- 11.1 Overzicht van EU-beleid
- 11.2 Overzicht van het Nederlandse beleid
- 11.3 Milieu-effectrapportage
- 11.4 Strategische milieubeoordeling
- 11.5 Europees Milieuagentschap
- 11.6 Toegang tot milieu-informatie bij nationale overheidsinstanties
- 11.7 Toegang tot milieuinformatie bij communautaire instellingen en organen
- 11.8 Verslagen over toepassing van milieurichtlijnen
- 11.9 EU Ecolabel
- 11.10 Milieuzorg (EMAS)
- 11.11 Milieustatistieken
- 11.12 Milieubescherming door middel van het strafrecht
- 11.13 Inspraak van het publiek
- 11.14 Milieuaansprakelijkheid
Betrouwbare informatie, die op een consistente manier in de EU is verzameld, is in veel opzichten essentieel voor de ontwikkeling van het Europese milieubeleid. Ze is een noodzakelijke voorwaarde voor het opzetten van een effectief beleid en voor de evaluatie ervan; ze kan de bewustwording van het publiek en het draagvlak voor milieubeleid vergroten en het werk van milieu-organisaties ondersteunen; en ze is een pijler onder de preventieve benadering van milieuverontreiniging.In 1985 lanceerde de Commisse het CORINE programma (COoRdination – INformation – Environment). Hiermee was een kader geschapen waarmee kon worden gezorgd voor de beschikbaarheid van onderling vergelijkbare milieu-informatie, als hulpmiddel voor milieubeleidsmakers en voor de integratie van de milieudimensie in andere beleidsterreinen. CORINE richtte zich, als experimenteel programma, op een klein aantal prioriteiten en werd formeel beëindigd in 1991. Het werkterrein van CORINE vormt nu onderdeel van de activiteiten van het Europees Milieuagentschap (EEA) (zie § ???). Over de oprichting van het EEA werd in 1990 overeenstemming bereikt. Het heeft tot taak de Commissie en de lidstaten te voorzien van objectieve informatie over een breed scala aan milieu-onderwerpen, door het coördineren van een netwerk van nationale en internationale organisaties. Naast het EEA is ook Eurostat (het Bureau voor de Statistiek van de Europese Commissie) belast met het vergaren van (statistische) milieu-informatie (zie §???).
In het Vierde Milieuactieprogramma werd benadrukt dat een brede verspreiding van informatie over het milieu en milieuproblemen, -beleid en -programma’s een krachtige ondersteuning kan bieden aan zowel de ontwikkeling als de publieke acceptatie van noodzakelijke milieumaatregelen.
Ter uitvoering van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden[1875] uit 1998 is op Europees niveau regelgeving tot stand gebracht. Richtlijn 2003/4 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie (zie § ???) geeft het publiek het recht op toegang tot milieu-informatie waarover overheden beschikken, de zogenaamde eerste pijler van het Aarhus-Verdrag. Verordening 1367/2006 doet min of meer hetzelfde voor de informatie die de Commissie zelf in handen heeft (zie § ???). Richtlijn 2003/35, ter uitvoering van de tweede en derde pijler van het Verdrag, voorziet in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en bevat daarnaast ook bepalingen in aanvulling op eerdere regelgeving met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter (zie § ???).
Veel Europese richtlijnen verlangen van de lidstaten dat zij aan de Commissie periodiek verslag uitbrengen over de toepassing ervan, waarna de Commissie een gecompileerd verslag publiceert. Richtlijn 91/692 voorziet in harmonisatie van de wijze waarop deze verslaglegging plaatsvindt (zie § ???).Een wezenlijke voorwaarde voor een preventieve benadering van milieubescherming is de beschikbaarheid van gedetailleerde informatie over de effecten van bepaalde projecten en activiteiten. Zo’n benadering ligt ten grondslag aan de Richtlijn 85/337 betreffende milieueffectrapportage (m.e.r.) (zie § ???). Hierin is een procedure vastgelegd die ontworpen is om ervoor te zorgen dat, alvorens toestemming wordt verleend voor projecten die waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten zullen hebben, een beoordeling van die effecten plaatsvindt. De EU begaf zich hiermee voor het eerst ook op het terrein van de ruimtelijke ordening. Van de initiatiefnemer wordt bepaalde informatie verlangd, die aan het publiek ter beschikking wordt gesteld. Ook moeten het publiek en bepaalde autoriteiten worden geraadpleegd. In 2001 is de m.e.r.-plicht uitgebreid tot bepaalde plannen en programma’s (zie § ???).
Terwijl m.e.r. van toepassing is als een project wordt voorgesteld, is milieuzorg bedoeld als een instrument waarmee de effecten op het milieu kunnen worden geminimaliseerd als een installatie eenmaal in bedrijf is. De Verordening inzake een milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) schept een vrijwillig systeem dat soorten bepaalde bedrijven in staat stelt zich te laten registreren (zie § ???). Geregistreerde bedrijven moeten aan diverse eisen voldoen, waaronder het uitvoeren van ‘milieu-audits’ en het publiceren van ‘milieuverklaringen’.
Een informatie-instrument dat zich vooral richt op de gebruikers van producten is de milieukeur, ook wel ecolabel genoemd (zie § ???). Sinds 1992 bestaat er een Europees ecolabel. Daarnaast hebben verscheidene lidstaten, waaronder Nederland, een nationaal milieukeursysteem.
In dit hoofdstuk is ook een paragraaf opgenomen betreffende de strafrechtelijke handhaving van het EU-milieurecht (zie § ???).
[1875] Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, Aarhus, 25 juni 1998, Trb. 2001, nr. 73.