Chapter 3. 3. De integratie van het milieu in ander EU-beleid

Table of Contents

3.1 Overzicht van EU-beleid
Ontwikkeling van de ‘milieu-integratie’ verplichting
3.2 Landbouw
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.3 Energie
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.4 Industrie
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.5 Vervoer
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.6 Visserij
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.7 Interne markt en buitenlandse handel
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Interne markt
Buitenlandse handel
3.8 Toerisme
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.9 Economische en financiële maatregelen
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.10 Economische samenwerking en ontwikkeling
De belangrijkste onderwerpen in het kort
Een selectie van initiatieven op het gebied van integratie
3.11 De rol van de EU-instellingen bij de totstandbrenging van integratie
De Europese Commissie
Toekomstige ontwikkelingen
Het Europees Parlement
De begrotingsbevoegdheden van het EP
De Raad

3.1 Overzicht van EU-beleid

Het proces van milieu-integratie betreft het centraal stellen van milieuoverwegingen bij de besluitvorming in andere beleidssectoren. Milieudoelstellingen krijgen op deze manier een meer prominente plaats toegekend in het beslissingsproces, in plaats van dat zij afzonderlijk worden nagestreefd door middel van louter milieubeleidsinstrumenten.

Milieu-integratie wordt bereikt door het veranderen van de manier waarop de instellingen functioneren, het waar nodig wijzigen van het resulterende sectorale beleid, en daaropvolgende passende implementatie in de lidstaten. In de sectoren met de grootste effecten op het milieu, waaronder landbouw, handel, regionale ontwikkeling en visserij, worden veel kernbeslissingen op Gemeenschapsniveau genomen. Activiteiten op Gemeenschapsniveau zijn daarom van wezenlijk belang bij het bevorderen van integratie. Dit wordt nu erkend in artikel 6 van het EG-verdrag, waarin wordt vereist dat milieuoverwegingen moeten worden geïntegreerd in al het andere beleid van de Gemeenschap met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

Ontwikkeling van de ‘milieu-integratie’ verplichting

Het idee om milieuoverwegingen te integreren in andere EU beleidssectoren werd voor het eerst erkend als een kerndoelstelling in 1980, in een officieel document van de Commissie.[25] In 1980 werd de Mededeling ‘Voortgang geboekt in verband met het Milieu Actie Programma en evaluatie van de verrichte werkzaamheden ter uitvoering daarvan’ uitgebracht.[26] Hierin wordt aangegeven dat prioriteit gegeven moet worden aan onder andere maatregelen gericht op het zorgen voor een hogere consistentie tussen de eisen van het milieubeleid en van ander beleid, zoals landbouwbeleid, regionaal beleid, energiebeleid en vervoersbeleid, door milieubeleid effectiever in het andere beleid in te sluiten.

Deze verklaring bleek de voorbode te zijn voor het derde EG Milieuactieprogramma (1982-1986), waarin integratie aan de top van de prioriteitenlijst werd geplaatst. In het vierde Milieuactieprogramma (1987-1991) werd voorgesteld om interne procedures en gebruiken te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat integratie stelselmatig plaats zou vinden in relatie tot andere beleidsgebieden. Het integratiebeginsel werd rechtskracht toegekend door middel van de Europese Akte van 1986. Het werd verder versterkt door het Verdrag van Maastricht van 1992, dat stelde:

"De eisen ter zake van milieubescherming moeten in het bepalen en uitvoeren van Gemeenschapsbeleid op andere gebieden worden geïntegreerd." (voormalig artikel 130r, lid 2)

De herziening van het Verdrag vond zijn weerslag in het vijfde Milieuactieprogramma, ‘Op weg naar duurzame ontwikkeling’, waarin de aandacht verschoof van milieuproblemen naar het aanpakken van de dieperliggende oorzaken van de verslechtering van het milieu. Hierbij werd speciale aandacht gegeven aan integratie in de vijf doelgroepen van landbouw, vervoer, toerisme, de energiesector en de industrie.

Hoewel het EG-Verdrag het integratievereiste bevat, wordt in een verslag van de voortgang bij de implementatie van het vijfde Milieuactieprogramma van de Commissie uit 1994 opgemerkt dat men onvoldoende bereid was om milieuoverwegingen en overwegingen van duurzame ontwikkeling toereikend te integreren in de ontwikkeling van andere beleidsactiviteiten, en onvoldoende bewust van de noodzaak hiervan. Hierdoor zou duurzame ontwikkeling in wezen nog steeds worden gezien als de zaak van diegenen die zich met het milieu bezighouden.[27] De onbevredigende verwoording van het integratievereiste in het Verdrag droeg bij aan deze beperkte voortgang. Met name de zinsnede "Gemeenschapsbeleid op andere gebieden" werd als onvoldoende nauwkeurig gezien, omdat de mogelijkheid open werd gelaten dat deze zinsnede alleen van toepassing was op sommige beleidssectoren. De verwijzing naar "het bepalen en uitvoeren" zorgde ook voor verwarring omdat het onduidelijk was bij wie de verantwoordelijkheid lag (de Gemeenschap of lidstaat) voor het zorgen voor integratie. Tenslotte werd er geen expliciet verband gelegd tussen integratie en het in artikel 2 van het Verdrag vermelde bredere beginsel van ‘duurzame groei’.[28]

Enkele van deze onderwerpen werden behandeld in wijzigingen van het verdrag die werden doorgevoerd door het Verdrag van Amsterdam dat in mei 1999 van kracht werd. Door de wijzigingen werd het belang van het integratiebeginsel verhoogd en het verband tussen integratie en duurzame ontwikkeling expliciet gemaakt. Artikel 2 van het Verdrag geeft duurzame ontwikkeling nu een plaats tussen de belangrijkste doelstellingen van de EU. Daarnaast bepaalt artikel 6 dat:

‘De eisen inzake milieubescherming moeten worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Gemeenschap, [...] , in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling.’

Verscheidene initiatieven zijn vervolgens ontwikkeld ingevolge dit nieuwe artikel, waaronder het op hoog niveau ontwikkelde ‘Cardiff integratieproces’, dat met name draait om de ontwikkeling door de Raad van sectorale integratiestrategieën en –indicatoren (zie § 3.11), en de voorbereiding van een strategie van de EU voor duurzame ontwikkeling (zie § 2.1).

In 2001, na de top in Göteborg, werd ook een milieudimensie gegeven aan het zogeheten ‘Lissabon proces’ over sociale en economische hervormingen, bedoeld om van de EU de meest dynamische en duurzame kenniseconomie in de wereld te maken (zie § 3.11).

Er is ook een aantal belangrijke beleidswijzigingen ter ondersteuning van integratie geweest, zoals de vaststelling van de richtlijn over hernieuwbare energiebronnen, en wetgeving om vervuiling op het gebied van zeevervoer te voorkomen. Deze en andere ontwikkelingen worden geschetst in de resterende paragrafen in dit hoofdstuk.

Referenties

Baldock, D., Beaufoy, G., Haigh, N., Hewett, J., Wilkinson, D., en Wenning, M.(1992). The Integration of Environmental Protection Requirements into the Definition and Implementation of Other EC Policies.IEEP, Londen.



[25] Baldock et al. (1992).

[26] COM(80)222.

[27] COM(94)453.

[28] Baldock et al. (1992).