 heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een Verordening betreffende de goedkeuring van landbouw- en bosbouwvoertuigen.[1785] Hierin worden de bepalingen opgenomen van 24 richtlijnen, waaronder 2009/63. Inhoudelijk blijven de bepalingen op het gebied van geluid ongewijzigd.
De Jong, R.G., et al. (2000). Hinder en andere zelf-gerapporteerde effecten van milieuverontreiniging in Nederland. TNO-PG, Leiden.
Franssen, E.A.M., J.E.F. van Dongen, J.H.M. Ruysbroek, H. Vos, R. Stellato (2004). Hinder door milieufactoren en de beoordeling van de leefomgeving in Nederland: Inventarisatie Verstoringen 2003. RIVM Rapport 815120001. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
[1779] Instituut voor Milieu en Agritechniek.
[1780] Stcrt. 1977, 60.
[1781] Stcrt. 2002, 147. Opmerkelijk genoeg gaf de staatssecretaris van VROM enige tijd geleden aan dat Richtlijn 74/151 nooit is geïmplementeerd in de Nederlandse regelgeving (Kamervragen met antwoord 2003-2004, nr. 672, Tweede Kamer). De Regeling typegoedkeuring land- en bosbouwtrekkers en de voorafgaande regeling verwijzen echter expliciet naar de betreffende Richtlijn.
[1782] Stcrt. Suppl. 2009, 81, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2009, 19145. Overigens is bij de intrekking van de oude regeling geen vermelding gemaakt van de gevolgen voor de implementatie van Richtlijn 74/151/EG.
[1783] Stcrt. 2009, 19145, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2010, 6724.
[1784] De Jong et al. (2000), p. 34; Franssen et al. (2004), p. 25.
[1785] COM (2010) 395 definitief.