Handboek Implementatie milieubeleid EU in Nederland

13.3 Afval

In tegenstelling tot veel andere milieuterreinen, ontbreekt een wereldwijd regime voor alle aspecten van het omgaan met afval. In plaats daarvan wordt afval geregeld in andere verdragen die bescherming van de zee, rivieren of atmosfeer beogen. Het Verdrag van Bazel, dat de transporten van afval tracht te reguleren, is dan ook het enige wereldwijde regime dat alleen op het transport van afval ziet. Inmiddels zijn er ook clausules in het Verdrag gekomen die het minimaliseren van de afvalstroom aanmoedigen.

13.3.1 Verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (Verdrag van Bazel)

93/98/EEG (PbEG L39 16.2.1993)

Besluit betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag

97/640/EEG (PbEG L272 4.10.1997)

Besluit inzake de goedkeuring van de wijziging van het Verdrag als vastgelegd in Besluit III/1

1013/2006 (PbEG L190 12.7.2006)

Verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA)

308/2009 (PbEG L 97, 16.4.2009, p. 8–11)

Verordening houdende wijziging, met het oog op aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, van de bijlagen III A en VI van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen

De EG heeft dit Verdrag samen met 34 andere landen getekend in 1989, naar aanleiding van het grootscheepse transport van gevaarlijk afval naar staten met zwakke milieuregels. De EG en de andere lidstaten konden het Verdrag echter niet ratificeren alvorens bestaande Richtlijnen op het gebied van grensoverschrijdend vervoer van afval waren gewijzigd – die regelden aanvankelijk namelijk alleen transporten tussen de lidstaten onderling. In 1993 zorgde Verordening 259/93 (zie § ???) voor deze noodzakelijke wijziging. Inmiddels is deze vervangen door Verordening 1013/2006 (de nieuwe EVOA). De EG werd partij bij het Verdrag op 8 mei 1994. De partijen bij het Verdrag hebben de mogelijkheid om de invoer van afval te verbieden. Transport van afval tussen verdragspartijen en niet-verdragspartijen is slechts toegestaan wanneer daar een specifieke (bilaterale- of multilaterale) overeenkomst aan ten grondslag ligt. Ten aanzien van het vervoer van afvalstoffen voorziet het Verdrag in een wereldwijd milieubeschermend controlesysteem. De verantwoordelijkheid voor de vanuit milieuoogpunt verantwoorde behandeling van het afval ligt bij de uitvoerende staat. Dit alles moet leiden tot minder grensoverschrijdende afvalverplaatsingen en tot een afvalverwerking die zo dicht mogelijk bij de bron plaatsvindt.

In september 1995 hebben de partijen Besluit III/1 aangenomen dat een amendering van het Verdrag inhoudt. Dit Besluit bevat een onmiddellijk verbod op de uitvoer van voor verwijdering bestemd gevaarlijk afval door de partijen uit bijlage VII (OESO-leden, de EU en Liechtenstein) naar landen die niet tot deze categorie behoren. Het bevat tevens een verbod (dat gelding heeft vanaf 1 januari 1998) op het grensoverschrijdend vervoer van voor herwinning van stoffen bestemd gevaarlijk afval vanuit de in bijlage VII genoemde landen naar overige landen. Omdat dit besluit omstreden is hebben in mei 2010 slechts 68 van de 172 partijen de zogenaamde ‘Basel-ban’ geratificeerd, terwijl deze pas bij een drie-vierde meerderheid van kracht zou worden. De EU heeft wel zelfstandig dit exportverbod geïmplementeerd middels de Verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen.

Voorts geeft Besluit III/1 aan de Technische Werkgroep van het Verdrag de opdracht om lijsten op te stellen met gevaarlijke en niet-gevaarlijke stoffen ter ondersteuning van het in te stellen uitvoerverbod. Deze lijsten zijn aangenomen als nieuwe bijlagen VIII en IX op de vierde Conferentie van de partijen in Kuching in 1998 (Besluit IV/9). Deze aanpassingen zijn van kracht sinds november 1998.

In 1999 is een nieuw vergaand Protocol bij het Verdrag aangenomen, gebaseerd op artikel 12 van het Verdrag. Dit Protocol heeft tot doel te voorzien in een systeem van aansprakelijkheid voor en compensatie van schade als gevolg van het grensoverschrijdend vervoer van gevaarlijk afval, inclusief schade die het gevolg is van de illegale handel in afval. Het protocol voorziet in ‘strikte’ aansprakelijkheid, zodat de entiteit die schade veroorzaakt zich op vrijwel geen enkele uitzonderingsclausule kan beroepen. Voor de meeste partijen bleek het Protocol echter te verregaand (waaronder de EU) zodat ook dit Protocol nog niet van kracht is geworden.

Tenslotte is er op de 6de COP in december 2002 een handhavingscomité opgericht dat zich toelegt op het helpen bij de correcte implementatie van het Verdrag.