1639/2006 (PbEU L310, 9.11.2006) | Besluit tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013), Hoofdstuk III: Programma Intelligente Energie – Europa |
Rechtsgrondslag | Artt. 156, 157, lid 3 en 175, lid 1 EG-verdrag (thans resp. artt. 172, 173 en 192 VwEU) |
Bindende termijnen | |
Inwerkingtreding | 29 november 2006 |
Looptijd | 2007-2013 |
Werkprogramma van de Commissie | |
Tussentijdse evaluatie | 31 december 2009 |
Eindevaluatie | 31 december 2011 |
Het programma ‘Intelligente energie – Europa’ (IEE) is één van de drie specifieke programma’s onder het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (KCI). Het programma beoogt het waarborgen van zekere en duurzame energie voor Europa en het tegelijk bevorderen van het Europese concurrentievermogen. Hieronder valt het stimuleren van energie-efficiëntie en rationeel gebruik van energiebronnen; het bevorderen van nieuwe en duurzame energiebronnen en energiediversificatie; en het bevorderen van energie-efficiëntie en het gebruik van duurzame energiebronnen in het vervoer (art. 37).
Het gehele kaderprogramma, dat van 2007 tot 2013 loopt, heeft een omvang van € 3,621 miljard. Voor het specifieke EIE programma is 20 procent gereserveerd, om precies te zijn € 730 miljoen. Het specifieke programma is het vervolg op een gelijknamig programma dat van 2003 tot 2006 liep en werd ingesteld door Beschikking 1230/2003.
Het IEE-programma omvat drie deelgebieden die ook al onderdeel waren van de oorspronkelijke beschikking:
a) “SAVE”: verbetering van de energie-efficiëntie en rationeel energiegebruik (art. 39);
b) “ALTENER”: bevordering van nieuwe en duurzame energiebronnen voor de productie van elektriciteit en warmte (art. 40);
c) “STEER”: ondersteuning van initiatieven in verband met energie-aspecten van het vervoer en bevordering van duurzame brandstoffen en energie-efficiëntie in het vervoer (art. 41);
Het programma Intelligente energie-Europa oorspronkelijk ingesteld door Beschikking 1230/2003, is de opvolger van een aantal eerdere programma’s. De belangrijkste daarvan waren SAVE en ALTENER[2159], die respectievelijk gericht waren op energiebesparing en hernieuwbare energie.
Het Commissievoorstel voor Beschikking 1230/2003[2160] voorzag in een budget van € 215 miljoen. Het Europees Parlement sprak zich in eerste lezing in november 2002 uit voor een verhoging tot € 255 mln. In diezelfde maand pleitte Nederland (samen met Duitsland, Oostenrijk en Zweden) tijdens de behandeling in de Raad juist voor een verlaging tot € 152 mln. Het Gemeenschappelijk Standpunt van de Raad kwam uit op € 190 mln. In mei 2003 ging het Parlement uiteindelijk akkoord met een compromis van € 200 mln.
Het eerste vierjarige werkprogramma voor IEE werd op 15 oktober 2003 uitgebracht. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de verticale acties – ALTENER, SAVE, COOPENER en STEER – en geïntegreerde horizontale acties. Met de toetreding van 10 nieuwe lidstaten werd de totale begroting verhoogd naar € 250 mln.
In het kader van de Lissabon agenda werd een paar jaar later het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (KCI) gestart. Met het oog op een gezamenlijke aanpak van milieuproblemen en concurrentievermogen, werd het vervolg van IEE bij het KCI ondergebracht. Dit leverde kritiek op vanuit milieu-organisaties, die dit zagen als een poging van het bedrijfsleven om milieuprogramma’s te ondermijnen. Uiteindelijk werd het voorstel van de Commissie om IEE onder het kaderprogramma te laten vallen in april 2005 uitgebracht,[2161] en op 9 november 2006 door het Parlement en de Raad aangenomen.
In mei 2010 verscheen een rapport van de Europese Commissie over de relevantie van Europese subsidiëring van lokale of regionale organisaties die de doelstellingen van het IEE-programma beogen te verwezenlijken in de lidstaten.[2162] In het rapport staan vijf vragen centraal, namelijk of er behoefte is aan meer gesubsidieerde organisaties, hoe deze organisaties bijdragen aan de Europese doelen, hoe de subsidieverlening in de toekomst geregeld moet worden, of de bestaande activiteiten nog relevant zijn en hoe juridische en administratieve aspecten het best geregeld kunnen worden. Mede op basis van dit rapport tracht de Europese Commissie haar toekomstige strategie te bepalen ten aanzien van de uitvoering van het huidige IEE-programma en de opvolging ervan vanaf 2013.
Uit het IEE-programma gefinancierde projecten zijn te vinden in de Intelligent Energy projects database van de Europese Commissie.[2163] In het kader het jaarwerkprogramma van het energiedirectoraat van de Europese Commissie, wordt er jaarlijks een call for proposals gelanceerd voor subsidiering van projecten. Deze publicaties geven blijk van de prioriteiten van Europese Commissie binnen het IEE-programma.
In Nederland is het Agentschap NL, onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de uitvoerende organisatie in het kader van het IEE-programma. Voorheen was dat SenterNovem, dat nu onderdeel vormt van Agentschap NL. Dit agentschap heeft uiteenlopende programma’s ter bevordering van duurzame energiebronnen, energie onderzoek en energie transitie naar duurzame energiebronnen, alsook voor energiebesparing in bijvoorbeeld industrie en woningen, duurzaam bouwen en CO2-reductie.[2164]
[2159] SAVE: Beschikkingen 91/565 (PbEG L307, 8.11.1991), 96/737 (PbEG L335, 24.12.1996) en 647/2000 (PbEG L79, 30.3.2000); ALTENER: Beschikkingen 93/500 (PbEG L235, 18.9.1993), 98/532 (PbEG L159, 3.6.1998) en 646/2000 (PbEG L79, 30.3.2000).
[2160] COM(2002)162.
[2161] COM(2005121.
[2164] Agentschap NL, Facts & Figures Divisie NL Energie en Klimaat. http://www.agentschapnl.nl/organisatie/feiten-en-cijfers