Aan de EU staat een reeks instrumenten beschikbaar ter uitvoering van haar milieubeleid. Het betreft:
• Wetgeving waarbij verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot bepaalde actoren. De EU wetgeving heeft een aantal verschillende verschijningsvormen (zie § 2.2). ‘Regulerende’ wetgeving wordt vaak ‘command and control’ genoemd;
• Vrijwillige afspraken waarbij actoren (meestal industrie) toezeggingen doen om hun milieuprestaties verdergaand te verbeteren dan de bestaande wettelijke eisen;
• Marktgerichte, of economische instrumenten, zoals heffingen en subsidies, die gedragsverandering van producenten en/of consumenten aanmoedigen;
• Financiële ondersteuning voor investeringen in schone technologie, demonstratie-programma’s en uitwisseling van ervaringen;
• Educatieve en voorlichtingscampagnes;
• Onderzoek, technologie en ontwikkelingsprogramma’s.
In het 5de Milieuactieprogramma uit 1993 is een oproep gedaan om het instrumentarium van het EU milieubeleid te verbreden. Alhoewel er tegenwoordig voorbeelden zijn te vinden van alle hierboven genoemde instrumenten, is het toch nog steeds het geval dat het overgrote deel van het EU milieubeleid bestaat uit zogenaamde ‘command and control’ wetgeving. Het onderscheid tussen wetgeving en andere beleidsinstrumenten is trouwens niet heel duidelijk, aangezien voor de totstandkoming van alle typen instrumenten een wetgevende handeling is vereist.
Een wijder verbreid gebruik van marktgerichte instrumenten en financiële mechanismen is aan beperkingen gebonden, omdat nog steeds voor ‘groene’ heffingen unanimiteit in de Raad is vereist en het beginsel ‘de vervuiler betaalt’ de mogelijkheden van de Gemeenschap beperkt om financiële verantwoordelijkheid te nemen voor het opruimen van vervuiling die is veroorzaakt door anderen. Aan de andere kant worden er ook milieuprojecten die bijdragen aan regionale economische ontwikkeling gefinancierd met gelden uit de EU structuur- en cohesiefondsen (zie § 12.3 en § 12.4) en voorziet het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) (zie § 12.6) in subsidies voor agro-milieumaatregelen. Geen van deze fondsen wordt beheerd door het Directoraat Generaal Milieu van de Commissie.
Er zijn slechts twee vrijwillige afspraken (‘convenanten’) geldig op EU niveau. Deze zijn gemaakt tussen de Commissie aan de ene kant en respectievelijk de Europese wasmiddel- en auto-industrie aan de andere kant. Het maken van dergelijke afspraken is mede afhankelijk van de aanwezigheid van een samenhangende industriële sector bestaande uit een klein aantal bedrijven, en een hecht samenwerkingsverband op Europees niveau. Dit zijn voorwaarden waar slechts op heel beperkte schaal aan wordt voldaan. Wat betreft het gebruik van vrijwillige afspraken ter nationale implementatie van EU regelgeving, heeft de Commissie benadrukt dat er op de lidstaten een wettelijke verplichting rust om zorg te dragen voor de naleving van het beleid waardoor er weinig ruimte is voor vrijwillige afspraken.[8]
Mogelijke toekomstige veranderingen in EU beleidsinstrumenten en beleidsprocedures zijn aangekondigd in het Witboek over ‘Europese governance’ dat de Commissie uitbracht in juli 2001.[9] Dit witboek bevat een serie maatregelen ter verhoging van het democratisch gehalte van de EU beleidsaanpak die zijn gebaseerd op vijf beginselen, namelijk openheid, participatie, verantwoordingsplicht, doelstreffendheid en samenhang.
In juni 2002 zijn gedetailleerde voorstellen voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de EU wetgeving door de Commissie gepubliceerd. In het Actieplan "Vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving" worden maatregelen opgesomd die de Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de lidstaten zouden kunnen nemen.[10] Verder behandelt het Actieplan de beleidsvorming, het wetgevende proces van de EU, en de omzetting en de praktische uitvoering van EU milieubeleid door de nationale autoriteiten. Ongeveer tegelijkertijd zijn twee andere mededelingen gepubliceerd, die betrekking hebben op minimum eisen inzake de raadpleging van belanghebbenden door de Commmissie[11] en de ontwikkeling van een systeem van integrale effectbeoordeling van voorstellen van de Commissie.[12]
[8] Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over milieuconvenanten, COM (1996) 561 def.
[9] Europese governance: een witboek, COM(2001) 428 def., 25.7.2001.
[10] Mededeling van de Commissie. Actieplan "Vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving", COM(2002) 278 def., 5.6.2002.
[11] Mededeling van de Commissie – Raadplegingsdocument: Naar een krachtiger cultuur van raadpleging en dialoog – Voorstel inzake algemene beginselen en minimumnormen voor raadpleging van de betrokken partijen door de Commissie, COM(2002) 277 def., 5.6.2002.
[12] Mededeling van de Commissie over effectbeoordeling, COM(2002) 276 def., 5.6.2002.