Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

10.7 Materieel voor gebruik buitenshuis (‘buitenmaterieel’)

10.7.1 Overzicht van EU regelgeving

2000/14/EG (PbEG L162, 3.7.2000)

Richtlijn inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis

2005/88/EG (PbEU L344, 27.12.2005)

Wijziging van Richtlijn 2000/14/EG

Rechtsgrondslag

Artikel 95 EG-verdrag (thans art. 114 VwEU)

Bindende termijnen

Omzetting in nationale regelgeving

3 juli 2001

Voldoen aan geluidsgrenswaarden fase I

3 januari 2002

Verslag van de Commissie over technische vooruitgang met het oog op verlaging grenswaarden voor grasmaaiers e.d.

3 juli 2002

Rapport van de Commissie over tenuitvoerlegging van de Richtlijn

Om de vier jaar; eerste rapport 3 januari 2007

Voldoen aan geluidsgrenswaarden fase II

3 januari 2006

Opmerking: Per 3 januari 2002 zijn de Richtlijnen 79/113, 84/532 t/m 84/538 en 86/662, die betrekking hadden op de geluidsproductie van diverse soorten bouwmachines en van gazonmaaiers, ingetrokken.

10.7.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

Wet op de economische delicten (Wed)

Stb. 1950, 258, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2010, 31

Wet geluidhinder (Wgh)

Stb. 1979, 99, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2009, 297

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Stb. 1992, 315, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2010, 24

Wet milieubeheer (Wm)

Stb. 1994, 80, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2010, 31

Besluit van 22 juni 2001, houdende intrekking van het Besluit geluidproduktie gazonmaaimachines

Stb. 2001, 319

Besluit van 12 oktober 2001, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit van 22 juni 2001, houdende intrekking van het Besluit geluidproduktie gazonmaaimachines

Stb. 2001, 489

Regeling geluidemissie buitenmaterieel

Stcrt. 2001, 166, zoals gewijzigd bij Stcrt. 2006, 74

Beschikking houdende aanwijzing tot keuringsinstantie voor de geluidsemissie buitenmaterieel

Stcrt. 2005, 250

10.7.3 Doelstelling van de Richtlijn

Richtlijn 2000/14 vervangt een aantal eerdere Richtlijnen, die betrekking hadden op de geluidsproductie van een aantal soorten bouwmachines en van gazonmaaiers. De nieuwe Richtlijn breidt tevens het toepassingsgebied uit met ander materieel voor gebruik buitenshuis en verlaagt de voorgaande geluidsniveaugrenzen voor het meeste materieel voor gebruik buitenshuis. Evenals haar voorgangers heeft 2000/14 zowel een goede werking van de interne markt als de bescherming van de menselijke gezondheid en het welzijn tot doel. De Richtlijn heeft geen betrekking op de geluidsniveaus zoals de gebruiker van het materieel die ondergaat. Hiervoor is een aparte ‘Machine-Richtlijn’ van kracht (89/392, zoals gewijzigd bij 91/368).

10.7.4 Samenvatting van de Richtlijn

De Richtlijn is van toepassing op 57 soorten machines en werktuigen, die in art. 12 en 13 genoemd en in Bijlage I gedefinieerd worden (art. 2). Voor het in art. 12 genoemde materieel gelden geluidsgrenswaarden, die in een tabel in dat artikel zijn gespecificeerd. Op materieel dat in art. 13 wordt genoemd hoeft alleen het geluidsvermogensniveau te worden vermeld. De methoden voor de geluidsmeting staan beschreven in Bijlage III van de Richtlijn. Tabel ??? geeft een overzicht van het onder de Richtlijn vallende materieel.

Het genoemde materieel mag alleen in de handel worden gebracht of in gebruik worden genomen als het voldoet aan de eisen van de Richtlijn. Het moet voorzien zijn van een ‘CE-markering’ en een vermelding van het gewaarborgde geluidsvermogensniveau en vergezeld gaan van een EG-verklaring van overeenstemming (art. 5). Als aan deze eisen is voldaan, geldt een ‘vermoeden van overeenstemming’ (art. 7) en mogen de lidstaten op hun grondgebied het in de handel brengen of gebruik van het materieel niet verbieden (art. 6, lid 1). De eisen waaraan een EG-verklaring van overeenstemming moet voldoen, staan vermeld in art. 8 en Bijlage II. Afschriften van deze verklaringen moeten door de fabrikant of zijn gemachtigde worden toegestuurd aan de Commissie, die ze verzamelt en op gezette tijden de van belang zijnde informatie publiceert (art. 16). In art. 11 en Bijlage IV staan de voorschriften met betrekking tot de CE-markering en de vermelding van het geluidsvermogensniveau.

Als wordt geconstateerd dat bepaald materieel niet aan de eisen van de Richtlijn voldoet, moet een lidstaat maatregelen nemen om te zorgen dat dat alsnog gebeurt. Als de non-conformiteit voortduurt moet het materieel uit de handel worden genomen (art. 9).

De lidstaten dienen instanties aan te wijzen die bevoegd zijn tot het (laten) uitvoeren van overeenstemmingsbeoordelingsprocedures. Deze instanties moeten voldoen aan de criteria die in Bijlage IX worden genoemd (art. 15). De lidstaten mogen nadere eisen stellen aan het gebruik van het materieel met het oog op de bescherming van personen en van geluidsgevoelige gebieden (art. 17).

De artikelen 18 en 19 voorzien in een Comité dat onder meer bevoegd is de Commissie te adviseren over aanpassing van Bijlage III aan de technische vooruitgang.

Om de vier jaar dient de Commissie te rapporteren over de ervaringen met de Richtlijn en kan zij wijzigingen voorstellen. De eerste rapportage moest uiterlijk op 3 januari 2007 geschieden (art. 20, zoals gewijzigd door Richtlijn 2005/88).

In 2007 heeft TNO een evaluatie voor de Commissie uitgevoerd[1786] waarin de impact op de omgeving van de verschillende machines werd beoordeeld en voorstellen werden gedaan voor invoering van grenswaarden van sommige machines uit artikel 13, aanpassing van huidige grenswaarden en toevoeging van nieuwe machinesoorten.

Een herziene versie van de Richtlijn wordt in de loop van 2011 verwacht.

<!-- --> <!-- -->

Materieel waarvoor geluidsgrenswaarden gelden

Materieel waarop alleen het geluids­vermogens­niveau moet worden gemarkeerd

Bouwliften met verbrandingsmotor

Hoogwerkers

Verdichtingsmachines

Bosmaaiers

Compressoren

Bouwliften met elektrische motor

Betonbrekers en trilhamers

Lintzaagmachines

Bouwlieren

Cirkelzaagbanken

Dozers

Draagbare kettingzagen

Dumpers

Gecombineerde hogedrukspoelingsvoertuigen en kolkenzuigers

Kabelgraafmachines

Graaflaadmachines

Explosiestampers

Egaliseermachines

Beton- of mortelmolens

Hydraulische aggregaten

Bouwlieren

Vuilnisverdichters

Transport- en spuitmachines voor beton en mortel

Grasmaaiers

Bandtransporteurs

Grastrimmers/graskantensnijders (elektrisch)

Koelinstallatie op voertuigen

Boorinstallaties

Heftrucks

Installaties voor het vullen en legen van tanks of silo’s op vrachtauto’s

Laders

Mobiele kranen

Glasbakken

Motorhakfrezen

Grastrimmers/graskantensnijders (met verbrandingsmotor)

Bestratingsafwerkmachines

Heggenscharen

Stroomaggregaten

Hogedrukspoelers

Torenkranen

Hogedrukwaterstraalmachines

Lasaggregaten

Hydraulische hamers

Voegensnijmachines

Bladblazers

Bladzuigers

Heftrucks

Mobiele afvalbakken

Bestratingsafwerkmachines

Heimachines

Buizenleggers

Pistemakers

Stroomaggregaten

Veegmachines

Wegenfreesmachines

Verticuteermachines

Houtversnipperaars/hakselaars

Sneeuwruiminrichtingen

Zuigvoertuigen

Sleuvengraafmachines

Truckmixers

Waterpompen


Opmerking: Sommige soorten materieel komen in beide kolommen voor; het al dan niet van toepassing zijn van geluidsgrenswaarden is dan afhankelijk van bijvoorbeeld het vermogen of het type. Alle materieelsoorten dienen van een label met het gewaarborgde geluidsvermogensniveau te zijn voorzien.

Richtlijn 2005/88 past de geluidgrenswaarden aan voor de tweede fase van Richtlijn 2000/14 (per 3 januari 2006) voor het materieel vermeld in art. 12 van Richtlijn 2000/14.

10.7.5 Achtergrond en totstandkoming van de Richtlijn

Het eerste Milieuactieprogramma uit 1973 stelde wetgeving voor om de geluidhinder door bouwmachines te verminderen. De Gemeenschap had echter al besloten om op dit gebied regels te geven ter voorkoming van het creëren van handelsbelemmeringen. Tussen 1975 en 1978 werden er verscheidene voorstellen aan de Raad gedaan. Hoewel er vooruitgang werd geboekt met betrekking tot de teksten van de voorstellen, werd de uiteindelijke goedkeuring en aanneming van de voorstellen opgehouden door de zogenaamde ‘derde landen’ kwestie. Deze kwestie betrof twee punten. Een eerste punt had te maken met het feit dat de Richtlijnen het mogelijk maakten voor een fabrikant om een typegoedkeuring of certificaat te verkrijgen voor de gehele Gemeenschap en zodoende dus vrij zou zijn om het product in alle lidstaten te verkopen. Er werd echter betoogd dat op sommige gebieden niet alle lidstaten over de expertise en faciliteiten beschikten om alle apparatuur te testen. Dit zou een fabrikant van buiten de Gemeenschap de mogelijkheid geven om een ‘zwakke’ lidstaat uit te kiezen om diens apparatuur te testen, en zo toegang tot de gehele interne markt te verkrijgen. Een tweede punt was dat bepaalde lidstaten van mening waren dat indien een derde land toegang zou krijgen tot de interne markt, er een soort wederzijdse overeenkomst gesloten zou moeten worden welke toegang tot de markt van het derde land mogelijk maakt. Deze kwestie toont aan hoe zaken die niet direct met milieubeleid te maken hebben toch overeenstemming over milieumaatregelen kunnen ophouden.

De kwestie is opgelost door het instellen van een uitgebreide klachtenprocedure. Als een lidstaat wordt medegedeeld dat bepaalde goedgekeurde machines gebreken vertonen, dan moet de lidstaat deze goedkeuring opschorten of intrekken. Conflicten tussen lidstaten moeten opgelost worden met behulp van de Commissie.

In 1979 werd, na uitvoerige discussies met brancheorganisaties, een voorstel ingediend om de geluidhinder door gazonmaaimachines aan te pakken.[1787] In 1984 werd vervolgens Richtlijn 84/538 over de geluidsemissies van gazonmaaimachines aangenomen.

In datzelfde jaar werd tevens de Kaderrichtlijn 84/532 over het geluid van bouwterreinmachines en –materieel aangenomen, evenals de bijbehorende dochterrichtlijnen 84/533 t/m 84/537. Het was de bedoeling dat de Commissie hierna vóór 1989 verdere voorstellen zou doen ter vermindering van de geluidsniveaus. Dit gebeurde echter pas in het Groenboek van de Commissie over een toekomstig beleid inzake de bestrijding van geluidhinder.[1788] Hierin werd opgemerkt dat de Richtlijnen slechts op een heel klein deel van de lawaaiveroorzakende toestellen voor buitenshuis betrekking hadden. Diverse lidstaten hadden gevraagd om de wetgeving uit te breiden tot andere producten. Het doel hiervan was te voorkomen dat nationale wetgevingen waarin bepalingen waren vastgelegd inzake de geluidsemissies van toestellen voor buitenshuis handelsbeperkingen zouden veroorzaken en problemen zouden veroorzaken voor de werking van de interne markt. Daarom zou de Commissie in 1997 een nieuwe Kaderrichtlijn voorstellen die niet alleen het materieel dat al onder de bestaande wetgeving viel zou behandelen, maar ook andere producten, waaronder tuingereedschap en toestellen voor specifieke voertuigen (zoals vuilniswagens).

Het voorstel[1789] verscheen een jaar later dan gepland en stelde voor 19 soorten materieel geluidsgrenswaarden voor. Voor 36 andere soorten werden geen geluidsgrenswaarden voorgesteld, maar wel eisen met betrekking tot de markering van het geluids­vermogens­niveau. Voor graafmachines, dozers, laders[1790] en gazonmaaiers[1791] werden de geluidsgrenswaarden van de respectievelijke Richtlijnen 95/27 en 84/538 overgenomen, maar werden wel enkele kleine wijzigingen in de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure aangebracht. Voor het onder de Richtlijnen 84/533 t/m 84/537 vallend materieel werd voorgesteld om de geluidsemissies in twee fasen te verminderen. In de eerste fase (binnen 2 jaar na inwerkingtreding) zou dan 1 dB(A) minder uitgestoten moeten worden, en in de tweede fase (binnen 6 jaar na inwerkingtreding) nog eens 2 dB(A). Geluidsgrenswaarden werden voor het eerst voorgesteld voor ander materieel, waaronder mobiele kranen, bouwliften, bouwlieren, heftrucks, motorhakfrezen en vuilnisverdichters. Het voorstel was niet echt controversieel: het Parlement keurde het voorstel goed zonder strengere geluidsgrenswaarden te eisen tijdens beide lezingen en het gemeenschappelijk standpunt van de Raad bevatte slechts enkele kleine wijzigingen. Deze wijzigingen hadden onder meer betrekking op een versimpeling van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure en het geven van indicatieve geluidsgrenswaarden voor de tweede fase voor gazonmaaiers. Deze stonden niet in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. In mei 2000 werd over Richtlijn 2000/14 overeenstemming bereikt.

In 2005 bleek dat de geluidsgrenswaarden die de Commissie had gesteld in Richtlijn 2000/14 voor fase II (vanaf 3 januari 2006) te ambitieus en niet technisch haalbaar waren. Om deze reden diende de Commissie een voorstel tot wijziging van de Richtlijn in, mede met het oog op aanpassing van deze waarden, maar ook tot aanpassing van de bindende termijn waarbinnen de Commissie zou moeten rapporteren.[1792] Het voorstel werd met enkele kleine wijzigingen goedgekeurd door het Parlement, en Richtlijn 2005/88 werd in relatief korte tijd aangenomen.

10.7.6 De omzetting in nationale regelgeving

Voor verschillende soorten materieel buitenshuis (waaronder graafmachines, motorcompressoren, torenkranen, gazonmaaimachines) bestonden al voor Richtlijn 2000/14 een aantal Richtlijnen. Deze waren omgezet in de Regeling geluidproduktie bouwmachines[1793] en het Besluit geluidproduktie gazonmaaimachines[1794]. Deze zijn ingetrokken in verband met de omzetting in de Nederlandse wetgeving van Richtlijn 2000/14. Dit heeft plaatsgevonden door middel van in het bijzonder de Regeling geluidemissie buitenmaterieel (Rgb). Deze Regeling is in werking getreden op 20 augustus 2001, meer dan een maand na de termijn bepaald in de Richtlijn. Het systeem van de Rgb verschilt iets van de Richtlijn, doordat de Rgb aparte bepalingen bevat voor het materieel vermeld in artikelen 12 en 13 van de Richtlijn. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot het geluid van gazonmaaiers is ingetrokken door het Besluit houdende intrekking van het besluit geluidproduktie gazonmaaimachines.[1795] Daarnaast worden enkele bepalingen van de Richtlijn via bestaande wetten (Wet milieubeheer, Wet geluidhinder, Wet op de economische delicten) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.

Richtlijn 2005/88 is omgezet middels een wijziging van de Rgb.[1796] Bij deze wijziging is ook ingegaan op een aantal punten waarbij de Nederlandse regelgeving volgens een verslag van de Europese Commissie tekort is geschoten, waaronder implementatie van bepaalde elementen van de definitie van ‘materieel voor gebruik buitenshuis’; toepassing van de Richtlijn indien noch de fabrikant, noch diens gemachtigde in de EG zijn gevestigd; en bepalingen over het bewaren van een exemplaar van de EG-verklaring van overeenstemming. Deze (kleine) incorrecties zijn verbeterd met de wijziging van de Rgb.

Door middel van een beschikking is KEMA Quality B.V. aangewezen als keuringsinstantie die de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures van Bijlagen VI en VII en VIII van de Richtlijn moet uitvoeren.[1797] In een eerder stadium (2002) was Aboma/Keboma B.V. te Ede al aangewezen als keuringsinstantie.

10.7.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

Uit hinderinventarisatieonderzoek van TNO en het RIVM uit 2000 en 2004 komen bouw- en sloopactiviteiten naar voren als de belangrijkste en snelst groeiende bronnen van geluidhinder binnen de categorie industriële en andere bedrijvigheid.[1798] Waar de totale hinder van industrie en bedrijven in de periode 1998-2003 is toegenomen van 10% in 1998 tot 18% in 2003 (ernstige hinder van 4% naar 7%), gold voor de sub-categorie hinder van bouw- en sloopterreinen een groei van 4% in 1998 naar 8% in 2003 (ernstige hinder van 1% naar 3%).[1799] Deze hinder wordt met name overdag ondervonden.

Onder deze geluidhinder valt de overlast van door Richtlijn 2000/14 gedekte machines, zoals motorcompressoren, stroomaggregaten, heimachines, sloophamers, drilboren, bouwliften, etc.

Desgevraagd identificeerden de respondenten die in bovenstaande onderzoek aangaven geluidshinder te ondervinden van bouw- en sloopactiviteiten (n=293) de volgende machines als de meest gehoorde geluiden binnen deze categorie: bovenal de signalen bij het achteruitrijden van vrachtwagens (57%), heimachines (54%) en sloophamers of drilboren (50%). Minst gehoorde en of hinderlijke machines zijn hydraulische aggregaten (9%), bouwliften (11%) en mobiele waterpompen (12%). Sloophamers of drilboren en heimachines worden met 6% en 7% hinder en 4% ernstige hinder als het meest hinderlijk ervaren, gevolgd door signalen bij het achteruitrijden van vrachtwagens, graafmachines, laadschoppen en shovels (2-4% hinder en 1% ernstige hinder).[1800]

10.7.8 Verdere ontwikkelingen

Krachtens art. 20 van Richtlijn 2000/14 (zoals gewijzigd door Richtlijn 2005/88) dient de Commissie om de vier jaar aan het Europees Parlement en de Raad te rapporteren over de ervaringen met de Richtlijn en kan zij wijzigingen voorstellen. De eerste rapportage moest uiterlijk op 3 januari 2007 geschieden. Met een jaar vertraging publiceerde het Commissie DG Ondernemingen en Industrie, medio december 2007, het extern uitgevoerde (onder hoofdaaneming van TNO) implementatiestudie.[1801] Hierin wordt geconcludeerd dat het primaire probleem bij de uitvoering van de Richtlijn gevormd wordt door het gebrek aan voldoende markt toezicht, waardoor oneerlijke concurrentie door normovertreders in de hand gewerkt wordt. Veel respondenten in het onderzoek (zowel vanuit de industrie als vanuit maatschappelijke organisaties) klaagden over de complexiteit van de Richtlijn, en de onduidelijkheid en onzekerheid die dit voor typegoedkeuring met zich meebrengt. Ook de uitvoeringskosten werden onderstreept. Er worden concrete aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van de uitvoering van de Richtlijn, en het verduidelijken van diens inhoud, onder meer door verbeteringen van de electronische database van de Commissie over geluidsemissiewaarden van alle buitenmaterieel machines.[1802]

Naar aanleiding van dit evaluatie rapport werden de aanbevelingen en mogelijkheden voor wijzigingen van de Richtlijn onderzocht in een Commissie impact assessment studie in 2009, uitgevoerd door Arcadis.[1803] Tussen 1 april en 30 juni 2010 werd vervolgens een (elektronische) publieke consultatie gehouden over de verschillende wijzigingsopties en technische scenarios. De resultaten hiervan werden in september 2010 gepubliceerd.[1804] Tijdens het Belgische EU-voorzitterschap organiseerde het Belgische milieuministerie, in samenwerking met de Commissie, op 29 oktober 2010 in Brussel de workshop “Towards a greater awareness of low-noise outdoor machinery”.[1805] Hier werd in het kader van de hervorming van Richtlijn 2000/14 ook specifiek gesproken over mogelijkheden om de markt voor emissie-arm buitenmaterieel te stimuleren. Aangezien er geen grote vraag bestaat naar stiller buitenmaterieel zijn de ontwikkelingskosten voor innovaties op dit terrein relatief hoog. Een van de mogelijkheden om deze markt te stimulering is door het geven van fiscale prikkels, zoals bijvoorbeeld in Nederland door middel van de Milieu Investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (Vamil).[1806]

De Commissie neemt de uitkomsten van deze studies en de workshop in beraad en zal naar verwachting op korte termijn met een wijzigingsvoorstel voor Richtlijn 2000/14 komen.

Referenties

De Jong, R.G., et al. (2000). Hinder en andere zelf-gerapporteerde effecten van milieuverontreiniging in Nederland. TNO-PG, Leiden.

Franssen, E.A.M., J.E.F. van Dongen, J.H.M. Ruysbroek, H. Vos, R. Stellato (2004). Hinder door milieufactoren en de beoordeling van de leefomgeving in Nederland: Inventarisatie Verstoringen 2003. RIVM Rapport 815120001. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

TNO et al (2007). Study on the experience in the implementation and administration of Directive 2000/14/EC relating to the noise emission in the environment by equipment for use outdoors. Project NOMEVAL - Noise of Machinery – Evaluation of Directive 2000/14/EC. TNO Report MON-RPT-033-DTS-2007-03482. TNO Industrie en Techniek, Delft.

[1786] M.G. Dittrich, F. de Roo, H.J. Beckmann e.a., ‘Study on the experience in the implementation and administration of Directive 2000/14/EC relating to the noise emission in the environment by equipment for use outdoors’, Final Report for the European Commission, 12 December 2007.

[1787] COM(78)387.

[1788] COM(96)540.

[1789] COM(98)46.

[1790] Deze vallen onder Richtlijn 86/662 en de daar bijbehorende wijzigingsrichtlijnen.

[1791] Deze vallen onder Richtlijn 84/538 en de daar bijbehorende wijzigingsrichtlijnen.

[1792] COM(2005)370.

[1793] Stcrt. 1994, 36.

[1794] Stb. 1988, 246.

[1795] Stb. 2001, 319.

[1796] Stcrt. 2006, 74.

[1797] Stcrt. 2005, 250.

[1798] De Jong et al. (2000), p. 34; Franssen et al. (2004), p. 12, 25-26.

[1799] Franssen et al. (2004), p. 12, 25-26.

[1800] Franssen et al. (2004), pp. 25-26.

[1801] TNO et al (2007).

[1805] Zie voor meer informatie, en de presentaties van de workshop: http://www.health.belgium.be/eportal/Aboutus/eutrio/19065028?backNode=3726 (geraadpleegd 15.2.2011).