Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

11.7 Toegang tot milieuinformatie bij communautaire instellingen en organen

11.7.1 Overzicht van EU-regelgeving

1367/2006 (PbEU L264, 25.9.2006)

Verordening betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen 

Rechtsgrondslag

Artikel 175 lid 1 EG-Verdrag (thans art. 192 VwEU)

Bindende termijnen

Inwerkingtreding

28 september 2006

Van toepassing

28 juni 2007

11.7.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

N.v.t.

11.7.3 Doelstelling van de Verordening

Doel van Verordening 1367/2006 is het leveren van een bijdrage aan de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag van Aarhus, middels het vaststellen van regels voor de toepassing van dit Verdrag op de communautaire instellingen en organen, met name door:

  1. recht van toegang voor het publiek te garanderen tot milieuinformatie die door communautaire instellingen of organen is ontvangen of opgesteld;

  2. ervoor te zorgen dat milieu-informatie geleidelijk aan het publiek beschikbaar wordt gesteld en onder het publiek wordt verspreid;

  3. te voorzien in inspraak voor het publiek ten aanzien van plannen en programma’s betreffende het milieu;

  4. op communautair niveau toegang tot de rechter te verlenen in milieuaangelegenheden.

Verordening 1367/2006 is complementair aan de Richtlijnen 2003/4/EG (zie § ???) en 2003/35/EG (zie § ???) waarin regels zijn vastgelegd over respectievelijk de toegang tot milieuinformatie in de lidstaten en de inspraak van het publiek.

11.7.4 Samenvatting van de Verordening

Verordening 1367/2006 vormt een specifieke aanvulling op hetgeen in meer algemene zin is neergelegd in Verordening 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.[1945] Het toepassingsgebied van Verordening 1049/2001 wordt met Verordening 1367/2006 uitgebreid tot alle andere communautaire instellingen en organen. De Verordening is ook van toepassing op de communautaire organen of instellingen die in een wetgevende hoedanigheid optreden (art. 2 lid 1 sub c).

Verordening 1367/2006 is ingedeeld als volgt. Titel I bevat algemene bepalingen, te weten doel en definities. Titel II behandelt de toegang tot milieu-informatie in actieve en passieve zin. Titel III gaat in op de inspraak van het publiek in plannen en programma’s betreffende het milieu. Titel IV regelt de interne herziening van administratieve handelingen en toegang tot de rechter. Titel V bevat slotbepalingen.

De Verordening hanteert dezelfde ruime definitie van het begrip ‘milieuinformatie’ als Richtlijn 2003/4 (art. 2 lid 1 sub b, zie § ???). Ten aanzien van actieve openbaarheid bepaalt art. 4 dat de communautaire instellingen en organen de milieu-informatie moeten ordenen die voor hun functies relevant is en waarover zij beschikken, met het oog op de actieve en systematische verspreiding ervan onder het publiek, in het bijzonder door middel van computertelecommunicatie- en/of elektronische technologie. Daarbij moeten zij ervoor zorgen dat de door hen of namens hen samengestelde informatie actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is.

In het kader van de passieve openbaarheid is van belang dat Verordening 1367/2006 ten opzichte van Verordening 1049/2001 een wijziging aanbrengt met betrekking tot informatie over emissies naar het milieu in de zin dat deze informatie steeds op verzoek openbaar moet worden gemaakt. Een hoger openbaar belang wordt dan geacht de openbaarmaking te gebieden, aldus art. 6 lid 1. Dit artikellid bepaalt ook dat bij de overige uitzonderingen van Verordening 1049/2001 de weigeringsgronden voor toegang tot milieu-informatie beperkt moeten worden uitgelegd, waarbij rekening wordt gehouden met het openbaar belang dat bij openbaarmaking is gediend en met de vraag of de gevraagde informatie betrekking heeft op uitstoot in het milieu. Bij deze overige uitzonderingen is dus ruimte voor een afweging van belangen.

Ten aanzien van inspraak van het publiek bepaalt de Verordening dat de communautaire instellingen en organen ervoor moeten zorgen dat middels passende praktische en/of andere voorzieningen het publiek vroegtijdig en effectief inspraak krijgt tijdens de voorbereiding, wijziging of herziening van plannen of -programma’s betreffende het milieu op een ogenblik dat alle opties nog open zijn (art. 9, lid 1). Voorts dienen zij bij het nemen van een besluit over een plan of programma terdege rekening te houden met de resultaten van de inspraak van het publiek en over de inspraak informatie te geven in de redenen en overwegingen waarop het besluit is gebaseerd (art. 9 lid 5).

Verder bevat de Verordening een regeling voor niet-gouvernementele organisaties op basis waarvan zij een verzoek kunnen indienen tot interne herziening van administratieve handelingenvan communautaire instellingen en organen (artt. 10-12.) Ter nadere uitwerking daarvan heeft de Commissie uitvoeringsbepalingen vastgesteld bij Besluit 2008/50.

Ingevolge art. 13 heeft de Commissie bij Besluit 2008/401/EG,Euratom haar reglement van orde aan de bepalingen van de Verordening aangepast.[1946]

11.7.5Achtergrond en totstandkoming van de Verordening

Bij het Verdrag van Amsterdam is aan het EG-Verdrag een nieuw artikel 255 toegevoegd, waarin het recht op publieke toegang tot documenten van het Parlement, de Raad en de Commissie is vastgelegd. Op basis van artikel 255 is Verordening 1049/2001[1947] aangenomen inzake de toegang van het publiek tot documenten van de drie instellingen. Het gaat daarbij ook om documenten die afkomstig zijn van derden, bijvoorbeeld van lidstaten. De toegang tot documenten moet in bepaalde gevallen worden geweigerd, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt (behalve als de weigeringsgrond de bescherming van het openbaar belang of de persoonlijke levenssfeer is). Elke instelling moet voorzien in de toegang van het publiek tot een documentenregister. Verder is de termijn waarbinnen gereageerd moet worden op een verzoek om toegang tot documenten beperkt tot 15 werkdagen. Alle instellingen moesten op 3 december 2001 hun interne regels hebben aangepast aan de Verordening.[1948]

Op 24 oktober 2003 heeft de Commissie een voorstel gepresenteerd voor een nieuwe Verordening, waarmee de bepalingen van het Verdrag van Aarhus worden toegepast op de EG-instellingen en -organisaties.[1949] Het voorstel hield in dat iedere natuurlijke of rechtspersoon, ongeacht nationaliteit of woonplaats, toegang krijgt tot milieu-informatie. Daarnaast is het bereik van de bestaande Verordening 1049/2001 uitgebreid tot alle EU-instellingen en -organisaties die publieke functies vervullen en zijn de gehanteerde definities op één lijn gebracht met Richtlijn 2003/4. Voorts bevatte de voorgestelde Verordening gedetailleerde en specifieke bepalingen betreffende de verzameling en verspreiding van milieu-informatie. Op 20 december 2004 hebben de EU-milieuministers een politiek akkoord bereikt over dit voorstel. Verordening 1367/2006 betreffende de de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen is uiteindelijk gepubliceerd op 25 september 2006.

11.7.6 De omzetting in nationale regelgeving

De Verordening heeft rechtstreekse werking en behoeft derhalve geen omzetting in nationale regelgeving.

11.7.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

De Verordening heeft betrekking op milieuinformatie die beschikbaar is bij communautaire instellingen en organen en heeft derhalve geen specifieke betekenis in de context van de lidstaten.

11.7.8 Verdere ontwikkelingen

In 2008 heeft de Commissie een voorstel ingediend betreffende de aanpassing van Verordening 1049/2001 inzake de toegang tot documenten bij EU instellingen.[1950] Er zijn meerdere redenen voor de aanpassing. Zo is er het Europees Transparantie initiatief (eind 2005) van de Commissie waarin een herziening van de richtlijn werd aangekondigd. Ook ligt er een resolutie van het Europees Parlement van 4 april 2006 waarin om herziening wordt gevraagd. Daarnaast is er overlap gesignaleerd met Verordening 1367/2006 betreffende de implementatie van het verdrag van Aarhus over milieu-informatie. De herziening is tevens aangegrepen om een aantal uitspraken van het Europees Hof van Justitie (EHvJ) te codificeren. De herziening is voorafgegaan door een Groenboekprocedure.

De voorgestelde aanpassingen hebben betrekking op de reikwijdte van de verordening (inperking); aanpassing en uitbreiding van de weigeringsgronden; een wijziging in de consultatieprocedure voor documenten afkomstig van lidstaten in bezit van de EU instellingen, de verlenging van de behandelingsduur van confirmatieve verzoeken (soort bezwaarprocedure) en meer actieve openbaarheid.

[1945] PbEG L145, 31.5.2001.

[1946] PbEU L140, 30.5.2008.

[1947] PbEG L145, 31.5.2001.

[1948] Dit is gebeurd bij: Besluit van de Commissie 2001/937 (PbEG L345, 29.12.2001); Besluit van de Raad 2001/840 (PbEG L313, 30.11.2001); Besluit van het Bureau van het Europees Parlement 2001/C 374/01; Besluit 64/2003 van het Comité van de Regio’s (PbEU L160, 28.6.2003); Besluit van het Economisch en Sociaal Comité 2003/603 (PbEU L205, 14.8.2003); en Besluit 2004/508 van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (PbEU L210, 11.6.2004).

[1949] COM(2003) 622 def.

[1950] COM(2008) 229 def., 30.4.2008.