Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

12.7 Bescherming tegen rampen

12.7.1 Overzicht van EU-regelgeving

2007/162/EG, Euratom (PbEU L71, 10.3.2007)

Beschikking van de Raad tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming

2007/606/EG, Euratom (PbEU L241, 14.9.2007)

Beschikking tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen

Rechtsgrondslag

Artikel 308 EG-verdrag (thans art. 352 VwEU) en artikel 203 Euratom-verdrag

Bindende termijnen

Periode van toepassing

1 januari 2007 t/m 31 december 2013

Evaluatieverslagen van de Commissie

31 december 2008, 30 juni 2010 en 31 december 2014

Mededeling over voortzetting van de Beschikking

31 december 2011

2007/779/EG, Euratom (PbEU L314, 1.12.2007)

Beschikking van de Raaad tot vaststelling van een communautair mechanisme voor civiele bescherming (herschikking)

2004/277/EG, Euratom (PbEU L87, 25.3.2004); gewijzigd bij 2008/73/EG, Euratom (PbEU L20, 24.1.2008) en 2010/481/EU, Euratom (PbEU L236, 7.9.2010)

Beschikking tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen

Rechtsgrondslag

Artikel 308 EG-verdrag (thans art. 352 VwEU) en artikel 203 Euratom-verdrag

Bindende termijnen

Evaluatie door de Commissie

1 december 2010 en vervolgens om de drie jaar

2012/2002 (PbEG L311, 14.11.2002)

Verordening tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie

Rechtsgrondslag

Artikel 159 en 308 EG-verdrag (thans resp. art.175 en 352 VwEU)

Bindende termijnen

Inwerkingtreding

15 november 2002

Evaluatie door de Raad

31 december 2006

12.7.2 Overzicht van Nederlandse regelgeving

N.v.t.

12.7.3 Doelstelling van de Regelgeving

De EU wordt regelmatig getroffen door rampen zoals overstromingen, aardbevingen, aardverschuivingen, bosbranden en verontreinigingsincidenten. Het communautaire financieringsinstrument voor civiele bescherming (Beschikking 2007/162) strekt ertoe de inspanningen van de lidstaten voor de bescherming van de bevolking, het milieu en eigendommen (met inbegrip van cultureel erfgoed) bij rampen (waaronder milieuongevallen) te ondersteunen en aan te vullen. Doel is ook de samenwerking tussen de lidstaten op dit gebied te bevorderen (art. 1, lid 1). Hiertoe worden eigen inspanningen van de lidstaten gefinancierd en de samenwerking tussen lidstaten bevorderd. Het communautaire mechanisme (Beschikking 2007/779) heeft tot doel het vergemakkelijken van de versterkte samenwerking tussen de EU en de lidstaten bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming in ernstige noodsituaties, of de onmiddellijke dreiging daarvan (art. 1, lid 1). Met het mechanisme wordt beoogd de reacties van de EU op rampen verbeteren en personen, het milieu en goederen (waaronder cultureel erfgoed) te beschermen. Op deze manier ondersteunen beide Beschikkingen ook de implementatie van de Richtlijn betreffende de gevaren van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen (zie § ???). Naast het hier te behandelen programma bestaat er een ander actieprogramma dat specifiek betrekking heeft op zeeveront­reinigings­incidenten (zie § ???). Na de grote overstromingen van 2002 is een aanzienlijk groter fonds (het ‘Solidariteitsfonds van de EU’) in het leven geroepen (Verordening 2012/2002) om te zorgen voor snelle financiële steun aan lidstaten en kandidaat-lidstaten in het geval van een ramp.

12.7.4 Samenvatting van de Regelgeving

Beschikking 2007/162 roept een financieringsinstrument in het leven voor de periode 2007 tot en met 2013. Het gaat daarbij om financiële steun voor:

  • acties op het gebied van het communautaire mechanisme voor civiele bescherming (zie hierna);

  • maatregelen ter voorkoming, c.q. beperking van de gevolgen van een noodsituatie; en

  • acties ter verhoging van de paraatheid van de Gemeenschap om te reageren op noodsituaties, met inbegrip van acties om het bewustzijn van de EU-burgers te vergroten.

Financiële steun kan de vorm aannemen van subsidies of contracten voor overheidsopdrachten. Er wordt gestreefd naar synergie en complementariteit met andere instrumenten van de EU. Voor de periode 2007 t/m 2013 is een bedrag van 189,8 miljoen euro beschikbaar. Jaarlijks stelt de Commissie een werkprogramma met een indicatieve begroting vast.[2050]

Het mechamisme op grond van Beschikking 2007/779 omvat een reeks van elementen en maatregelen die moeten bijdragen aan snelle en effectieve interventies in geval van rampen. Daartoe behoren ondermeer een waarnemings- en informatiecentrum (Monitoring and Information Centre, MIC) en een Gemeenschappelijk noodcommunicatie- en informatiesysteem (Common Emergency and Information System, CECIS) voor de communicatie en uitwisseling van informatie tussen het MIC en de contactpunten van de lidstaten. De Commissie is verantwoordelijk voor oprichting en beheer van MIC en CECIS. In geval van een ernstige noodsituatie kan de getroffen lidstaat een verzoek om bijstand richten aan het MIC of rechtstreeks aan de andere lidstaten. De leiding van de bijstandsverlening berust bij de verzoekende lidstaat. Er kan ook bijstand worden verleend bij rampen buiten de EU; in die gevallen berust de coördinatie bij de lidstaat die op dat moment EU-voorzitter is en bij de Commissie.

Verordening 2012/2002 roept het Solidariteitsfonds van de EU in het leven, dat vooral bedoeld is voor natuurrampen. Het gaat daarbij om rampen met grote gevolgen voor de leefomstandigheden, het milieu of de economie, met een geschatte schade van ofwel meer dan € 3 miljard ofwel meer dan 0,6% van het Bruto Nationaal Inkomen van een staat. Het Fonds mag (in overeenstemming met het beginsel ‘de vervuiler betaalt’) niet worden gebruikt om partijen die primair verantwoordelijk zijn te ontheffen van hun verplichting om de schade te vergoeden en ook niet om preventieve maatregelen op lidstaat- of EU-niveau te ontmoedigen. De hulp wordt gegeven als een gift teneinde staten te helpen bij het uitvoeren van de volgende acties:

a) onmiddellijk herstel van de infrastructuurvoorzieningen en uitrustingen op het gebied van energie, water en afvalwater, telecommunicatie, vervoer, gezondheidszorg en onderwijs; b) uitvoering van voorlopige huisvestingsmaatregelen en inzet van hulpdiensten die zich op de onmiddellijke behoeften van de bevolking richten; c) onmiddellijke veiligstelling van de infrastructurele preventievoorzieningen en op onmiddellijke bescherming van het culturele erfgoed gerichte maatregelen; d) onmiddellijke reiniging van de geteisterde gebieden, inclusief natuurgebieden.

Aanvragen voor hulp uit het fonds moeten worden ingediend binnen tien weken nadat de eerste schade door de ramp zich heeft voorgedaan. Daarbij moet informatie worden gegeven over de totale schade die door de ramp is teweeggebracht en de gevolgen; een schatting van de kosten van de acties; eventuele andere communautaire financieringsbronnen; en eventuele andere nationale en internationale financieringsbronnen (inclusief verzekeringen) die bijdragen kunnen leveren voor de schadeloosstelling. Op basis hiervan beoordeelt de Commissie of aan de voorwaarden voor het mobiliseren van het Fonds is voldaan en doet zij een voorstel voor een eventuele gift. Landen die vanaf de zomer van 2002 door rampen getroffen worden komen in aanmerking voor steun uit het Fonds. Het kan daarbij zowel om lidstaten als om kandidaat-lidstaten gaan.

12.7.5 Achtergrond en totstandkoming van de Beschikkingen

Het eerste actieprogramma voor civiele bescherming werd in 1997 aangenomen[2051] en voorzag in een bedrag van € 3 miljoen voor de periode 1998-1999. Hiermee werd het werkterrein van de EU verbreed tot het voorkomen van rampen en werd tevens een grotere nadruk gelegd op informatie aan het publiek. Van 2000 t/m 2006 was een tweede actieprogramma van kracht, met een budget van € 11,5 miljoen.[2052]

In 1999 en 2000 deed zich in de EU en aangrenzende landen een reeks van natuur-, milieu- en technologische rampen voor die aanzienlijke schade veroorzaakten, zoals aardbevingen, de ramp met de olietanker Erika (zie § ???), stormen en overstromingen, dambreuken in het stroomgebied van de Donau, en de vuurwerkramp in Enschede. Deze gebeurtenissen leidden tot herhaalde oproepen voor een verbetering van acties voor civiele bescherming op EU-niveau. In september 2000 presenteerde de Commissie haar voorstel voor een mechanisme ter coördinatie van interventies voor civiele bescherming.[2053] Op 23 oktober 2001 werd het voorstel aangenomen door de Raad. Het mechanisme vormt een aanvulling op het actieprogramma.

In maart 2004 publiceerde de Commissie een Mededeling getiteld ‘Versterking van de capaciteit op het gebied van civiele bescherming in de Europese Unie’. [2054] Hierin deed de Commissie, in het licht van de opgedane ervaringen, verscheidene voorstellen voor maatregelen ter versterking van de capaciteit op het gebied van civiele bescherming. Veel van deze voorstellen hadden betrekking op een betere samenwerking, een grotere samenhang tussen instrumenten, het verbeteren van databanken en meer aandacht voor financiële beperkingen.

Na de tsunami die in december 2004 Zuidoost-Azië trof bleek het Mechanisme voor civiele bescherming (zoals ingesteld door Beschikking 2001/792) aan herziening toe. Zowel de Raad als het Europees Parlement riepen de Commissie op te zoeken naar mogelijkheden voor verbetering. In reactie daarop stelde de Commissie een aantal structurele veranderingen van het mechanisme voor.[2055] Deze waren gericht op een robuuster systeem waarmee de EU in de toekomst sneller en effectiever op iedere soort ramp zou kunnen reageren. In januari 2006 kwam de Commissie met een voorstel voor een herziening van Beschikking 2001/792. In juni 2007 werd deze aangenomen door de Raad als Beschikking 2007/779.

In april 2005 presenteerde de Commissie een voorstel voor een ‘Verordening tot instelling van een Instrument voor snelle respons en paraatheid bij ernstige noodsituaties’. Dit voorstel voorzag in een nieuw wettelijk kader voor de financiering van operaties op het gebied van civiele bescherming. Eind 2006 werd dit voorstel in aangepaste vorm aangenomen en in 2007 is het als Beschikking 2007/162 van kracht geworden.

Als reactie op de overstromingen in 2002 heeft de Commissie een Mededeling gepubliceerd, getiteld ‘Reactie van de Europese Gemeenschap op de overstromingen in Oostenrijk, Duitsland en verscheidene kandidaat-lidstaten - Een initiatief uit solidariteit’.[2056] Hierin ging het vooral over de acties van de EU om de lidstaten en kandidaat-lidstaten te helpen die getroffen waren door de overstromingen in dat jaar. Ook werd er duidelijk in gezinspeeld op de noodzaak om na te denken over de vraag hoe zo’n catastrofe kon ontstaan, waarbij de hoge niveaus van broeikasgasemissies en het inadequate beleid ten aanzien van landgebruik en waterbeheer werden genoemd. In de Mededeling werd voorgesteld financiële middelen te mobiliseren, bijvoorbeeld door reallocatie van gelden uit de structuurfondsen en door het oprichten van een EU-rampenfonds. Ook werd een geïntegreerde Europese strategie voor de preventie en aanpak van natuurlijke, door de mens veroorzaakte en andere risico’s aangekondigd.

In november 2002 werden de Raad, het Europees Parlement en de Commissie het eens over de financiering van een nieuw EU-Solidariteitsfonds met een jaarlijks plafond van € 1 miljard, bedoeld voor financiële steun aan (kandidaat-)lidstaten in het geval van een grote ramp.

12.7.6 De omzetting in nationale regelgeving

N.v.t.

12.7.7 Uitvoering en effecten in de praktijk

De EU-activiteiten op het gebied van de civiele bescherming hebben geresulteerd in een aantal operationele instrumenten, waaronder een Operationeel Handboek, een bewakings- en informatiecentrum dat 24 uur per dag bereikbaar is om wederzijdse bijstand te faciliteren, en een programma voor ondersteuning door deskundigen. Ook zijn inspanningen geleverd om bij degenen die verantwoordelijk zijn voor de civiele bescherming de vaardigheden om adequaat te reageren te verbeteren, met name door het organiseren van trainingsworkshops en cursussen, het opzetten van een systeem voor de uitwisseling van deskundigen, en het organiseren van simulatieoefeningen.

Verder is er een ‘Vademecum’ voor civiele bescherming gemaakt, waarin beschreven staat hoe de rampenbestrijding in de lidstaten is georganiseerd. Het bevat ook een samenvatting van bestaande bilaterale overeenkomsten.

In Nederland is in 2002 de bijstandseenheid ‘Urban Search and Rescue’ (USAR.NL) opgericht, die zowel in binnen- als buitenland inzetbaar is. Deze eenheid is door Nederland aangemeld in het kader van het EU-mechanisme van Beschikking 2007/779.

Het EU-mechanisme voor civiele bescherming is tot nu toe vooral ingezet bij overstromingen, bosbranden en aardbevingen, zowel binnen als buiten de EU. Een recente actie op milieugebied betrof de gevolgen van het leegstromen van een reservoir met giftig slib bij een aluinaardefabriek in Ajka (Hongarije) in oktober 2010.

12.7.8 Verdere ontwikkelingen

In maart 2008 heeft de Commissie een Mededeling gepubliceerd getiteld “Versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen”.[2057] Daarin wordt gepleit voor meer samenwerking en versterking van de Europese capaciteit voor civiele bescherming.

[2050] Het werkprogramma voor 2011 is vastgesteld op 10 december 2010 (C(2010) 8762 final).

[2051] Beschikking 98/22, PbEG L8, 14.1.1998.

[2052] Beschikking 1999/847, Pb L327, 21.12.1999, en Beschikking 2005/12 (Pb L6, 8.1.2005).

[2053] COM(2000) 593.

[2054] COM(2004) 200.

[2055] COM(2005) 137.

[2056] COM(2002) 481.

[2057] COM(2008) 130 definitief.